De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DOOP VAN DE HEER IN HET B--JAAR 2009
©Ad Blijlevens, Heerlen 2009


KONINKLIJKE WEG

Na alle feestdagen is januari weer een eind op streek. Het gewone leven is teruggekeerd. Maar in onze liturgie is de kersttijd nog niet helemaal voorbij. Vandaag vieren wij de doop van onze Heer. De gedachtenis van die doop van Jezus vormt een overgang. We kunnen dat bijvoorbeeld zo uitdrukken:
Met Kerstmis vieren wij dat Jezus wordt geboren als koning. Op Driekoningen, het feest van de verschijning van onze Heer, wordt Jezus herkend en erkend als Heer en koning. Bij zijn doop in de Jordaan wordt Hij geinstalleerd als koning. Dan begint zijn koninklijke weg, en wij worden uitgenodigd die weg te volgen.
In het evangelie staat: 'In die dagen kwam Jezus uit Nazaret in Galilea...'. Dat is bij Marcus het eerste bericht. Jezus vertrekt uit Nazaret in Galilea, en Hij laat zich door Johannes dopen in de Jordaan. Dat is het begin van Jezus' weg. Ondergedompeld worden in de Jordaan: zó begint Jezus' weg. En zo begint ook ónze weg, de weg van iedereen die, hoe dan ook, gelooft in Jezus, de Messias. In Marcus' beeldverhaal wordt verteld: toen Jezus opsteeg uit het water, 'zag Hij de hemel openbreken en de geest als een duif op zich neerkomen. En er klonk een stem uit de hemel: "Jij bent mijn liefste zoon, jij bent een man naar mijn hart"'
Er is sprake van een bijzondere band tussen hemel en aarde. En de combinatie 'geest' en 'duif' roept in herinnering dat volgens een heel symboolgevoelige traditie Gods geest over de wateren zweefde. De stem is veelzeggend. De evangelist Marcus laat God spreken met woorden van een psalm: 'Jij bent mijn zoon; vandaag heb Ik je voortgebracht'. Dit werd in Jeruzalem gezegd van de kroonprins, wanneer hij koning werd. Want de koning was Gods zoon. Het waren de woorden van de installatie. Zo schildert de evangelist Marcus de doop van Jezus als installatie van Jezus tot de werkelijke koning. Hij is Gods eigen liefste Zoon. Wat wij vandaag in het evangelie hoorden, is Marcus' kerstverhaal. Hij vertelt het ons om ons van meet af aan op het goede been te zetten, om ons de sleutel in handen te geven tot een goed verstaan van alle verhalen over Hem die nog zullenklinken. Vandaag zijn wij ingewijd als hoorders en hoorsters. Jezus is Gods liefste Zoon. Luister zo voortaan naar alles wat over Hem zal worden gezegd.

Tussen de Jordaan en het kruis gaat Jezus zijn weg, zijn koninklijke weg. Over die weg gaat het in alle verhalen die wij vanaf nu over Jezus gaan horen. Bedenken wij daarbij: ondanks alle verschillen met Jezus' eigen doop, is die doop van Jezus ook een beeld van ónze doop. Ook in ónze doop is in kiem alles aanwezig wat in ons christelijk leven wordt ontvouwd. Ook wij zijn kinderen Gods, ook wij hebben een levensopdracht, en ook wij hebben de Geest ontvangen om als dochters en zonen van God Hem en onze medemensen te dienen.
Wij zijn en worden dus uitgenodigd om mee te gaan op Jezus' weg, als tochtgenoten en als zijn zusters en broeders. De verhalen doen ons Hem steeds beter en dieper kennen. Het beluisteren ervan maakt dat wij zijn koninklijke weg mee voltrekken in ons leven van alledag, in de kracht van Gods Geest. Hoe die weg er dient uit te zien, tekent ons vandaag de profeet Jesaja in de eerste lezing. Het zijn onsterfelijke woorden, die gelden voor Gods volk, voor Jezus vooral, maar ook voor alle mensen. Op een nieuwe manier geldt Jesaja's boodschap namens God: Komt naar het water en luistert naar Gods woord! Jezus is de Bevrijder wiens weg wij dienen te volgen, met de gevolgen vandien. Gods Geest is daarin werkzaam. Zo zijn en worden wij steeds meer zusters en broeders van Hem van wie God zegt: 'Jij bent mijn liefste zoon. Jij bent een mens naar mijn hart'.