De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

KERSTMIS 2001
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2001

KERST MET DE KINDEREN
KERSTVERHAAL

(het verhaal is in uitvoerigere versie in drie delen tijdens de advent ook verteld in de nevendienst)
Lieve kinderen. Je hebt het verhaal van het ezeltje gehoord. In Bethlehem vond Jozef geen plaats. Ik zal je nog vertellen waarom daar geen plaats meer was.
Jacob was de baas van de herberg. Hij moest met zijn vrouw Sara altijd heel hard werken. Toen Jacob hoorde dat er een volkstelling kwam en dat er veel mensen naar Bethlehem zouden komen, toen dacht Jacob slim: nu kan ik rijk worden. Ik maak van mijn arme herberg een twee-sterren-hotel!
“Sarah, dit is mijn kans om veel geld te verdienen.’ zei Jacob. “We gaan het huis van de zolder tot de kelder poetsen en het plafond witten. En Morrie, de ezel, die moet maar zolang in ons schuurtje, achter in het veld logeren. Dat gebalk de hele dag is niets voor onze sjieke gasten. En weet je wat? Praat jij eens met opa, die wil misschien wel met de ezel mee naar het schuurtje. Het is maar voor een weekje. Dan hebben we nog een kamer extra te verhuren!"
Toen Jacob eenmaal bezig was met boenen en poetsen zei hij tegen Sarah:
"Net zo makkelijk maken we er een drìe-sterren-hotel van. Dat beurt nog meer per kamer. En als de kinderen ook een nachte uit logeren gaan, dan komt er nog een kamer vrij. We sturen ze met opa naar het schuurtje in het veld. En Schorrie, de oude os moet ook weg. Die stinkt teveel. De kinderen nemen
hem wel mee!"
Toen al het werk gedaan was, zette Jacob drie sterren op het dak van zijn hotel. De gasten konden komen! Overal in Bethlehem zag je rijke mensen met prachtige kleren aan. In de herberg van Jacob was het een drukte van belang. Het was al bijna nacht toen er nog twee gasten aanklopten. De herbergier zag meteen dat hier geen geld te halen viel. Hij zag ook nog dat de vrouw zwanger was.
“Is er misschien voor ons nog een plaatsje om te overnachten? Mijn vrouw is zo moe”, zei Jozef .
“Voor anderhalve denarie per nacht heb ik prachtige kamers!" zei Jacob. “kijk maar op mijn dak, daar staan drie sterren!”
Teleurgesteld liepen Maria en Jozef verder. Zoveel geld hadden ze niet. Waar moesten ze heen? Ineens wees Jozef schuin omhoog: "Kijk, Maria, zie je de ster daar boven. Die staat precies boven een schuurtje. We hebben dat drie-sterren-hotel niet nodig. We trekken in dat één-sterren-hutje!"
Vermoeid klauterden de man en de vrouw de heuvel op. Toen zij bij de stal aankwamen keek de os verbaasd op. Nog meer bezoek. Dat kon nog gezellig worden. Ook de kinderen waren opgetogen met hun gasten en opa begon meteen te vertellen over vroeger.
Schorrie ging aan de ene kant liggen en Morrie aan de andere kant. Zo gaven ze warmte aan Jozef en Maria. Zo gegbeurde het dat Maria haar kindje kreeg in een stal, en dat er tot op de dag van vandaag in onze huizen kerststalletjes staan en geen kersthotelletjes!