De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

VIERDE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2001

DIES IRAE, DIES ILLA

OVERGESLAGEN GENERATIE
Op de radio was een socioloog aan het woord. Het ging over de Limburgse taal. Mij is deze zin bijgebleven: ‘als de taal één generatie niet wordt doorgegeven dan zal ze, hoe oud ook, verdwenen zijn uit de geschiedenis... Zou dat met het geloof ook zo zijn?

LAATSTE KORENWOLF
Verleden jaar liep in de carnavalsoptocht een ‘einzelgänger’, een droevige figuur, volgens goed Kerkraadse traditie in een zwart pak gekleed. Met een grote verrekijker speurde hij in het rond. Op zijn rug droeg hij een - eveneens volgens goede traditie bijna onleesbaar - bord: ‘Iech zeuk d’r letste koarewoof’. De grap was dat hij in de verte starend niet in de gaten had dat onder zijn voetzool een dood hamstertje kleefde. Hopelijk niet het laatste!
De korenwolf is - anders dan de naam suggereert - een lief inheems hamstertje. Af en toe wordt er een ontdekt als een akker plaats moet maken voor een industrieterrein. De laatste hamsters zijn nu gevangen. Ze moeten later op een geschikt terrein voor een nieuwe populatie zorgen. Deze laatste groep korenwolfjes zijn wat in de bijbel wordt genoemd: ‘de heilige rest’.

HEILIGE REST
De zesde eeuw voor Christus was een woelige tijd. De profeet Sefanja maakt grote machtswisselingen mee in het buitenland en in Israël hadden koningen geregeerd die het niet zo nauw namen met de Thora en heidense rituelen hadden toegelaten. Trouwe gelovigen hadden het gevoel een uitstervend ras te zijn. Dit groepje volhouders noemt Sefanja een heilige rest. Het zijn de laatste getrouwen die ooit wellicht hun vleugels zullen uitslaan. Ze bouwen een brug naar de toekomst. ‘Wees niet treurig, zie jezelf niet als een schamel overblijfsel maar als een belangrijke groep gelovigen.’ Misschien zijn juist de besten overgebleven. Het zijn de sterkste en slimste korenwolfjes die hebben standgehouden!
Sefanja merkte ook op dat juist veel invloedrijke mensen meewaaiden met iedere wind. Juist de koning en zijn hof hadden lak aan de overlevering. Juist de handelaren hadden het geloof van de vaderen losgelaten. De publieke opinie was de vrome vijandig gezind. Juist de eenvoudige lieden hadden de waarachtigheid bewaard in hun hart.
Nu we het toch hebben over bedreigde diersoorten kunnen we ook even denken aan MVV. Je hoort wel eens van bestuurders van grote clubs, van artiesten of van leden van het koningshuis, dat zij veel aanhang hebben zolang het hun goed gaat. In moeilijke tijden moeten voetbalclubs, artiesten en vorstenhuizen het hebben van een kleine groep trouwe fans. Die groep kan slinken tot een heilige rest, maar ze is de kiem van een nieuwe bloei.
Wat kunnen we vandaag de dag van Sefanja leren? Eerst een opmerking vooraf. De geleerden in Rome die met de schaar de liturgische lezingen hebben samengesteld, hebben uit Sefanja een van de weinige hoopvolle citaten geknipt. De profeet is overwegend dreigend en somber. In de dertiende eeuw heeft iemand door de profeet geinspireerd het huiveringwekkende ‘Dies Irae, dies illa’ geschreven dat tot 1969 in elke requiemmis gezongen werd. Een lied over de angst voor een vonnis-sprekende God.

VAN MEERDERHEID NAAR MINDERHEID
Maar goed, wat heeft Sefanja thans nog te vertellen? De meeste ouderen onder ons zijn katholiek geworden in een tijd en een omgeving waarin ze een meerderheid vormden. Katholiek zijn was normaal. Op de voorpagina van de Volkskrant stond op goede vrijdag een stemmige foto met een gedicht. Je liet je uitbundig fotograferen tijdens een retraite-weekend in Spaubeek of op de Molenberg. Eens zou iedereen op aarde tot het katholicisme bekeerd zijn. Je deed mee met de grote groep.
Dat voelt veilig. Meedoen met de mode en de waan van de dag. De auto rijden die ze allemaal rijden. De partij kiezen die aan de winnende hand is. Het is een zegen voor de samenleving dat de meesten mensen zo samenhang zoeken.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Mensen die tegendraads zijn, die in opstand komen, die een waarschuwende stem laten horen. Verzetshelden en profeten. Eenlingen in de optocht. Ook zij zijn onmisbaar.
Wij, gelovigen, moeten eraan wennen dat we geen meerderheid zijn. We zijn echter geen schamel overblijfsel. Geen achtergebleven stelletjes gekken. We zijn een heilige rest, de overgebleven korenwolven die een link leggen naar de toekomst. Dat is niet schamel. Dat is een ere-rol in de geschiedenis.

DE HEILIGEN
Het is helemaal niet erg dat de kerk klein wordt. Ze mag zo klein zijn als het mespuntje zout in het deeg, maar dat zout moet wel kwaliteit hebben.
Daar precies gaat het Jezus en Sefanja om: de heilige rest moet zich vooral niets inbeelden. Heilig ben je alleen als je de eenvoud bewaart. Heilig ben je als je de gastvrijheid beoefent. Heilig ben je als je zachtmoedig spreekt over anderen. Als je niemand veroordeelt of vervolgt. Als je integer kiest voor wat goed en waar is. Heilig ben je als je vrede sticht. Als je zo kunt leven zul je de geloofsgemeenschap behoeden voor uitsterven. Uit het Dies Irae, Dies illa, dag van doem en wraak, wordt bij Sefanja deze hoop geboren!

WAT JE ZEGT BEN JE ZELF
Lieve kinderen. Loes was een leuk maar een beetje brutaal meisje van een jaar of negen. Toen ik eens tegen haar zei: ‘Wat heb je leuke sproeten!’ riep ze keihard: ‘Wat je zegt ben je zelf!’. ‘Wat ben jij brutaal!’ ‘Wat je zegt ben jezelf’ zei ze iets minder hard. ‘Je lijkt wel een papagaai’ ‘Wat je zegt ben je zelf’, klonk het onzeker nu. Ik hield er maar mee op.
Hoorde ik straks in het evangelie niet hetzelfde? Jezus zei het met andere woorden ook: ‘Wat je zegt ben je zelf.’ Mensen die ophouden met ruzie maken, die zullen ook mensen tegenkomen die hun een hand geven. Mensen die een ander kunnen vergeven, komen mensen tegen die hún vergeven. Mensen die lief zijn komen mensen tegen die lief zijn... tenminste vaak. Niet altijd, zei Jezus. Soms wil je lief zijn en krijg je klappen. Dan zal God lief voor je zijn.