De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DERDE ZONDAG IN HET B--JAAR 2009
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2009

DE MOED VAN JONA

 

KUDDEDIEREN (1)

Mensen zijn kuddedieren. Daar hoeven we ons niet voor te schamen. Het zit in onze hersenen, las ik onlangs in de krant. Een mens heeft in de natuur veel vijanden. Al te sterk is hij niet. Erg snel evenmin. Hij moet het van zijn slimheid hebben en van zijn groepsgedrag. In bijbelse tijden was het al opgevallen dat een mensenmenigte iets van een kudde schapen heeft en dat was niet beledigend bedoeld!
Ik kwam eens na een fietstocht aan op de markt in Aken. Er lagen verschillende terrassen naast elkaar. Een stuk of drie lagen te stralen in de zon. Het was nog tamelijk fris. Ik zocht op het linkse terras naar een vrije stoel. Toen viel het me op dat alleen dat linkse terras bezet was. De andere twee waren leeg! Ik liet een blik op de menukaart vallen. De prijzen leken nogal hetzelfde en het aanbod ook. Ik vertrouwde het niet. Zouden die andere terrassen niet deugen? Zou de wachttijd er langer zijn of het mineraalwater uit een grote open fles komen? Ik koos voor het middelste terras. De koffie was er prima. Er was niets mis met de stoelen. Het linkse terras had gewoon de eerste bezoekers gehad en de kudde was er achteraan gekomen.

KUDDEDIEREN (2)

Ooit was er een begrafenis in de Laurentiuskerk. Rechts vooraan zat de familie. De bezoekers bleven wat op afstand, maar gingen ook in de rechterbeuk zitten. Op een gegeven moment was de rechter helft van de kerk vol, maar niemand zat aan de linkerkant. Dat duurde zo hele plechtigheid. De kudde koos voor veiligheid, de rij waar iedereen al zat.
Het kuddegedrag heeft goede oorzaken en dient goede doelen. Maar nadelen zijn er ook! ‘Puh’, hoorde ik een meisje van een jaar vijftien zeggen, ‘mijn opa rookt ook en die is al 72!’
Aan het begin van de autoweg in Heerlen mag je in de buurt van het hospice maar 50 kilometer rijden vanwege geluidsoverlast. Als na het op groen springen van de stoplichten zich daar eentje aan houdt dan rijdt iedereen voorzichtig. Als de eerste een sprint inzet volgen ze bijna allemaal.
Het kuddegedrag van mensen schreef vroeger voor dat je elke zondag naar de kerk moest gaan, en tegenwoordig dat je een rare bent als je dat doet. Het zei na de oorlog dat je gastvrij moest zijn voor vreemdelingen en tegenwoordig dat je ze beter kunt wantrouwen. Wat de kudde doet of mooi vindt, of normaal, dat verandert in de loop der tijden, maar dat we bij voorkeur de kudde volgen zit in onze hersenstructuur.

TEGENSTEM

Ik realiseer me dit vandaag om me bewust te zijn van de heel bijzondere betekenis van profeten. Zo’n Jona bijvoorbeeld. Jona was gegrepen door zijn geweten. Het ergerde hem dat de inwoners van Nineve de wetten van God aan hun laars lapten. Maar hij is bang. Hij durft de stem van zijn geweten niet te volgen. Hij durft de meerderheid niet te tarten. De bijbel beschrijft hoe hij alle vluchtwegen zoekt en zelfs de onmogelijke! Hij is zelfs drie dagen onvindbaar, verzwolgen door een zeemonster. Maar dan wint zijn geweten het van zijn conformisme. Hij gaat ín tegen de publieke opinie en loopt de wereldstad Nineve in, de stad van de vijand, de stad vol mensen die er anders over denken, de grote stad - het staat er wel vier keer. Drie dagen had je nodig om er doorheen te wandelen. Dat was zolang als hij in de buik van de zee weggekropen was geweest. Daarbij vergeleken was Jeruzalem een dorp.

GEWETEN VOLGEN

In Aken was ik vooraan op het middelste terras gaan zitten. Ik werd snel bediend! Toen ik een pagina of tien gelezen had keek ik om me heen. De tafeltjes rondom mij waren intussen bezet. Velen waren me gevolgd. Een betere zaak waardig!
Jona was even verbaasd. Wat hij nooit had gedacht gebeurde. De Ninevieten bekeerden zich. Dat is een toegift. Een onverwacht goede afloop. Menig profeet sterft verguisd of vergeten. Menigeen die luistert naarde stem van zijn geweten en ook zegt wat de meerderheid niet graag hoort, wacht hoongelach of sterft in gevangenschap. Maar hoe het ook afloopt: Jona kon niet anders. Hij heeft geprobeerd om te vluchten, maar alleen door zijn geweten te laten spreken vond hij zijn bestemming.

SPRONG IN DE VIJVER

Lieve kinderen. Toen juffrouw Karin de klas binnenkwam zag ze nog net hoe Ewald een stukje kaas uit zijn boterham rukte en het naar Joris slingerde. Met strenge, harde stem riep ze ‘Ho, ho! Kom jij eens hier Ewald. Hier wordt niet met eten gegooid! Joris, breng dat stukje kaas hier!’ Ewald liep langzaam naar voren en Joris trok een vies gezicht. ‘Jak, dat is vies; dat moet hij zelf maar doen!’ ‘Ewald, voor straf schrijf je tien keer: Ik mag niet met eten gooien... En laat je moeder daar een handtekening onder zetten.’ Joris had met tegenzin het stukje kaas op de lessenaar gelegd. ‘Waarom gooide je met kaas?’, vroeg de juf fel. ‘Ewald had een vuurrood gezicht gekregen. Bijna stotterend zei hij: ‘Joris had een gummetje naar mij gegooid.’ ‘O,’ zei de juffrouw bijdehand, ‘en als Joris in de vijver springt, dan doe jij het ook!’ ‘Hij sprong niet in de vijver, juf; hij gooide een gummetje.’ Enkele kinderen lachten in hun vuist. ‘Ja maar áls, áls hij in de vijver sprong, sprong je hem dan achterna?’ De blikken van Ewald en Joris kruisten elkaar. En Ewald zei stralend: ‘Ja zeker! Dan sprong ik hem achterna!’ Je lijkt wel een schaap’, zei de juf. Als één schaap naar rechts gaat gaan ze allemaal naar rechts. Maar je moet zelf nadenken. Niet de anderen na-apen!’ Joris begon te lachen: ‘na-schapen, juf!’ De hele klas schaterde het uit. Juffrouw Karin het hardst.