Stichting
                            Orgelkring
                            Voerendaal


 

PROGRAMMA 









 




 

 
Candlelightconcert

vrijdag12 juli
20 uur  en 21 uur
Laurentiuskerk 

 
Het traditionele Candlelightconcert in de Sint Laurentiuskerk van Voerendaal vindt dit jaar plaats op vrijdag 12 juli vanaf 20.00 uur.

Erika Tieleman en Frans Jespers voeren populaire werken uit, dit jaar onder het motto ‘The Roaring Twenties’.

Erika begint om 20 uur. Na 40 minuten is er een pauze van een half uur met hapjes en drankjes in het Laurentiushome. Om  21.15 uur vervolgt Frans het concert tot 21.55. Bij het laatste concert is er ook nog samenzang.

Het programma bestaat uit vrolijke orgelwerken uit de jaren rond 1920, toen in de Verenigde Staten de jazzmuziek en de gospelzang populair werden.
Erika Tieleman speelt quatre-mainsstukken uit de Dreigroschenoper van Weill en nog eens een deel van de Amerikaanse symfonie van Dvorak. Het laatste concert door Frans Jespers bevat de Roemeense dansen van Bartok en drie gospelbewerkingen van Borstelmann, waarbij iedereen mag meezingen.

Het belooft een sfeervolle en opgewekte avond te worden in de Laurentiuskerk en het home. De toegang is gratis, maar een vrije gave wordt op prijs gesteld. Het concert maakt deel uit van Orgelfestival Limburg 2024. 
 
 

U kunt contact opnemen met de orgelkring via onze organiste

mevrouw Anja Hendrikx
[email protected]

en met de Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg: www.stichtingsol.nl

