De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DERDE ZONDAG IN DE VEERTIGSDAGENTIJN VAN HET A-JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008

VERBODEN VRIENDSCHAP

 

WAAR IS GOD?

Elke vrijdagmiddag verliet Moshe het schoolplein. De meester was daarover verbaasd, want Moshe was een keurige jongen. Op zekere dag sloop hij hem achterna. Hij zag hoe de jongen in het bos op de grond ging zitten, zijn keppeltje opzette en begon te bidden. De meester sprak hem aan. ‘Moshe, weet je niet dat onze God -Zijn naam zij geprezen- overàl is, en dat Hij -Zijn naam zij geprezen- overal dezelfde is?’ ‘Zeker’, zei Moshe. ‘Ik weet dat God -Zijn naam zij geprezen- overal dezelfde is, maar ìk ben niet overal dezelfde!’ Sommige plekken zijn heiliger dan andere omdat wij er ons verhevener voelen.

VOOROORDELEN

Jezus’ leerlingen waren gewone jongens, opgevoed met de wijsheden en vooroordelen van hun tijd. Zo wisten ze zeker dat het nìet goed was om op straat een vrouw aan te spreken. De vrouw die je zou antwoorden deugde niet! Je ging ook niet om met melaatsen of mensen met andere kwalen. Wie de kerkelijke wetten aan hun laars lapten moest je mijden. Veel van die regels berustten op eeuwenlange ervaring. Van zieken kon je zelf ziek worden. Van ongeregelde contacten kreeg je aandoeningen. Wie met pek omging werd vuil. Dus ging je ook niet met Samaritanen om. Aan het hof in Samaria was de verering voor Baal nooit helemaal weg geweest. De bewoners hadden zich met anderen volkeren vermengd. De vrome inwoners van Jeruzalem gruwden ervan. In Samaria hadden ze hun eigen heiligdom. De put van Jakob bijvoorbeeld en de berg Gerizim.

VERBODEN LIEFDE

Het zit diep in ons om anderen voor te schrijven met wie ze wel of niet bevriend moeten zijn. Het is iets van alle tijden. Handel drijven mocht je met iedereen, trouwen en samenwonen slechts in een kleine kring. We kennen zelf die verhalen ook. Verhalen over een katholiek meisje die een protestantse man ontmoette. Ze trouwden in de sacristie, want het was geen voorbeeldige verbintenis. Wie wil een duivel in het huwelijksbed? We kennen de waarschuwingen van ouders om niet met de jongetjes te spelen van een bepaalde straat. We kennen het verbod om thuis te komen met een meisje uit een bepaalde familie. Of het nu ging om de Duitse bezetters, de Amerikaanse bevrijders, de jongens uit een naburig dorp of een gastarbeider uit Marokko, de omgeving heeft altijd contacten proberen te verhinderen.

INTEGRITEIT

Angstige en oprechte zorg om de ander was meestal het motief en daar kun je alle begrip voor hebben. Een kindje neemt gewillig het gedachtegoed van zijn gezin over. Dan komt ineens de invloed van buiten. Op de crèche al. Ineens komen vieze woordjes uit het lieve mondje. Later lijkt de invloed van leeftijdgenoten sterker dan die van ouders. Opgroeiende tieners zijn sterk op leeftijdgenoten georiënteerd. Verliefdheid, drugs en bravoure: je houdt je hart vast.
De keuze van het hart, de liefde, hoort tot onze integriteit. Dus als een kind naar zijn gescheiden vader wil, dan vraagt het iets dat achting verdient. En als moeder, na jaren alleen te zijn geweest, een vriend vindt, dan zullen de kinderen dat hopenlijk respecteren. En als de volwassen tiener thuiskomt met een vriend of een vriendin dan is het doorgaans wijs om deze tenminste het voordeel van de twijfel te geven!

IN GEEST EN WAARHEID

De leerlingen komen terug uit het dorp. Ze zouden Jezus bij de put treffen waar hij was gaan rusten. Hun verbazing is groot. Daar staat hij warempel in het openbaar te discussieren met een vrouw! Dat was onfatsoenlijk en ordinair! De vrouw is uit Samaria. Ze is ook nog eens gescheiden. Jezus doorbreekt zowat alle taboes die er zijn. Hij heeft de vrouw om water gevraagd uit de bron van Jakob. Dat is bijna een knieval naar het Samaritaanse ‘heidendom’. En nou biedt hij haar het echte water aan, goddelijk leven. Want, had Jezus gezegd, hou maar op met ruzie-maken over de vraag of de Gerizim bij Samaria of de Sion in Jeruzalem de berg is waar we God ontmoeten. Want de tijd is er al dat we God tegenkomen in Geest en waarheid, en daarom, omdat God niet gebonden is aan tijd en plaats, daarom is er ook niets dat hem verhindert om de Samaritaanse te ontmoeten bij de bron van Jacob. God -zijn naam zij geprezen- is overal dezelfde...., maar wij niet!

JOJO

Lieve kinderen. Er was eens heel lang geleden een prinsesje, Anastasia, die verliefd was op Jojo, de clown. Zoals je weet had elk kasteel een clown in dienst om buitelingen te maken en grapjes als de maarschalken en hofdames ernstig waren. De koning had het ‘t eerst ontdekt. Anastasia had twee dagen niets gegeten en zuchtte elk kwartier. Als het clowntje binnen kwam werden haar wangetjes zo rood als zijn neus. Dan weet je het wel! ‘Ik verbied je nog langer aan de clown te denken!’ bulderde de koning. Zet hem uit je hoofd, dan zet ik hem morgen uit het kasteel!’ Die nacht sloop Anastasia naar de toren. Ze klopte zacht op elke deur. Soms kwam er een snauw, soms een gilletje of kattenmiauw, maar ergens maakten pappa en mamma clown de deur open. ‘Ik vind Jojo zo lief’, zei Anastasia, ‘maar...’ Verder kwam ze niet. Pappa Clown sloeg de vuist op tafel. ‘Wat? Een verwende prinses, een meisje dat nooit geleerd heeft aardappels te schillen? Die houdt van mijn zoon? Niets ervan!’ Huilend ging Anastasia naar bed en zo vond de koning haar die ochtend. Snikkend vertelde Anastasia dat ze van pappa Clown nooit meer met Jojo mocht spelen. De koning werd woedend. ‘Heeft hij dat gezegd? Wat verbeeldt die man zich wel! Of mijn dochter niet goed genoeg is voor een clown! Ik verplicht jullie om vriendjes te worden. Onmiddellijk!’ Anastasis holde naar de toren, klopte bij Jojo aan. De vader deed open. Gaf een vette knipoog en zei: ‘ik wist wel dat dit zou helpen!’