pagina 21


DE RIJKE JONGEN

 
Bij de tekening:
In de tijd van Jezus was de stad Jeruzalem omringd door een hoge dikke muur.
In die muur zaten enkele poorten die overdag openstonden.
‘s Nachts gingen die dicht. Dat was om roversbenden buiten de deur te houden.
 
Als je na zonsondergang pas thuiskwam dan stond je dus voor een gesloten stadspoort.
Nu waren er hier en daar spleten in de muur gemaakt.
Daar kon een voetganger door naar binnen.
Maar dan moest je geen dikke rugzak bij je hebben, en zeker niet een ezel of een kameel.
Die moest je tot de volgende dag achterlaten.

'Oog van de naald'
Zo’n spleet in de muur noemde ze in Jeruzalem ‘het oog van een naald’.
Daar kon ‘s nachts nog wel een slanke jongen of een slanke meid door naar binnen,
maar zeker geen paard of kameel!
 
Dus...
om de stad van God binnen te komen, moet je je rijkdommen kunnen laten staan,
of beter: delen met andere mensen die niets hebben!

Dat doen we in de 40 dagen voor Pasen:
iets van ons geld sparen voor kinderen in de wereld.
We noemen dat de ‘vastanctie’

De vastenactie is dit jaar voor honderden plekken op aarde,
voor schooltjes in Afrika en Zuid-Amerika
om boeken te kopen, eten, schriften, stiften enzovoorts
zodat veel kinderen beter onderwijs krijgen!