HET ORGEL
IN DE LAURENTIUSKERK

Historie

De eerste gegevens zijn te vinden in het parochie-archief dat zich thans in het gemeentearchief van Heerlen bevindt. In een inventarislijst uit 1834 wordt vermeld dat er een orgel aanwezig is. Het is onbekend welk orgel dit was, of wie de bouwer was. De spaarzame archivalia van voor 1834 hebben geen betrekking op een orgel. Er zijn geen rekeningen, kashoeken of notulen bewaard die enig licht zouden kunnen werpen Op de ontstaansgeschiedenis van dit orgel. Het is dus evenmin bekend hoelang dit orgel er al stond. Vanaf 1834 vinden we stukken waarin er sprake is van de betaling van een organist, het instrument werd dus in elk geval wel bespeeld!
In de jaren '30 van de 19e eeuw verslechterde de bouwkundige toestand van de kerk in Voerendaal zodanig, dat deze niet meer hersteld kon worden. Het besluit werd genomen om een nieuwe kerk te bouwen met behoud van de oude toren. In 1841 kwam de nieuwe kerk gereed. Ze werd gebouwd door J. Dumoulin, gepatenteerd bouwmeester uit Maastricht.
Uiteraard moest door deze nieuwe situatie ook aandacht aan het orgel besteed worden. Het oude instrument werd waarschijnlijk te klein geacht of het verkeerde in slechte staat. Er werd contact gezocht met de relatief goedkope en jonge firma Franssen uit Horst. Voor 1100 gulden, en nog 242 gulden voor de kas, konden zij een zgn. !economie-orgel' bouwen van 14 stemmen, geplaatst op één lade en bespeelbaar vanaf één klavier. Het orgel had geen pedaal. De term "economie" had betrekking op de eenvoudige uitvoering: met slechts één klavier kon een twee- of drieklaviersorgel worden nagebootst. De pijpen zouden gemaakt worden van orgelmetaal, de grootste pijpen van de Bourdon 8' en de Principal 8' van hout ("goed dennehoudt"). De kas zou van eik worden, alleen het dak en de achterdeuren zouden van "ligthout" gemaakt worden waarbij de stijlen en regels van eik zouden zijn. Ook de vorm van de kas werd bepaald in het contract: er is sprake van drie ronde torens en twee vlakke velden waarbij de grootste toren zich in het midden zou bevinden.
Het contract werd op 14 mei 1844 getekend, en in de loop van 1845 kwam het orgel gereed. Het oude orgel werd verkocht voor 236 gulden en 25 cent. De betaling voor het nieuwe orgel geschiedde in enkele termijnen. Vermoedelijk werd de orgelkas 100 gulden duurder, want dit getal werd in het contract gecorrigeerd. Ook de totale som die betaald werd komt hiermee overeen.
Verder werd bepaald dat gedurende 15 jaar (de garantietermijn) alleen cie orgelmakers de kas mochten openen.
Waarschijnlijk kwamen er snel klachten over het orgel, want op 29 december 1845 stelden de Gebr. Franssen voor om het orgel uit te breiden met enkele stemmen, o.a. een Cornet, voor de som van 200 gulden, en "dat zal hem (het orgel, MV) sterk genoeg maaken voor iedereen die ooren heeft." Het orgel werd dus als te zacht ervaren. Deze veranderingen zijn in het bestek uit 1859 dat Pereboom zich verplichtte "bestaande delen beter te intoneren en in beteren staat te brengen". Pereboom kreeg de opdracht een nieuw orgel te bouwen met gebruikmaking van het pijpwerk van Franssen. Nieuw gemaakt werden de windladen (een dubbellade voor Hoofdwerk en Positief), balg en mechanieken. Ook werd een klavier toegevoegd aan het bestaande klavier (omvang: 56 tonen) en werd een vrij pedaal toegevoegd van 20 tonen. De frontpijpen werden vertind. De kas werd verdiept, en de insnoeringen aan beide zijden werden rechtgemaakt. Dit is gebeurd door een plaatselijke schrijnwerker.
In het parochie-archief zijn twee bestekken van Pereboom & Leijser bewaard, een ongedateerd bestek, en een bestek van 7 maart 1859. Op vele punten stemmen ze met elkaar overeen, maar ze zijn allebei onduidelijk over de bezetting van het Positief. Beide bestekken zijn ook ondertekend, het ene (ongedateerde) door o.a. J.W. Klinckum, organist van Wyck-Maastricht met een toevoeging van B. Pothast, de destijds bekende priester-musicus van Rolduc; en het andere door het kerkbestuur. De heren Klinckum en Pothast hadden in Rolduc, waar Klinckum aanvankelijk organist was, onenigheid gekregen over de vraag wie het nieuwe Mllerorgel mocht bespelen. Na deze affaire vertrok Klinckum naar Wyck-Maastricht. Waarschijnlijk hebben ze in het ontwerp voor het nieuwe orgel van Voerendaal ook geen overeenstemming kunnen bereiken. Er zal zich ongetwijfeld veel achter de schermen hebben afgespeeld wat niet meer te achterhalen is. In elk geval, beide bestekken zijn niet letterlijk uitgevoerd, zo werd geen lade van 14 registers gebouwd, maar een lade van 16. In beide bestekken worden laden van 14 registers genoemd! Tevens werd al in het jaar van de oplevering een (wellicht labiale) Euphone 8' toegevoegd voor de prijs van 300 francs.
Hoe heeft dit orgel er nu uit gezien?
De bezetting van het Manuaal is geen probleem, de bestekken zijn eensluidend. Het pedaal is qua factuur zonder twijfel Pereboom & Leijser 1859 en vormt dus ook geen probleem. Het is de bezetting van het Positief die vragen oproept. Opmerkelijk is de meer Duitse benaming van enkele registers in het ongedateerde bestek en in de bijbehorende toevoegingen. Het feit dat uiteindelijk toch voor de meer Franse/Nederlandse benamingen is gekozen, en gezien het gegeven dat onder het gedateerde bestek de handtekening van het kerkbestuur staat, doet mij voorzichtig vaststellen dat het bestek van 7 maart 1859 een definitievere versie is dan het ongedateerde bestek. Ook de pedaalbezetting wijst hierop.
Dit betekent dat de dispositie hoogstwaarschijnlijk luidde: (namen en opmerkingen volgens het bestek uit 1859)


Namen der Registers te plaatsen op het Manuaal
1. Prestant 8 voet voorhanden.
2. Bourdon 16 voet, waarvan de discant voorhanden is, de 2 laagste octaven worden nieuw gemaakt van dennehout.
3. Octaf 4 voet voorh.
4. Mixture voorh. wordt echter 3 en 4 sterk gemaakt en een octaf vergroot.
5. Viola di Gamba 8 v. geheel nieuw, van metaal 56 pijpen
(gemengd de helft lood en de helft tin).
6. Belingua 8 vt. Discant, 31 pijpen in metaal.
7. Octaf 2 voet voorhanden.
8. Cornet 4 sterk, voorh., doch wordt met eene pijp per toets versterkt, waarbij eene kleine windlade met 30 buizen.
9. Trompette 8 vt. voorh., wordt verbeterd, door het aanbrengen
van nieuwe koppen, voeten, lepels, tongen.
10. Clairon 4 vt. voorhanden.

Registers op het positief
1. Bourdon 8 vt. voorh.
2. Salicionale 8 vt. voorh. thans Viola di Gamba.
3. Flute douce 4 vt. voorh.
4. Flute travers 8 vt. Discant 31 pijpen, nieuw.
5. Prestant 4 voet (van het Manuaal).
(6. Euphone 8 voet)*
* Deze is niet genoemd in het bestek, maar wel toegevoegd in 1859.


