De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DRIEKONINGEN IN HET (B) JAAR 2009
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2009


KONINGEN IN RUSTE

 

TERUGREIS

Lange tijd bleven de koningen stil. Maanden geleden waren ze vol verwachting aan een lange reis begonnen. Een heel bijzondere ster beloofde een opzienbarende gebeurtenis. Ze vermoedden dat er een nieuwe wereldheerser geboren was, en nu al wilden zij goede betrekkingen met hem aangaan. Maar hoe dichter zij bij hun doel kwamen, des te minder spectaculair leek het. De ster bracht hen ver weg van de grote steden. Niet naar Athene ging de reis, niet naar Rome of Alexandrië, maar naar de hoofdstad van een onbetekenend en onderworpen volk. Nee, zelfs daar ging de ster niet heen, maar naar een klein dorpje in de buurt. Daar hadden ze in een onooglijke hutje een kind gezien. Ze waren neergeknield. Ze hadden wat verlegen hun misplaatste geschenken neergezet. De jonge vrouw had beleefd geknikt. Ze hadden met de situatie niet goed raad geweten. De ontmoeting met dit kindje en zijn ouders was heel volks, heel gewoon en tegelijk oneindig bijzonder. Tenslotte hadden ze de kleine koning de beste wensen gedaan en waren weer op hun kamelen geklommen. Nu maar afwachten wat de toekomst brengen zou. ‘Waar gaan we heen?’, vroeg Caspar tenslotte, want de ster was verdwenen en wat doe je in den vreemde zonder Tom-tom? ‘In elk geval niet terug naar collega Herodes in Jeruzalem, die is niet te vertrouwen!’, zei Balthazar ‘Oordeel je niet wat snel?’ vroeg Melchior. ‘Zeker niet! Ik hoor een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: Ga niet naar Herodes!’ ‘Misschien wel de stem van God...’, mompelde hij er achteraan. Het kon nog wel een jaar of vijftien duren, eer deze jonge monarch van zich zou laten horen. Ze hoopten het nog mee te maken.

SAMEN AFWACHTEN

Ze trokken Oostwaarts naar het paleis van Melchior en sleten daar gezamenlijk hun jaren. Elke winter praatten ze over die wonderlijke reis naar dat hutje. Meer dan dertig jaar verstreken. Ze waren stokoud toen er bezoek kwam van een zekere Thomas. Onderweg naar Indië zocht hij onderdak. Thomas vertelde over zijn leraar Jezus. Over zijn koninkrijk dat niet van deze wereld was. Ineens ging er een licht op bij de drie. Dit moest de Jezus zijn bij wie ze lang geleden hadden neergeknield. Ze lieten zich door Thomas dopen.
Niet lang daarna besloten de drie oude mannen om de reis van hun jeugd nog één keer over te doen. Iedereen raadde hun dat af, maar wat ze in hun hoofd hadden, hadden ze niet ergens anders. En met veel kamelen, en vooral dienaren en dienaressen, trokken ze naar het westen. De reis liep treurig af en de drie stierven. Hun stoffelijke resten werden zorgvuldig geconserveerd en in relieken bewaard.


BYZANTIUM - MILAAN - KEULEN

Keizerin Helena haalde ze naar de hoofdstad Byzantium. Daar vonden de reizigers hun rustplaats. Maar, zo vertelt de traditie verder, de relieken werden geroofd en kwamen in Milaan terecht. In 1164 belegerde keizer Frederik Barbarossa de stad. Een abdis, de zus van de burgemeester, zocht wanhopig hulp bij aartsbisschop Reinald van Keulen. Toen de stad uiteindelijk viel, vroeg aartsbisschop Reinald aan keizer Frederik of de abdis de stad mocht verlaten met wat ze op haar schouders kon dragen. De keizer stemde toe en de abdis verliet de stad met op de rug haar broer en de relieken van de koningen - want die had Reinald als tegenprestatie voor zijn hulp gevraagd. Sindsdien rusten de drie koningen in Keulen.
Aldus het verhaal dat de traditie ophangt aan dat zinnetje van Matteüs: Er kwamen wijzen uit het Oosten aan.

KNIELEN IN EEN STAL

Waarheid of legende? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat sinds 1959 vanuit de Keulse Dom elk jaar een actie begint. Kinderen, als koningen verkleed, trekken zingend door de straat en zegenen de huizen door de initialen van Caspar, Melchior en Balthazar, op de deurpost te krijten. CMB is ook de Latijnse afkorting voor ‘Christus zegene deze woning.’ Zo zamelen ze geld in voor kinderen die honger lijden. Dat is inmiddels opgelopen tot 300 miljoen euro voor 25 duizend projecten in Afrika, Azië, Amerika en Europa.
De heilige koningen knielden voor het kind. Ze gingen de wereld voor, in eerbied voor kinderen die geboren worden in een of andere stal. Zij hebben in die ontmoeting ervaren hoe God in de wereld verschijnt. Epifanie is geen legende. Het is waarheid en puur geloof.

ALLES OVER KAMELEN

Lieve kinderen. Diederik was gek op konijntjes. Hij had er twee. Het ene heette ‘Grijsneusje’ en de andere ‘Wipwap’. Grijsneusje en Wipwap zaten in aparte kooien. ‘Anders krijgen ze te veel kinder-konijntjes’, had mamma gezegd. Dat vond Dierderik wel een spannende gedachte, maar mamma was streng.
Als thuis de kerststal was opgebouwd, dan zette Diederik er zijn autootjes bij en dan liet hij de kamelen racen tegen zijn autootjes. ‘Kamelen kunnen hard, hoor’, verzekerde hij. Op internet had hij opgezocht dat een kameel soms wel 25 kilometer per uur kan lopen. 40 kilometer per dag! Als hij dorst heeft drinkt hij 100 liter in één keer. Hij is een prima dier voor in de woestijn. ‘Krijgen ze ook kinder-kamelen?’ ‘Natuurlijk Diederik.’ Diederik dacht aan Grijsneusje en Wipwap. ‘En een dromedaris?’ ‘Een dromedaris ook.’ Het was even stil. En toen: ‘En kan een mamma-dromedaris en een pappa-kameel samen een baby krijgen?’ Diederik schoot in de lach. ‘Een drome-neel! Kan dat?’ ‘Of een kame-laris’, voegde hij er lachend aan toe. ‘Ja zeker Diederik, dat kan.’ ‘En hoeveel bulten heeft-ie dan...? Anderhalf soms?!’ ‘Een drome-neel heeft maar één bult, maar die is wel extra dik!’ Ik zag Diederik denken: toch die konijntjes eens vrij laten! Wie weet. Dan had hij straks..., hij moest even nadenken..., dan had hij een Wipneusje!