De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

TWEEDE ZONDAG VAN PASEN IN HETA-JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008



VINGER OP DE ZERE PLEK

 

SCHORPIOEN

Een man zit te mediteren aan de oever van de Ganges. Hij ziet hoe een schorpioen door de stroom wordt meegevoerd. Het dier blijft hangen in de wortels van een boom. Het vecht om los te komen. De man strekt zijn hand uit, maar de schorpioen steekt hem. De man probeert opnieuw. Hij kreunt van de pijn. Een voorbijganger lacht hem uit. ‘Jij gek, waag jij je leven voor zo’n ondankbaar beest?’ De man kijkt op en zegt: ‘Het is de aard van de schorpioen om te steken. Moet ik daarvoor míjn aard verloochenen om barmhartig te zijn?’ Ik vond het verhaal bij Henri Nouwen.

TERUGBLIK (1)

Johannes is oud. Hij kijkt terug. Hij heeft veel meegemaakt, wonderlijke avonturen met de man van Nazareth, diens terechtstelling, de verwarring onder de leerlingen, de bloedige opstand tegen Rome, de vernietiging van de tempel, onderlinge twisten... Hij heeft het allemaal voorbij zien komen. Nu is hij oud, zijn geloof uitgezuiverd. ‘Kindertjes’, schrijft hij in een brief, ‘God woont in de liefde...’ En zijn poëtische beschouwing over zijn jeugdvriend besluit hij met een verhaal over óns, volgelingen die Jezus niet zelf hebben meegemaakt. Hij voert een kritische Thomas ten tonele.
Thomas legt zijn vinger op de zere plek. Het gebaar van Thomas is geen symbool van achterdocht maar van trouw. Hij twijfelt niet aan Jezus, maar aan wat de leerlingen vertellen, aan de kerk.

TERUGBLIK (2)

30 Maart 1968 was mijn wijdingsdatum. JohannesXXIII had een concilie belegd. Het celibaat zou niet lang meer duren. ‘Humanae vitae’ zette een voorzichtige stap naar een nieuwe moraal. ‘Populorum progressio’ was een brok bevrijdingstheologie. Er kwam plaats voor experimenten. De gelovigen verlieten de enge ruimte van de biechtstoel waarin ze zich vernederd hadden gevoeld. Intussen liep de linkervleugel leeg en oefende steeds minder druk uit. Er ontstond voelbaar een antikerkelijk klimaat. Paranormale trucs vonden meer aftrek dan het evangelie. Boeddhistische beginselen werden geïnfantiliseerd en omarmd. Reclameboodschappen kwamen in de plaats van godsdienstige regeltjes.

GETTO OF DIASPORA

De kerk reageerde geschrokken. En er leek zich te voltrekken wat tijdens onze studie het rampenscenario was: de gelovigen, eenmaal in de minderheid, werden bevangen door een getto-mentaliteit. Ze vormden geen bevlogen open groepering, geen diaspora, maar een bange, in zichzelf gekeerde kerk.
Het evangelie van Jezus zal zijn weg wel vinden. Het verhaal dat de kerk heeft, is immers puur goud. ‘God woont in de liefde.’
Ik kijk terug op 40 jaar. Ik zag de kerk voor m’n ogen leeglopen. Het werd steeds moeilijker uit te leggen waarom vrouwen geen gelijke rechten hebben. Waarom de heilige Geest niet ook een democratie kan bezielen. Waarom vragen rond sexualiteit zo verkrampt behandeld worden. Maar het werk: het openen van de stilte, het proeven aan het mysterie, de studie van het eerste en tweede testament. Het benoemen van de heiligheid van de liefde, het optrekken met mensen die verrukt zijn om nieuw leven of treuren bij een dode, de gesprekken met kinderen die even open staan voor God als voor de apen, een jubellied zingen op het licht, in de lentenacht van de volle maan: het waren heerlijke ervaringen.

Wie van fietsen houdt, geniet ook van tegenwind en hellingen. Ik heb gekozen voor de verhalen van Jezus van Nazareth en niet voor de omstandigheden waarin ze worden verteld. Daarom ben ik een gelukkig man en dat geluk deel ik vandaag met u.

BARMHARTIGHEID

Het is de aard van de schorpioen om te steken, maar laten we daarvoor onze aard om barmhartig te zijn niet verloochenen! Een man lag beroofd en half dood langs de weg. Er kwam een gestress-te zakenman langs. Die had geen minuut te verliezen en ging aan hem voorbij. Daar kwam een relaxte vakantieganger, dacht gemakshalve dat het om een bezienswaardigheid ging en wandelde verder. Toen passeerde een hulpverlener. Hij liep naar de gewonde toe, schudde zijn hoofd en zei: ‘Wie dit gedaan heeft, heeft dringend hulp nodig!’

Over barmhartigheid gesproken. Wie gaat er een film maken over de gruweldaden die de westerse beschaving deze eeuw gepleegd heeft? Want dat schijnt men te vergeten. - De opdracht voor de kerk is dat zij haar aard, de barmhartigheid, niet verloochent. De valkuil is, dat zij deze opdracht, eenmaal in gevecht met de schorpioen, vergeet.

PIEN-MET-DE-BULT

Lieve kinderen. ‘Pien’ heette het konijn van Tommy. Pien had Pasen overleefd. Toch maakte Tommy zich zorgen. Pien was zo stil en in zijn hals zat een grote bult. ‘We gaan zaterdag naar de dokter’, had pappa gezegd. Vorige week had Tommy zijn konijn meegenomen naar Lesley. Die had ook konijnen. De konijnen waren gaan vechten. Pien kreeg een beet in zijn hals. Daar zat nu de bult. Was het maar al zaterdag!

Tommy kwam uit school. ‘Hallo, Tommy!’, zei mamma opgewekt. Tommy werd ongerust. Er zal toch niets met Pien zijn gebeurd? Gauw liep hij naar de kooi. Gelukkkig, daar zat Pien. Hij was aan het snuffelen. Veel levendiger dan vanmorgen. Tommy wilde Pien aaien maar die trok zijn kop schuw naar achter. Vreemd, dat deed-ie nooit. ‘Was het Pienwel?’ Hij keek naar mamma en zag dat mamma naar hem zat te kijken. De witte vlek onder de kin zat er nog. ‘Tuurlijk is dat Pien. Kom zitten, krijg je een kop thee.’ ‘Nee’, riep Tommy, ‘ik wil eerst de bult voelen in zijn nek, dan geloof ik je pas.’ ‘De bult was ineens weg’, zei mamma vrolijk. Tommy ging naast de kooi zitten. Hij voelde in de nek van het konijn. Er was zelfs geen litteken meer te zien. ‘Dat is Pien niet’, riep Tommy. ‘Wat is er met Pien gebeurd?’ Mamma zei niets. Ze kwam naast Tommy zitten. Ze was wel acht winkels afgelopen om een konijn te vinden dat op Pien leek. Maar Tommy kon je niets wijsmaken. Hij hield van Pien-met-de-bult. ‘Ik hoef ‘m niet!’, snikte Tommy. Maar toen Pien-de-tweede hem met zijn grote ogen aankeek, aaide hij zijn kopje en mompelde: ‘Jij kunt er ook niks aan doen dat je geen bult hebt.’