Vrij pedaal
1. Bombarde 16 voet, 20 pijpen en van dennehout, de voeten en koppen in eikehout.
2. Sousbasse 16 vt. 20 pijpen, in dennehout.
3. Fluit 8 vt. 20 pijpen, in dennehout.


Of de Prestant 4' zelfstandig was, dan wel een transmissie van het Manuaal, valt niet meer te achterhalen. De bestekken wijzen in de richting van een transmissie, maar waarom is er dan op de lade ruimte voor een zelfstandige Prestant 4'? In de toestand die H. van der Harst in 1972 aantrof bij zijn onderzoek voor de restauratie die in 1976 uitgevoerd werd, was er in elk geval sprake van een transmissie.
Voor de bestudering van de verdere lotgevallen van het orgel zijn we hoofdzakelijk aangewezen op informatie uit de kasboeken. Hieruit blijkt dat het orgel altijd regelmatig onderhouden is door Pereboom & Leijser. Zelfs na de restauratie in 1976 door Verschueren werd het instrument nog een tiental jaren onderhouden door de laatste telg van het geslacht Pereboom die nog in de orgelbouw werkzaam was, Pierre Pereboom.
In 1884 is er een rekening betaald voor het leveren van nieuwe pijpen. Het is onduidelijk om welke pijpen het precies ging, maar vermoedelijk is de oude Salicional 8' vervangen door een nieuwe.
In de inventarislijsten van 1902 en 1931 lezen we dat er sprake is van een oud orgel van 17 registers (waarschijnlijk is de gedeelde Trompette dubbel geteld), en een vrij pedaal van drie registers.
In de kerkrekeningen kunnen we nagaan dat in 1914 een nieuwe elektrisch aangedreven blaasbalg geplaatst werd. Twee jaar later werd de kerk vergroot met een nieuwe kruisbeuk. Het vloeroppervlak verdubbelde bijna hierdoor. Dit betekent dat het orgel van Pereboom & Leijser ontworpen is voor een kerk die oorspronkelijk half zo klein was.
Op 7 januari 1930 werd nog een grotere reparatie van f 165,10 uitgevoerd. Wellicht werden toen veranderingen doorgevoerd aan het orgel, want de aangetroffen toestand in 1972, dus voor de restauratie in 1976, gaf duidelijk blijk van veranderingen die in de eerste helft van de 20e eeuw zijn doorgevoerd: het pedaal was uitgebreid met een pneumatische hulplade met inferieur fabriekspijpwerk, de klavieren waren vernieuwd, de discant van de Clairon 4' was verwijderd en de Cornet was in de discant deels van zijn tertspijpen ontdaan.
Een laatste document over het orgel voor de grote restauratie in 1976 dateert uit 1949. Het betreft een offerte voor een schoonmaak en herstel van mechanieken die een jaar later werd uitgevoerd door Pereboom en Zonen. Wellicht was het orgel vervuild door het stof van vele jaren, maar niet uitgesloten is dat het bouwstof van het plaatsen van een torentje met een trap naar het oksaal in 1949 het orgel flink vervuild heeft. Tevens werd hierbij een nieuwe windmotor geplaatst.
In de jaren 70' van de vorige eeuw werd een algehele restauratie noodzakelijk. Deze restauratie onder auspiciën van de KKOR en Monumentenzorg werd uitgevoerd door Verschueren Orgelbouw uit Heythuysen.
Bij deze restauratie werden de laden gerestaureerd, de windvoorziening werd hersteld, de dispositie van 1859 werd goeddeels gereconstrueerd, de klaviatuur werd vernieuwd, en de mechanieken werden gereviseerd.

