De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

2012 - 6de zondag in het jaar © Ad Blijlevens, Heerlen



BEVRIJDENDE NABIJHEID


Bij het horen van de eerste lezing van vandaag krijgen we wellicht een onaangenaam gevoelen. Misschien zijn we geschokt door de manier waarop melaatsen door de joodse wetten werden uitgesloten van elk menselijk contact. Hun plaats was ber van de anderen. - Maar als ik er verder over nadenk, merk ik dat wij door die lezing wat op een verkeerd been zijn gezet. Want die lezing stopt hier, maar in feite gaat de tekst verder. En daarin lezen en horen wij andere dingen, nl. dat het volk wel beschermd moet worden tegen besmettelijke ziekten, maar dat de zieke zelf zo menselijk mogelijk behandeld moet worden. In de wereld van toen stonden de joden al ver in hun pogingen om het leven menselijker to maken, ook voor zieken. Waarom wordt dan slechts de halve waarheid voorgelezen? Ik denk: omdat men op die manier Jezus' houding in het evangelie van vandaag nog sterker als tegengesteld wil laten uitkomen. Hij benaderde immers de melaatse op een andere manier. Jezus paste - als goede food - de Thora, de joodse Wet, toe, maar dan wel volledig.
Die joodse Wet - of liever: Richtingwijzer - zegt: Gods heiligheid bestaat erin dat Hij begaan is met deze concrete wereld. En wij moeten, zo zegt die Wet, dus ook bet leven heiligen, door zorg to dragen voor onze alledaagse wereld en door o.a. ook de vreemdeling-in-ons-midden lief to hebben als onszelf.
Om dat leven to heiligen zijn er in de Wet allerlei bepalingen ontstaan. O.m, rond rein of onrein. Volgens de joodse Wet is alles 'onrein' wat de band met de levende God kan stukbreken. Concreet kan dat zijn: een dood lichaam aanraken, of contact met bloed, bepaalde dieren eten, omgaan met zogeheten heidenen, niet-joden. Daarnaast staan de reinheidsregels die er zijn om het dagelijks leven to wijden. Concreet kan dit betekenen: je naaste en de vreemdeling liefhebben als jezelf. Een zieke genezen is dus een teken van het begin van het Rijk van God.

Kijken we nu terug naar het evangelie van vandaag. Daarin zien wij dat Jezus wel met zogenaamde onreinen omgaat. Hij geneest een melaatse. Tussen haakjes: eigenlijk gaat het hier niet om een leprapatiënt, maar om iemand die lijdt aan een ernstige huidziekte, aan 'huidvraat', een ziekte die iedereen onrein maakte die daarmee in aanraking kwam.
Volgens het evangelieverhaal geneest Jezus die man. In de oorspronkelijke tekst zien wij dat Jezus zegt: 'Word gereinigd door God'. M.a.w.: Jezus doet een beroep op God. Hij zegt: 'Vertrouw op God die geneest'. En dat gebeurt dan. Daarna doet Jezus wat de joodse Wet voorschrijft: Hij stuurt de genezen man naar de priesters. Die moeten dan officieel vaststellen dat hij inderdaad genezen is en dus weer onder de mensen mag komen.

Het verhaal eindigt met een pittige bijzonderheid: de man is zo blij over zijn genezing dat hij het niet kan verzwijgen; en hij gaat iedereen het goede nieuws vertellen. Die kleine bijzonderheid zegt me al meteen, dat wij, dat ik elk goed nieuws, al het positieve in ons leven, dienen rond te vertellen. Boodschappers.van het goede nieuws!
Maar ik leer uit de eerste lezing en uit het evangelie van vandaag nog meer. Zo is het duidelijk dat contact met zieken ons kan veranderen. Ik denk hierbij aan St Franciscus van Assisi. Hij had een afkeer van melaatsen. Maar hij overwon die afkeer door een melaatse te omhelzen. Dat gebaar maakte van hem een andere mens. En dan vraag ik me af: in hoever ben ik, zijn wij bewogen door het lijden, de ziekte, de tegenslagen van anderen en probeer ik, proberen wij er iets aan te doen? U weet: een teken van meeleven kan wonderen verrichten, kan ook het vertrouwen herstellen in mensen en in God.
Ook maken de lezingen van deze zondag me duidelijk: ik mag, wij mogen niemand uitsluiten of afschrijven. Iedere mens is uniek. Dus mag ik, mogen wij anderen niet over een kam scheren. Tenslotte: wij lezen en horen vandaag in de heilige Schrift ook, dat wij iemand pas echt in ons samenzijn kunnen opnemen en houden, als wij elke mens eerbiedigen. Het is echter al veel als wij het proberen... De genezende, levengevende, bevrijdende God is met ons.
Ik eindig vandaag met deze drievoudige wens:

Tot in zijn ziel geraakt en geroerd
heeft Jezus de zieke
in al diens kwetsbaarheid zien staan.
Moge Jezus' aandacht ook de onze zijn.
Tot in zijn ziel geraakt en geroerd
heeft Jezus niet zijn eigen voordeel
maar dat van ons gezocht.
Moge die levenshouding ook de onze zijn.
Tot in zijn ziel geraakt en geroerd
heeft Jezus de naar de rand verbannen mens
weer met de gemeenschap verbonden.
Moge zoveel saamhorigheidsgevoel
steeds meer het onze worden.