De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

JAARWISSELING IN HET A-JAAR 2007/2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2007

ALLES OP Z'N TIJD

 

Er is een tijd van lachen en een tijd van huilen. Er zijn goede en slechte dagen - we weten het. En dat is goed, zegt Prediker. Je kunt niet je hele leven blijven lachen. En je hoeft ook niet ongelukkig te zijn als je huilt. Ongelukkig ben je pas als er iets te huilen valt en jij wilt perse lachen. Of als allerlei moois je omringt en je ziet alleen maar troep. Herken de momenten en geef je eraan over, dat is de les - dunkt me - die Prediker ons geeft.

ONTVANGEN

‘Hoe was kerstmis?’ vroeg ik aan een misdienaartje. ‘Wel leuk’, luidde het zuinige antwoord. ‘Dus het viel wat tegen’?’ ‘Ik kreeg van het kerstkindje een kleurboek en verf.’ ‘En dat viel tegen?’ herhaalde ik, want het was de toon die de muziek maakte. Ze werd er een beetje verlegen van en bekende: ‘ik had gehoopt dat ik zo’n make-up doos zou krijgen met lippenstiftjes en oogschaduw en een spiegeltje.’ Ik begreep het conflict. Het meisje wilde snel groot worden en haar ouders zagen haar liever nog wat klein blijven. Dan valt het resultaat tegen. Als je lippenstift verwacht, maken kleurpotloden je niet blij. ‘En dat zal zich nog vaak herhalen in je leven’, dacht ik. Dat je kapster wilt worden, maar ze halen je met man en macht over om de verpleging in te gaan. Je wilt een grote hond maar je moet het met een goudvis doen. Je zoekt een knappe kerel, wordt een paar keer bedrogen, en blijft met een kindje alleen achter. Je neemt een week vakantie in Frankrijk en je hebt elke dag regen. Schijnt de zon, word je gestoken door muggen en wespen!

DWINGEN

Dat is de prijs die wij, Europeanen, voor de welvaart betalen! Onze beschaving is opgebouwd op plannen die we maken, projecten die we samen ondernemen. Al heel jong leren we dat een dag ontworpen is van uur tot uur. Je máákt je dag. Het is een plan. Het is een agenda, van minuut tot minuut vol geboekt door je ouders, de televisiezender, je kinderen, de chat-vriendjes en -vriendinnetjes, door de voetbalclub, de school en een heel klein beetje door jezelf. Ongeplande tijd, wachten en niks doen lijken verloren tijd. We zijn geroosterde tijd zo normaal gaan vinden dat we hulpeloos worden en depressief als er ineens een werkelijke vrije dag aanbreekt. Je had er weken naar uitgezien, eindelijk eens helemaal niks voorgeschreven. Je staat op met goede zin. De dag is helemaal open. Wat zal ik eens doen? Brunsummerhei... ben ik al zo vaak geweest. De drukte van de binnenstad... hoeft ook niet. Die vrienden zien je komen zo onverwacht op de stoep... Lezen, zonde van het weer... Een planloze dag is nog niet zo makkelijk in te vullen. En bedrijven bieden cursussen aan om gepensioneerde personeelsleden te beschermen tegen het zwarte gat..., want zo praten we tegenwoordig over de werkelijk vrije tijd!
Het is een kunst om de tijd te beleven als een geschenk met duizend mogelijkheden, in plaats van een cluster plichten en opdrachten. Het is een kunst om niet in de startblokken de dag te beginnen maar met een gezellige kuier.

WENS

Rond de jaarwisseling wensen we elkaar goede tijden toe. Een redelijke welvaart, een goede gezondheid en een zorgeloos leventje voor kinderen, kleinkinderen en vrienden. Het bijbelboek Prediker wenst ons wat anders toe. Het gunt ons het vermogen om de tijden te laten komen. Om niet zenuwachtig te worden als er iemand ziek wordt, maar dan de kracht te hebben tot overgave. Het boek gunt ons dat we dan woorden vinden van wijsheid en dat we een ontmoeting kunnen beleven met diepgang. Het wenst ons het vermogen om de tienduizenden kansen te zien die met elke dag gegeven zijn. Je kunt je demente buurvrouw zielig vinden en haar leven mensonwaardig, maar hebt u haar arm al eens gestreeld, haar haren gekamd en met haar Stille Nacht gezongen? Het zou het hoogtepunt van je dag geworden zijn!
Er zit iets berustends in het boek Prediker. Iets oosters. Een uitnodiging om meer ontvangend in het leven te staan en minder dwingend!

APPELFLAP

Lieve kinderen. Tom mocht vandaag met zijn twee tantes mee. Hij noemde ze zelf tante Pollewop en tante Appelflap. Maar dat mochten ze niet horen! Een dagje mocht hij met hen mee in hun mini-autootje. Tom zat achterin. De tantes pasten precies op de voorbank. Ze hadden hun mooiste hoedje opgezet. ‘Hè, potdorie’, vloekte Pollewop. Ze kreeg de auto niet gestart. ‘Dat rot ding! Altijd als ik wil rijden doet-ie het niet’, foeterde ze verder. ‘Dan nemen we toch gezellig de trein’, zei Appelflap en ze was al zwierig uitgestapt. Op het station konden ze zò instappen. ‘Die trein had al tien minuten weg moeten zijn!’, mopperde Pollewop. ‘Hij heeft op ons gewacht!’ grapte Appelflap. Een half uurtje later lieten ze zich allebei neerploffen op een stoel in een Maastrichtse kroeg. ‘Nu wil ik mosselen’, zuchtte Pollewop. ‘Sorry’, zei de ober, die hebben we niet meer. ‘Altijd als ik zin in iets heb, hebben ze het niet.’ Pollewop keek verongelijkt voor zich uit. ‘Hebt u misschien iet anders? Iets lekkers?’ vroeg Appelflap stralend. ‘Ik heb overheerlijke mokkapunten’, zei de ober. ‘Heerlijk!’ ‘En jij jongeman, wat wil jij?’ Doe mij maar appelflap!’ flapte Tom eruit.