De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

NEGENDE ZONDAG DOOR HET A-JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008


RIEM ONDER HET HART

 

RIEM

Een jood die zijn ochtendgebed volgens de regels bidt, doet iets bijzonders. Hij neemt twee lange dunne riemen. Aan allebei zit een vierkant, zwart leren doosje. Daarin zitten teksten met God geboden. Eén riem wordt om de schedel gewonden, het doosje tegen het voorhoofd aan. De andere om de linker bovenarm; het doosje drukt aan de binnenkant tegen het hart. Deze gebedsriemen maken letterlijk waar wat de traditie overdrachtelijk bedoelt: ‘Prent Mijn woord in uw hart en in uw hoofd.’ ‘Bemin de Heer heel met heel uw hart en heel uw verstand!’

LETTERLIJK

Ooit bezocht ik de oude synagoge in Praag. Op de heilige plek waar de thora wordt bewaard, was in de vloer een rechthoekige verlaging van enkele centimeters, zoiets als waarin de mat van de voordeur ligt. ‘Weet u waar dit voor dient?’ vroeg de gids met een glimlach. ‘De rabbi gaat hier staan als hij bidt: Uit de diepte, o Heer, roep ik tot U!’
Dit letterlijk uitvoeren van een voorschrift, hoeft een goed verstaan niet in de weg te staan. Je kunt Gods gebod aan je hart drukken en tegelijk weten dat je het elke dag waar moet maken. Soms echter gaat het uiterlijk vertoon domineren. De dunne riempjes worden breder en breder. Ze worden met goud bestikt. Jezus hekelt de Farizeeën omdat ze hun gebedsriemen breed en opvallend maakten.

ONDER HET HART

De herkomst van de uitdrukking ‘iemand een hart onder de riem steken’ is onduidelijk. Wij zeiden trouwens: ‘iemand een riem onder het hart steken.’ Beide varianten mogen. Oude woordenboeken geven aan ‘riem onder het hart’ de voorkeur. Moderner is ‘hart onder de riem.’ De verklaringen variëren van scheepsterm - riem staat voor roeispaan en hart voor de pin waarin deze hangt -, tot militair jargon - de soldaat verlangt naar moed over de brede riem over zijn borst. Maar de mooiste verklaring vind ik die uit de bijbel. ‘Iemand een gebedsriem omdoen.’ Iemand het doosje met Gods woord om de arm binden zodat hij zich sterk voelt. Toen het beeld niet meer begrepen werd, zou het zijn omgedraaid tot ‘hart onder de riem.’
We lazen het in Deuteronomium: Prent mijn woorden in uw hart en in uw ziel! In het evangelie drukt Matteüs het ons nog eens op het hart (!): bouw op de rots! Luister naar Gods woord en handel ernaar.

ALS EEN HUIS

Ik lees deze tekst wel eens bij een doopplechtigheid. Dan vraag ik aan de kinderen: ‘Wie heeft wel eens een huisje gebouwd?’ Aarzelend komen een paar vingers. ‘Jij?’, vraag ik aan de grote zus die haar hand hoog opstak. ‘Nee!’, beantwoordt ze mijn vraag. Nooit een huisje gebouwd. ‘Waar begin je dan mee?’, probeer ik fantasie en herinnering te prikkelen. En jongetje kijkt me geamuseerd aan. ‘Nou?’ ‘Ik begin met het dak!’, zegt hij. Ik begrijp hem. Met lego deed ik dat ook. De dakpannen zijn makkelijk te herkennen en het ruimt lekker op. ‘Jij dan?’ ‘Ik begin met een tekening’, zegt het meisje. Heel goed, maar Jezus vertelt over iemand die eerst een fundament legt, die eerst een sleuf graaft en daar drie op misschien wel vijf lagen ruwe stenen in legt. Want anders ziet het huisje er wel leuk uit, maar bij een storm valt het om! Bij een storm zie je pas welk huis deugt. Bij regen zie je pas welk dak niet lekt. Bij tegenspoed zie je wie op God heeft gebouwd. Dus niet wie geen enkele ellende overkomt, leeft in God, maar wel wie overeind blijft als de grond onder zijn voeten dreunt.

STORM OVERLEVEN

Ik kom vaak in huizen die een stortvloed van leed over zich heen hebben gekregen. Sommige mensen zijn dan totaal verslagen. Ze zien geen enkel licht meer. Ze voelen zich verraden en van God verlaten. Ze hebben geen zin meer in het leven. Anderen voelen diepe pijn, maar ze zijn ook dankbaar. Ze koesteren diepe momenten van nabijheid. Ze voelen de hand van die ander nog even knijpen in hun hand. Ze fluisteren de laatste lieve woorden als een toverformule over de puinhopen en gaan dapper de toekomst in. Dat die dierbare ander van zijn pijn bevrijd is, weegt zwaarder dan het eigen gemis. Hun huisje was in de liefde verankerd. Het was hun niet om zichzelf te doen. Hun leven staat als een huis. Gods liefde is een riem onder hun hart.

OVER DE VLOER EN HET DAK

Lieve kinderen. De kleine Rudi stond te kijken. Gelukkig was opa bij hem. Opa had altijd veel tijd. Op de markt bouwden mannen een grote tent. Morgen zouden daar botsauto’s rijden over een gladde stalen dansvloer. Maar de markt zat vol hobbels en goten en stoepen, dus het was een hele kunst om daar een strakke vloer overheen te leggen. De mannen waren aan het passen en meten met dikke en dunnen stukken hout. Ze hadden waterpassen en het zou nog uren duren. Rudi wist dat de rest kinderspel was. Als de vloer er eenmaal lag, dan was het dak in enkele minuten omhoog getakeld. Rudi kon er niet genoeg van krijgen. De vloer was nog niet half klaar. ‘Duurt lang hè?’, zei opa. ‘Het is een nauwkeurig werkje’ zei Rudi wijs. ‘Als de vloer scheef ligt’, hij schaterde het uit, ‘dan staan de palen ook scheef en het dak ook, en dan valt de hele tent op je kop!’ ‘Dat is waar’, zei opa.’ De mannen legden een zware balk over twee stapeltjes hout, één van drie balkjes in de goot en één van anderhalve balk in het midden van de markt. ‘Zullen we gaan?’ zei opa. ‘Dan komen we straks nog even terug. En later, als je de school af hebt’, fluisterde hij, ‘dan gaan we op de kermis werken, heb ik altijd al willen doen!’ ‘Daar ben je veel te oud voor!’ riep Rudi. ‘We kunnen wel samen in de botsauto’s gaan!’ ‘Samen of ieder apart?’ ‘Samen’, zei Rudi, want alleen vond-ie nog een beetje eng. ‘Tenminste als de tent niet scheef staat’, grinnikte hij. ‘Ik wil het dak niet op de kop krijgen.’