De dispositie luidt sindsdien (ladevolgorde):
Manuaal I, Positif.
1. Prestant 4', C t.m. Ais in het front, nieuw, rest op lade, 18e - 19e eeuw. Ouder Duits pijpwerk uit opslag van Verschueren, geplaatst in 1976. C – h° voorzien van zijbaarden en steminsnijdingen.
2. Fln' te 4', C t.m. P gedekt en voorzien van zijbaarden, de rest conisch open, 19e eeuw.
3. Mike Traversière 8' discant, metaal, 1859. De oorspronkelijke naam is Fl-lite Harmonique (opschrift op grootste pijp). Hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk dubbele lengte,op onbekend moment afgezaagd. Het dichtgestopte gaatje is aan de bovenzijde nog waarneembaar, op dezelfde hoogte bevindt zich nu een kleine expression.
4. Salicional 8', groot octaaf gecombineerd met Bourdon 8', rest metaal. C – c" voorzien van kastbaarden en expressions, 1859/1884. c °– c' op voet inscriptie: eup (van de Euphone?).
5. Bourdon 8', C t.m. cis° zacht hout, voorslagen van eik, rest metaal gedekt en voorzien van zijbaarden, 19e eeuw.
6. Doublette 2', nieuw, mensuren Doublette 2' van het Positief van het Pereboom & Leijser-orgel te Heer-Maastricht.
Manuaal II, Grand'Orgue.
1. Prestant 4', C t.m. G in het front, nieuw, rest op laden. Op lengte afgesneden, Gis – c° voorzien van zijbaarden, 19e eeuw.
2. Montre 8', C t.m. Dis binnen, nieuw. E t.m. fis° in het front, nieuw, rest op laden, 19e eeuw. g° - h° voorzien van zijbaarden. Steminrichtingen zijn dichtgesoldeerd.
3. Bourdon 16', C t.m. c' zacht hout,voorslagen van eik, 1859, rest metaal, gedekt en voorzien van zijbaarden, 19e eeuw.
4. Viola di Gamba 8', geheel metaal, voorzien van kastbaarden en steminsnijdingen, 1859.
5. Belingua 8' discant, dubbele labia, geen zijbaarden, op lengte afgesneden, 1859.
6. Doublette 2', C – F voorzien van steminsnijdingen, het overige pijpwerk is op lengte afgesneden, enkele corpora vernieuwd door Franssen, 19e eeuw.
7. Cornet discant, 5 sterk, 8' koor gedekt, 19e eeuw, overige koren open en wellicht Franssen, op verhoogde bank, 1 3/5' koor 13 hoogste Verschueren 1976.
8. Fourniture 2-3 sterk, diverse facturen wo. delen van de voormalige Flageolet 1' en de Mixtuur van het orgel uit 1845.
9. Trompette 8' bas/discant, zuidelijke factuur, gedeeltelijk 19e eeuw (bekers), gedeeltelijk 1859.
10. Clairon 4', bas zie Trompette, discant nieuw gemaakt in 1976 van oud materiaal, repeteert op c" naar de 8'.
Pédale, alle pijpwerk uit 1859.
1. Bombarde 16', eiken voeten en koppen, bekers zacht hout, lepels beleerd.
2. Fliite 8', open register, zacht hout, voorslagen van eik.
3. Soubasse 16', gedekt, zacht hout. Eiken voorslagen.

 

Samenstelling Fourniture:

C                                             1 1/3'            1'                2/3'

c                                 2'          1 1/3'            1'
c                  2 2/3'      2'          1 1/3'           

c       4         2 2/3'      2'                     

 

 

Samenstelling Cornet:
c'    8'    4'    2 2/3'    2'    1 3/5'


Manuaalkoppel, pedaalkoppel, accouplement pédale séparée. Omvang manualen C-g"'.
Omvang pedaallade C-g°. De omvang van het pedaalklavier is C-e'.
Toonhoogte: a = 448 Hz bij 18 °C Winddruk: 72 mm
In alle literatuur over het orgel wordt het pijpwerk wat hierboven aangegeven is met "19e eeuw" beschreven als 18e eeuws pijpwerk. Men ging ervan uit dat Franssen gebruik had gemaakt van ouder, bestaand pijpwerk om een nieuw orgel in Voerendaal te bouwen. De inscripties hebben echter 19e eeuwse kenmerken, en ook het feit dat dit oudere pijp-werk doorloopt tot g— hetgeen niet gebruikelijk is voor 18e eeuws pijpwerk, wijst eerder in de richting van de le helft van de 19e eeuw.
Enkele jaren geleden bleek dat het orgel vervuild raakte en de mechanische situatie steeds meer te wensen over liet. Een grote schoonmaak en een revisie van de mechanieken bleek noodzakelijk. Tevens was de intonatie, mede hierdoor, enigszins verlopen. In september en oktober in 2003 zijn deze werkzaamheden uitgevoerd door Verschueren Orgelbouw uit Heythuysen.
Het instrument klinkt nu weer zeer fraai, speelt prettig en inspireert zowel de speler als de luisteraar. Middels literatuurspel, improvisatie, en begeleiding van koor en volk kunnen het orgel en zijn bespelers weer lange tijd probleemloos hun belangrijke bijdrage leveren aan de liturgie. Ook hoop ik dat het instrument in de toekomst de kans blijft krijgen om middels bespelingen in concertvorm, mensen voor zich te winnen en aan zich te binden.
Tot slot, een woord van dank aan allen die zich hebben ingezet voor het behoud van het orgel van Voerendaal. Orgelmaker, kerkbestuur, de Stichting Orgelkring Voerendaal, en vele vrijwilligers hebben zich allen ingespannen om een zo groot mogelijk resultaat te behalen. Proficiat!!

 

Marcel Verheggen