De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

TWEEDE ZONDAG IN DE 40DAGENTIJD 2001
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2001

HUTTEN BOUWEN

HUTJES
De mooiste middagen in mijn kindertijd waren de regenachtige woensdagen. Dan mochten we op zolder spelen. Onder de balken werd een dorp gebouwd. Oude dekens waren muren. Waterslangen met trechters aan de uiteinden waren radiotoestellen. Met een speelgoed naaimachientje perforeerden we papier tot vellen postzegels. Kortom we bouwden een stad waarin iedereen zijn eigen hutje had om in weg te kruipen en om bij elkaar op bezoek te gaan. We bouwden de wereld na om ze volmaakt te maken en om er zelf de baas in te zijn. Een volmaakte wereld die altijd uitliep op ruzie.

LOOFHUTTEN
‘Laten we drie hutten bouwen’, roept Petrus als hij droomt over de ware gestalte van Jezus. Hij wil een hut bouwen, zoals joodse gelovigen deden tijdens het loofhuttenfeest. De hutjes waren oorspronkelijk bedoeld om de wijngaarden te bewaken als de druiven rijpten. Later kreeg de overnachting een religieuze betekenis. Het verblijf in de hutten moest het volk herinneren aan de tijd waarin ze vluchteling waren geweest. Gedurende één nacht moesten ze zich verbonden voelen met hun voorouders die onderdrukt waren en die zich met Gods kracht haddden bevrijd. Gelovige joden bouwen nog steeds elk het najaar zo’n hut. Het dak erboven moet dicht genoeg zijn om schaduw te geven overdag en open genoeg om ‘s nachts de sterren te zien. De drie muren moeten stevig zijn, maar niet zo sterk dat ze een storm zouden trotseren. De overnachting onder de loofbladeren, turend naar de sterren, kreeg steeds meer de betekenis van uitzien naar een betere toekomst, naar het ogenblik waarop Gods werkelijkheid zou neerdalen. ‘Laten we drie hutten bouwen’, zegt Petrus. Hij heeft wel zin in die werkelijkheid van God. En Jezus was voor hem een goed begin.

LEEFBARE WERELD
Het verlangen naar een wereld die komt uit Gods hart, dat was de kern van Jezus’ geloof. Het was een scheppende kracht in de vele eeuwen achter ons toen mensen gebukt gingen onder epidemieën, kindersterfte, honger en oorlog. Tegenwoordig lijkt het echter een beetje uit de tijd om te dromen en idealen te koesteren.
Een voorbeeld. In de politiek lijkt een nieuw ideaal een programma te krijgen. Het laat zich samenvatten met het woord ‘leefbaar’. Met leefbaar wordt bedoeld dat wij ons eigen nest prettig en overzichtelijk houden. Ik kan alleen maar geloven in een partij die een ‘leefbare wéreld’ nastreeft. Want als je een beetje rondkijkt, valt het hier reuze mee met die leefbaarheid. Misschien is het nog nooit en is het nergens zo leefbaar geweest. Voel liever eens hoe je voorouders hebben geleefd. Ervaar hoe underduikers hebben geschuild. Overnacht eens in een hutje.

IDEALEN
We lijken op verwende kinderen die zoveel bezitten dat de angst zich van ons meester maakt. Wie huilt er nog om het lot van Afrika? Geloven we niet meer in het ideaal dat het brood van de aarde er is voor iedereen? Geloven we niet meer in de opdracht dat we zieken moeten genezen, te beginnen bij de kinderen met aids in Afrika? Geloven we nog in Jezus’ diepste overtuiging dat geweld geweld oproept en dat alleen zachtmoedigheid vrede sticht?
Het evangelie van vandaag maakt me een beetje jaloers. Jaloers op de tijd waarin we idealen hadden. Jaloers op de dagen waarin we droomden van een wereld waarin iedereen gelukkig kon zijn.
‘Laten we drie hutten bouwen.’ Laten we door het lover turen naar de sterren en elkaar vertellen over een wereld naar Gods hart. Laten we in de nacht een liedje zingen van verlangen. Want zonder dat verlangen zijn we geen mens meer!

KOFFERS PAKKEN
Abraham pakte zijn koffers. Hij verliet huis en haard want hij had een droom dat er een veel beter en mooier land mogelijk is.
De afgelopen weken ben ik bezig geweest met de verhuizing. Het was een deprimerende tijd. Mijn hele leven was ingepakt in dozen. Overal dozen met stukjes versleten ik. In de keuken: dozen. Op de gang: dozen. In de garage: dozen. Deprimerend totdat ik me realiseerde: wat heb ik toch veel om in dozen te doen. De meeste mensen op aarde krijgen heel hun bezit in één doos. En menigeen is daar gelukkig mee. Ik heb de dozen uitgepakt. Ik kreeg het huis er niet mee gevuld. De pastorie is geen hutje! Verre van!
Na de droom wreven Petrus Johannes en Jacobus zich de ogen uit. Ze keken verwonderd om zich heen. De wereld waarin ze stonden was donker, maar ze konden verder. Vanwege hun droom!

DROMEN ZIJN GEEN BEDROG
Lieve kinderen. Tim moest naar het ziekenhuis. Morgen al. Hij zou er enkele nachten moeten blijven. Gelukkig zou mamma meegaan. Tim was toch een beetje zenuwachtig. Hij was bang dat de zuster bloed zou komen prikken. En hij was bang om te zeggen dat hij bang was. En zouden ze hem niet uitlachen om zijn knuffeltje, een tot de draad versleten girafje? Mamma was hem extra lief goede nacht komen wensen. ‘Je bent een dappere vent’, had ze gezegd. Het was al heel laat toen Tim in slaap viel. Tim droomde. Hij droomde dat hij in het ziekenhuis lag. Een verpleegster kwam bij zijn bed staan. Ze riep heel hard: ‘Je kunt naar huis Tim.’ Buiten stond een prachtige oude kar klaar met een paard ervoor. Tim mocht instappen. Zijn vader zat op de bok. Hu!, riep die en het paard galloppeerde naar huis. Langs de weg stonden de kinderen van de klas. Ze zwaaiden en hadden spandoeken met ‘dappere Tim’. Thuis was de meester van de school. ‘Omdat je zo dapper bent mag je een week extra vakantie vieren’ zei de meester en van Klaartje kreeg hij een verlegen kusje. Toen werd Tim wakker. Hij had bijna zin in het ziekenhuis. Soms helpen dromen.