De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

TWEEDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD VAN HET A-JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008

DROMEN IN EEN HUT

 

Uit mijn kindertijd bewaar ik mooie herinneringen aan regenachtige woensdagen. Op zolder onder de balken werd een dorp gebouwd. Dekens werden muren. Waterslangen met trechters aan de uiteinden: radio’s. Met een speelgoed naaimachientje perforeerden we papier tot vellen postzegels. Kortom, we bouwden de wereld na, om er zelf de baas te zijn.
‘Laten we drie hutten bouwen’, riep Petrus toen hij Jezus in zijn ware gedaante zag..., maar je kunt niet wonen in je droom.
Petrus wilde een hut bouwen, zoals Joodse gelovigen doen bij het Loofhuttenfeest. Vanuit zulke hutten werden ooit de wijngaarden bewaakt. Het verblijf erin herinnerde hen aan de tijd dat ze zwervers waren. Een paar nachten waren ze met hun voorouders op de vlucht.
Gelovige Joden bouwen nog elk najaar zo’n hut. Het dak erboven is dicht genoeg om schaduw te geven overdag en open genoeg om ‘s nachts de sterren te zien. De overnachting in een bed van verleden en turend naar de sterren, bracht hun dromen over de komst van Gods koninkrijk.
‘Laten we drie hutten bouwen’, zegt Petrus. Hij heeft er zin in. Hij heeft het nodig! Jezus had over de toekomst gesproken. Het was een verhaal geweest dat je niet wilt horen - over mislukking en dood. Maar in zijn visioen had hij de ware aard van Jezus gezien.
Daar heb je het geloof voor. Om van de geschonden, zieke, mens de ware aard te zien!
Een ziekenbezoekster vertelde over een vervelende oude vrouw, die altijd iets te mopperen had. Niets deugde. Bij de kerstviering voor bejaarden had ze storend zitten klagen tijdens een voordracht dat ze honger had! Ook nu logen de doctoren, luierde het personeel, en smaakte de koffie niet. Het werd de bezoekster plotseling teveel. Ze had zich omgedraaid en was weggelopen. Op de gang raakte ze het beeld niet kwijt van de scheldende oude tante in haar eenzaamheid. En ineens zag ze deze vrouw voor zich als een klein meisje dat tevergeefs hunkerde naar wat liefdevolle aandacht van haar moeder. Ze draaide zich om. Liep terug naar de ziekenkamer en kuste de lastige dame zomaar op het voorhoofd. Opgelucht keerde ze huiswaarts. Daar ging tegen een uur of vijf de telefoon. ‘Of ze al wist dat die vervelende vrouw zojuist was overleden...’ dat lastig mens, in wie toch het licht van God verborgen was.
Overnachten in een loofhut, dat is dromen in het huis van je voorouders. Dat is in de schuilkelder plannen smeden over een gastvrij land waar vluchtelingen een thuis vinden, waar mensen wonderen zijn uit liefde geschapen, ongeacht ras, kleur, taal of geaardheid. Ongeacht leeftijd, gezondheid of inkomen.
Petrus en zijn vrienden hebben een visioen gehad, een vergezicht achter het lijden. Ze hebben de vervolgde Jezus gezien in het licht van God. En Petrus wil dat vasthouden. Hij wil er in wonen.
Jezus helpt hem uit de droom. Het is goed dat je het geheim even hebt gezien, maar nu moet je verder. ‘Sta op en slaap niet langer!’ Het visioen is niet je woning maar je reisdoel! Ga, als eens Abraham die zijn koffers pakte om een droom te volgen.
Mijn moeder lag in het ziekenhuis. Wij zaten bij haar. Ze voelde zich beroerd. Plotseling ging de kamerdeur open. Een frisse vrouw in winterjas keek op een briefje dat ze in haar hand hield. ‘U bent zeker mevrouw Brouwers!’, zei ze opgewekt. ‘Ik zie dat u al bezoek hebt, dan zal ik u niet langer storen; ik heb er nog meer op mijn lijstje staan. Mag ik u namens de parochie dit cadeautje overhandigen?’ Ze was in de richting van het bed gelopen, overhandigde het pakje waar een stukje zeep in bleek te zitten; en liet ons verbluft achter. ‘Deze vrouw deed alles verkeerd wat je bij een ziekenbezoek fout kunt doen!’, zei ik om de draad weer op te pakken. Mijn moeder keek me bestraffend aan: ‘Foei, Harrie, dat moet je niet zeggen... deze vrouw kwàm tenminste!’ Het waren ongeveer haar laatste woorden. Haar woorden van respect en waardering openden een nieuw perspectief. Zij was niet langer een afgeleefd lichaam. Door haar broos en wankel lijf straalde hartverwarmend Gods licht.
Abakoula heeft als vluchteling jaren geleden in ons midden gewoond. Thans is het zijn droom om aan zijn Toeareg-dorp in Niger een waterput te schenken. Het leek een onmogelijke droom. Het grondwater ligt er kilometers diep. Maar wij gaan hem helpen!
‘Laten we drie hutten bouwen.’ Laten we door het lover turen naar de sterren en een liedje van verlangen zingen. Na de droom wreven Petrus Johannes en Jacobus zich de ogen uit. Hadden ze geslapen? Ze keken om zich heen. Het was donker... in de hof van olijven!

Lieve kinderen. ‘Erwin, zit je weer te dromen?’, riep de juffrouw schel door de klas. Erwin had zijn vuist onder zijn kin en staarde naar buiten. Eerst om na te denken hoeveel 63 gedeeld door 8 is; maar toen hij eenmaal de lucht zag, vloog hij met de zwaluwen mee en streek laag over het schoolplein. De andere kinderen van de klas hielden op met hun spel. Ze keken allemaal naar boven. Daar kwam Erwin weer, de armen gestrekt in een duikvlucht..., zoef...! Iedereen klapte vrolijk. ‘Dat dromen dient nergens toe!’ De stem van de juf sneed door de klas. ‘Zo zul je het niet ver schoppen!’ Erwin schrok. ‘Sorry, had u het tegen mij...?’ Ineens wist hij het weer, of liever, wist hij het nog steeds niet, 63 gedeeld door 8.
Twintig jaar later. Erwin was een grote jongen. Hij was blijven dromen. En zijn dromen hadden hem ver gebracht. Vandaag was hij geslaagd! Hij had eindelijk alle diploma’s om piloot te worden. Alleen die duikvluchten over de speelplaats..., hij had geleerd dat dat niet mocht. De juffrouw had ongelijk. Dromen heb je nodig in je leven. Alleen dromen kunnen de wereld beter maken.