De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

ZESDE ZONDAG IN HET B--JAAR 2009
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2009

STEMMEN

 

BOZE STEMMEN
Tevreden fietste ik huiswaarts. De bijeenkomst had me goed gedaan. Hier was de geest van Jezus voelbaar geweest. Ik had het nodig na al die kwade stemmen van de afgelopen weken. Antisemitische stemmen van aanhangers van Lefebvre. Een stem die de gaskamers van Hitler ontkende. En anders de stilte wel, het uitblijven van een bemoedigend ondubbelzinnig woord van de paus. De stemmen van mensen die zich daarom lieten uitschrijven. Teveel kerkpolitiek, te weinig Jezus. Te gek voor woorden!

DAPPERE STEMMEN
Nu kwam ik terug van een ander gesprek. Ik had een groep dappere mensen ontmoet. Een stuk of twaalf. Ze varieerden in leeftijd tussen de 24 en 50 jaar. Allemaal waren ze lid van een patiëntenvereniging. Ze leden aan een of andere vorm van schizofrenie. Ik was uitgenodigd omdat ze wel eens met een pastoor wilden praten over de zin van hun bestaan. Hoe dacht Jezus daar bijvoorbeeld over?
Zou die Williamson, die door de paus in de kerk was toegelaten, ook ontkennen dat patiënten systematisch werden uitgeroeid?

ISOLEMENT
Een voor een kwamen de deelnemers binnen. Ze hadden allemaal al veel meegemaakt. Toen de eerste ziekteverschijnselen zich openbaarden, was een moeilijke tijd begonnen van onzekerheid, angst en schaamte. Er waren bazen die boos werden; leraren die hatelijke opmerkingen maakten. Een psychiater die alleen maar in zijn papieren keek, de patiënt liet praten, af en toe iets opschreef en voor de rest zijn mond hield. Er volgde een gedwongen opname. Er was een isoleercel. En misschien was het isolement waarin ze op school of op het werk terechtkwamen nog erger. Niemand om eens onbekommerd mee in de trein te stappen en te gaan shoppen in Luik. Het machteloze gevoel niet met het nodige respect behandeld te zijn. Maar nu zaten ze hier. De gespreksleidster heette ons welkom.

NABIJHEID
Ze begon, zoals altijd, met wat ze noemde: een ‘rondje positief’. Iedereen werd uitgenodigd iets te vertellen dat hem gelukkig had gemaakt. De eerste die het woord kreeg leek bijna te slapen, hij had de ogen dicht. Maar die schijn bedroog. Toen hij de beurt kreeg schoot hij rechtop, keek de kring rond en zei: ‘Ik heb een nieuwe vriendin.’ Iedereen blij! Een tweede had werk. Een derde was een cursus begonnen op de Open Universiteit. Een ander had een fijne plek in een leefgroep gevonden. ‘Ik had het niet volgehouden...’, vertelde er een, ‘...ik heb boven op de flat gestaan; maar mijn ouders hebben me altijd moed gegeven.’ Ik zag anderen knikken. Ja, anders kwam je er niet uit. Als er geen anderen waren die in je geloofden. Die achter je bleven staan. ‘En dat was niet altijd makkelijk, want ik heb rare dingen uitgehaald!’, voegde hij er lachend aan toe. ‘De mensen weten te weinig over ons’, betoogde er een. Ik nam me voor om over deze helden een keer te vertellen.

ZINGEVING
Ik heb die middag veel geleerd. Ik begreep dat gezonde mensen makkelijk de illusie overeind houden dat hun leven zin heeft. Hun werk is gewichtig. Hun agenda staat vol belangrijke dingen. Ze komen niet aan hun naakte bestaan toe. Als ziekte toeslaat, als je ontslagen wordt en de geoliede machine van oppervlakkigheden knarsend tot stilstand komt, dan is er geen status meer om je achter te verbergen. De vraag naar de zin van je leven wordt rauw en wanhopig.

MELAATSE
Jezus heeft een weerbarstige ontmoeting met een melaatse. De maatschappij was zo ingericht dat de gezonde mensen de leprozen nooit tegenkwamen. Jezus voelt huiver. Deze zieke is een mens, geschapen naar Gods beeld en op God gelijkend. Jezus gelooft in zijn goede mogelijkheden. Hij roept ze op. De zin van de melaatsheid is niet dat het een straf is. Het is evenmin een manier waarop God ons beproeft of heiligt. Nee, de zin van zijn handicap is er pas als er een goed contact is met anderen. Jezus deelt de pijn van de zieke en diens isolement - hij kan zich nergens meer vertonen! - en de zieke deelt in Jezus’ gezondheid.
Het was moeilijk om zinvol te leven, vonden ze, zonder de pillen, zonder acupunctuur, zonder ouders, zonder elkaar. Velen hadden last van nijdige stemmen in hun hoofd. ‘Maar’, zo constateerde iemand, ‘die hadden wel meer mensen.’ Ik kon het bevestigen. De bijbel staat vol innerlijke stemmen. Sommige werden zelfs aan God toegeschreven. Dat zijn de barmhartige stemmen. Andere komen van de Satan, die stonden van de week in de krant.

OMA TOFFEE
Lieve kinderen. Juffrouw keek met rollende ogen de kring rond. ‘Zo kinderen’, ze wachtte even tot Lieke ook op haar stoeltje zat, ‘nu luisteren we naar Bryan!’ Bryan zat al zo lang met zijn hand omhoog dat hij niet meer wist wat hij wilde zeggen. Gelukkig schoot het hem weer te binnen. ‘Mijn opa’, Bryan slikte, ‘opa Brunssum hè, die heeft een schaap en die had een babyschaapje in de buik. Een lammetje! Opa zei: die zit onder de wol.’ Bryan lachte, al snapte hij niet helemaal waarom. ‘Zo, dat is goed nieuws’, zei de juffrouw. ‘Nee!’, Bryan stak zijn wijsvingertje omhoog. Mamma-schaap wil niks met het lammetje te maken hebben. Dat is heel zielig. Als die wil drinken dan trapt zijn moeder hem weg.’ De kinderen in het kringetje schrokken. Dat zulke moeders bestaan! Iedereen had het lam zó mee in bed genomen! Maar Bryan was duidelijk nog niet uitgesproken. Hij ging met harde stem verder. ‘En nou heeft mijn oma Toffee...’ Bryan begreep dat het verhaal ingewikkeld werd. ‘Oma Toffee hoort bij opa Brunssum’, legde hij uit, ‘dat wist ik vroeger niet! Oma geeft het lammetje elke dag een flesje melk en ik ook!’ De kinderen keken vol ontzag naar Bryan. Zo kwam het toch nog goed met... Hoe heet dat lammetje? ‘Tarzan’, zei Bryan verlegen.