De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 2002
© Ad Blijlevens, Heerlen 2002

WATER UIT DE BRON

Merkwaardig, - we kennen van die Samaritaanse vrouw niet eens haar naam. Steevast wordt zij de 'Samaritaanse' genoemd. Het gaat in dit verhaal blijkbaar niet over de lotgevallen van één persoon. De vrouw vertegenwoordigt heel de Samaritaanse geloofsgemeenschap. De beelden in dit verhaal wijzen in dezelfde richting. De bron van Jacob op 'het stuk grond dat Jacob aan zijn zoon Jozef had gegeven', is een beeld van de godsdienstige overlevering waaruit de Samaritanen water putten. Maar dat water lest volgens Jezus de dorst niet
. Over de Samaritaanse godsdienst wordt in dit evangelie een nogal hard oordeel geveld. De godsdienstige overlevering en eredienst van onze eigen dagen staan er vaak echter niet veel beter voor! Voor veel mensen geeft de godsdienstige traditie geen water meer waarmee zij hun dorst kunnen lessen. Menigeen heeft er daarom mee gebroken en is op zoek gegaan naar een andere drinkplaats. Voor de eredienst geldt hetzelfde. Hij is voor menigeen achterhaald, oninteressant, dood. En de vraag leeft of er een nieuwe offerhoogte kan worden gevonden. Het verhaal over de Samaritaanse vrouw en Jezus van Nazaret suggereert een uitweg uit de godsdienstige impasse die me heel eigentijds aandoet.

Er staat: 'Iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst; maar wie van het water drinkt dat Ik aan zo iemand zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer. Integendeel: het water dat Ik aan zo iemand zal geven, zal in zo iemand een waterbron worden die opborrelt tot eeuwig leven’. Wat is dit geheimzinnige water waarover Jezus hier spreekt, het water, dat, in tegenstelling tot het water van de oude overlevering, wél de dorst van mensen kan lessen? Het verhaal zelf geeft op deze vraag geen antwoord. Maar andere passages uit het Joh.-evangelie laten ons zien waar het hier om gaat. Ergens (7,37-39) nodigt Jezus alle mensen uit om te komen drinken aan de stroom van levend water, die ontspringt wanneer Jezus verheerlijkt is op het kruis. En ergens anders zien wij de echte bron van levend water ontspringen aan de zijde van de gekruisigde Jezus (19,34). Het water dat Jezus ons te drinken geeft, is zijn overgave ten einde toe. Wie daarvan drinkt,
vindt het echte leven en wordt ook zelf bron van leven voor anderen, omdat zo iemand zoals Jezus zichzelf geeft. Wie drinkt uit de bron~ die ontspringt op het kruis, ontdekt het ware leven. En dat ware leven berust niet op hebben en houden, maar op geven en delen.

In dit licht kunnen wij ook verstaan wat het betekent; 'God is geest; en wie Hem (God) aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarhei4 Dezelfde evangelist Johannes zegt ergens (2,17-22): Jezus' verrezen lichaam is de nieuwe tempel die de oude tempel vervangt. Een ook horen wij dat Jezus, wanneer Hij sterft, 'de geest geeft': Jezus blaast zijn laatste adem uit, maar brengt ook de heilige Geest. Aanbidden in geest en waarheid krijgt dan een heel bijzondere klank. Wij worden van de tempels verwezen naar de ruimte van het leven van alledag: daar kunnen wij God vinden en aanbidden. Natuurlijk kunnen wij niet zonder een plaats om te bidden en zonder een bron om te drinken. Jezus, de nieuwe tempel, iemand die zichzelf helemaal weggaf om de wereld te redden, is plaats en bron tegelijk.
Zijn geest reikt over de oude verschillen en grenzen heen, en die Heilige Geest werkt in alle mensen die bron van leven willen zijn voor anderen. Zo ontvangen wij telkens levend d.i. stromend water uit de bron* Mogen wij dit geschenk daadwerkelijk aannemen en verder doen vloeien naar anderen. Wat dit concreet voor ieder van ons kan betekenen, daarover denke ieder van ons zelf na...