De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DRIEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 2001
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2001

DE VRIEND VAN DE BRUIDEGOM

EEN MILDE JOHANNES
Ik stelde me Johannes de Doper altijd voor als een sprinkhanerige ascetisch magere man. Na het evangelie van vandaag zie ik een mild lachende meneer voor me. Een die Bourongdisch geniet van de delicatesse: sprinkhanen met honing. Iemand die van harte blij is met het succes en het geluk van andere mensen. Een mooie man. Hij hoeft niet zelf te scoren. Het doelpunt van zijn vriend ervaart hij als zijn eigen levensvervulling.

ONVERVULD
Dat is wel eens anders. Een oude man had van z’n specialist te horen gekregen dat hij nog maar enkele maanden te leven had. Het was januari. Tegen iedereen die het wilde horen, verklaarde de man sindsdien dat hij nog zo ontzettend graag één keer het voorjaar wilde meemaken. Mocht het hem toch gegeven zijn nog één keer het uitbotten van de bomen in de vroege lente te mogen zien, het prille groen, de bloemen en misschien de eerste kersen in mei. Hij keek me een beetje verongelijkt aan: was dat soms teveel gevraagd? Het was midden juli toen ik weer bij hem op bezoek was. Hij klaagde over de verpleging. Ik wilde hem troosten maar zei iets doms: ‘Die lente nemen ze u niet meer af...’ Hij keek me een beetje boos aan en zei toen geïrriteerd: ‘Bah, dat zegt iedereen tegen me...’
De man had gedurende de lente zijn doelen vooruitgeschoven. Nu nog een zomer, straks nog een herfst...

VERVULD
Wat mooi, als je ergens naar uitziet en dan de vervulling mag meemaken. Wat mooi: Jan de Doper die tegen de heersende opinie heeft opgeroepen tot een ander leven omdat God in aantocht is en die dan Jezus ziet verschijnen. Hij geniet ervan. Wat mooi als je zonder afgunst ziet hoe je leerlingen overlopen naar die ander. Wat mooi als je dan kunt zeggen: het is mij genoeg om de vriend van de bruidegom te zijn. Ik hoef zijn bruid niet!

PESACH-EFFECT
‘Pesach’ is het joodse woord voor Pasen. Onderzoekers hebben ooit ontdekt dat er minder Joden sterven in de week vóór Pasen dan in de rest van het jaar. Men noemt dat het ‘Pesach-effect’. Kennelijk kan een stervende zijn dood uitstellen om nog iets belangrijks mee te maken. Pasen is zo belangrijk voor de Joodse gelovige dat hij er letterlijk naar toe leeft. Overigens trad het Pesach-effect alleen bij de mannen op. Voor de vrouwen was Pasen vooral een feest van grote druk en heel veel werk.
Dit effect kun je waarnemen aan een sterfbed. Een moeder blijft leven totdat ook haar laatste kind uit Düsseldorf is gearriveerd. Een vader blijft helder totdat hij zijn zoon uit Nijmegen nog heeft kunnen horen.
‘Ik ben zo blij’, zei een jonge moeder die drie maanden voor de geboorte van haar kindje haar eigen moeder had begraven. ‘Ik ben zo blij dat zij nog geweten heeft dat er een kleine op komst was. Dat was verschrikkelijk belangrijk voor haar. Wat heeft ze zich daarop verheugd’. Of een jonge vader: ‘Ik weet zeker dat mam op de geboorte heeft gewacht. Ze kon de kleine bijna niet meer in de armen houden. Wat was ze gelukkig. Hier is een foto.’
Wat mooi als kleine levensdoelen worden bereikt. En allicht, wij willen er snel een volgend doel aanplakken. Na de lente de zomer, na de geboorte de eerste communie, na het eindexamen het vriendinnetje. Het leven gaat verder en we zijn er verknocht aan, hoe wreed het ook kan zijn.

MOOIE MENS
Het geheim van Jan de Doper is dit: zijn werk en zijn missie beschouwt hij niet als zijn privé-verdienste. De Doper is zich ervan bewust dat de prediking van Jezus ook zijn eigen ontplooiing is. De ander is niet zijn concurrent maar iemand die hetzelfde doel nastreeft en in wiens zorg en glorie hij deelt. De successen van hem zijn ook zijn eigen successen.
‘Mijn kleinkind zal over vijf jaar de bruine herfstbladeren met nog meer plezier door het zonlicht laten dwarrelen dan ik zelf ooit gedaan heb.’ Als ik in vrede leef met mijn omgeving, dan is het levensdoel elk moment bereikt.
‘Nu is mijn vreugde volkomen’, stelt Jan de Doper met voldoening vast. Het geluk van anderen maakt hem niet afgunstig maar gelukkig. Wat een mooie mens!

DE GROTE BROER
Lieve kinderen. Luc had een klein zusje, Anne. Anne liep altijd achter haar grote broer aan. Ze vond het leven van de grote Luc spannend. Voetballen in de modder was leuker dan poppen wiegen, vond Anne. Zo kwam het dat Anne naast Luc zat op een verjaardagsfeestje. Er werd een wedstrijd gehouden. Iedereen zat aan tafel en kreeg een stuk papier. De eerste prijs was een extra stuk taart. Wie die leukste tekening kon maken van de jarige Tom had gewonnen. Luc pakte een stift en begon te tekenen. Hij tekende Tom met het voetbalshirt van Ajax, want Tom was gek op voetbal. Anne keek met vurige oogjes naar het werk van haar grote broer. Ze tekende ook een voetballer. Ze deed verschrikkelijk haar best. Haar tong stak uit haar mond. Luc tekende aan de voeten van Tom een zak met frieten, want daar was Luc ook gek op. Anne vond het prachtig. Frieten in een zak op de grond. Frieten tekenen was lekker makkelijk. Enfin, Anne tekende alles van Luc na, zelfs de vogel in de lucht met het vlaggetje.
Na een videofilm kam de uitslag van de wedstrijd. ‘De eerste prijs gaat naar...’ Toms moeder aarzelde met opzet om het spannender te maken. ‘Naar... Anne!’ ‘Yèhh!’ riep Anne terwijl ze overeind sprong. De moeder liet de tekening zien. ‘Wat origineel, kijk maar, Tom in voetbaltenue!’ Al die tijd had Luc niets gezegd. Luc zat te kijken en.... Luc glunderde. Luc dacht: ‘Dat heeft ze van mij geleerd.’ Trots liep hij naar zijn zusje toe en zei: ‘Proficiat’. Anne was blij en riep: ‘Dat heb ik van jou afgekeken.’ ‘Goed gedaan meid.’ Luc was blij en trots. Hij wist in zijn hart dat zijn idee gewonnen had.