De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

PALMZONDAG IN DE VEERTIGSDAGENTIJN VAN HET A-JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008

HET OUDE LIEDJE

 

KENNERSBLIK

Daar komt Jezus! Hij nadert Jeruzalem. Hij is één van zeer velen. Joden die maar even konden waren onderweg naar de tempel, want als het lente was geweest en de maan vol werd, dan was het bevrijdingsdag. En vrij-zijn, dat wilden ze wel!
Jezus is omringd door zijn leerlingen. Hij zit op een ezel. Hij is pelgrim een onafzienbare menigte. Tussen de stoet wandelen ook kamelen en dromedarissen. Er zijn ook paarden en rijke lui in draagstoelen. Die vallen op, maar ezels zijn er genoeg! De profeet uit Nazareth valt er niet erg mee op!
Langs de kant staan mensen te zingen en te klappen. Ze juichen de pelgrims toe en zoeken naarstig naar verre familieleden of oude bekenden. Nee, je moest een kennersblik hebben om in dit clubje uit Galilea iets bijzonders te zien!

ANTIEK CABARET

En die waren er, mensen met een kennersblik. Ze hadden een liedje in hun hoofd. Het was een grappig liedje. Een oud stukje cabaret eigenlijk. Het stamde uit de tijd van Alexander de Grote. In het lied werd de route van zijn veroveringstocht bezongen. Alleen staat niet de grote veroveraar aan het hoofd, maar het is God die de intocht maakt. En God is niet -zoals Alexander de Grote - gezeten op een paard, omringd door generaals, maar Hij rijdt op een ezelsveulen. Op het eerste gehoor lijkt het een spotliedje op God. Het moet ongeveer zó geklonken hebben: ‘Kijk daar komt de koning, hij komt en hij doet recht. Zit boven op een ezel, hij kom gewoon als knecht....’ Gods koning op een ezel!
De goede verstaander heeft het door. Het is geen spotlied op God, maar God beschaamt Alexander de Grote. En niet hem alleen. Iedereen die hoog te paard veroveren en heersen wil, wordt gehekeld. De gelovige spot met de aardse machten.
Deze parodie op de tirannen zit in hun hoofd. Ze hadden het lied aan het boek Zacharia toegevoegd, zo leuk vonden ze het. Veel inwoners van Jeruzalem kennen het. Dus er zijn mensen die ineens veel méér zien dan een vermoeide reiziger op een ezel. Ze zien het visioen van Zacharia in vervulling gegaan: een koning op een ezel en zingende mensen er omheen. Ze beginnen nog geestdriftiger te zwaaien en nog harder Hosanna te zingen. Hier komt Jezus, de tegenpool van keizers en koningen. Hij zal ook keizer Tiberius of Caligula kunnen verslaan. Dat zou nog eens een bevrijdingsdag worden!

DREIGING

Toch is voor de goede verstaander het verhaal van Matteüs geen vrolijk verhaal. Je voelt als lezer namelijk al aan dat dit helemaal fout gaat lopen. Terwijl Jezus alle signalen afgeeft dat hij geen veroveraar is, geen concurrent van de keizer, en dat hij geen politieke ambitie heeft, wordt hij door de mensen toch in die hoek gedreven en dat zal hem deze week fataal worden.
Het is maar dat we weten wiens volgelingen we zijn vandaag...,
en vrijdag...,
en zaterdag!

EN DE EZEL WAS BLIJ...

Lieve kinderen. Jezus zat op een ezel. Hij was moe van het lopen. Het ezeltje was blij. Blij dat het Jezus mocht dragen. Daar stond een kindje met een mand sinaasappels. Daarmee moest het naar de markt in Jeruzalem. De mand was zwaar. Het kindje was moe. ‘Hallo’, riep Jezus. Wil je een lift? Het kind sprong met de mand bij Jezus op de ezel. Het was blij dat het even kon rusten. En het ezeltje? Het ezeltje was ook blij, blij het kon helpen.
De mensen langs de weg wezen met hun vinger. ‘Zie je dat? Die arme ezel wordt misbruikt. Moet je zien hoe hij sjouwt! Met twee man zitten ze boven op hem!’ ‘Hoor je?’, zei Jezus tegen het kind. ‘De mensen ergeren zich, dat is niet de bedoeling!’ Jezus stapte van de ezel af en liep ernaast. Het kind met de mand sinaasappelen bleef zitten. En de ezel? De ezel was tevreden en liep geduldig verder.
‘Kijk’, riep een man langs de route. ‘Zit dat verwende kind boven op het dier en zijn vader kan lopen. Ze hebben geen eerbied meer die jongeren van tegenwoordig.’ En daarom stapte het kind van de ezel en Jezus ging zitten met de mand in zijn armen. En de ezel? De ezel was tevreden.
‘Moet je dat zien’, gilde een vrouw op de hoek. Laten ze dat arme kind lopen terwijl die ouwe op de ezel zit.’ Jezus knipoogde naar het kind. ‘Je doet het ook nooit goed!’ Jezus stapte af en liep met het kind naast de ezel. Een voorbijganger schoot in de lach: ‘Moet je die gekken zien, hebben ze een ezel, lopen ze er naast!’
‘Zullen we ons niks van de mensen aantrekken?’, zei Jezus en ze gingen allebei weer op de ezel zitten. En het ezeltje...? Het ezeltje was blij en tevreden. Hij was geboren om te dienen.
Daarom waren ze zo gek op de ezel, Jezus en het kind. En van de mensen zouden ze zich maar niets aantrekken, die staan je vandaag toe te juichen en morgen schelden ze je uit!