De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2001

LIEFDE IS NIET BLIND

(Ik lees Johannes 9,1-14 helemaal, laat de toehoorders daarbij gaan zitten. En ik preek kort!)

SPROOKJE
Uit de tijd dat ik les gaf aan toekomstige leerkrachten voor basisscholen heb ik enkele planken vol kinderboeken en sprookjesalbums overgehouden.
Daar was een boek bij ‘Oosterse sprookjes’. Hoewel ik het boek niet meer kan vinden herinner ik me haarfijn een verhaal.
Dus, lieve kinderen, ik ga eerst een sprookje vertellen.

DE BLINDE RECHTER
Er was eens een oude rechter, vol wijsheid en levenservaring, maar hij was ook een beetje doof en hij was bijna blind. Op zekere dag verschenen voor zijn rechterstoel twee kijvende boeren. Eén hield een lammetje op de arm. De andere boer riep met luide stem: ‘Dat lammetje is van mij! Zijn moeder hoort bij mijn kudde!’ Maar de andere boer riep nog harder: ‘Die moeder heeft wel mooi maandenlang mijn hele weiland kaal gevreten!’
Toen beide heren waren uitgeraasd nam de oude, wijze, maar ook wat dove en blinde rechter het woord en zei: ‘Foei, schaam je! Na zoveel jaren huwelijk komen jullie mij lastig vallen met echtelijke twisten! Denk eraan, laat dat schattige kindje van jullie daar niet de dupe van worden...!

DE ILLUSIE VAN HET ZIEN
Recht spreken, oordelen over anderen: we doen het terwijl we blind zijn en doof. God kijkt anders, zo schrijft de profeet Samuel. God ziet naar het hart, niet naar het uiterlijk.
Soms, vertelt Johannes, zijn de ziende mensen nog blinder dan de blinden. Want mensen die zien, menen -omdat ze zien- dat ze ook àlles zien. Het zien geeft ons de illusie dat we de werkelijkheid kennen, en dat de werkelijkheid zich beperkt tot wat we zien. Daarom zijn er zoveel zienden die de belangrijkste werkelijkheid helemaal niet zien, die geen oog hebben voor het mysterie, geen gevoel voor wat ons horen en zien te boven en te buiten gaat. En juist in die werkelijkheid woont God.

MET OPEN OGEN
We worden uitgenodigd om ons de ogen door Jezus te laten openen. Uitgenodigd worden we om te proberen niet op uiterlijkheden te letten, niet op stoere of lieftallige gestalte, niet op sabbatswetten.
We zouden de mensen in het hart moeten kijken. We zouden ons oog moeten laten vallen op de rijkdom van de arme, zijn blijheid, zijn gastvrijheid, zijn hoop. We zouden bij de zieke juist zijn gezondheid moeten zien, zijn humor, zijn keuzes voor wat belangrijk is, zijn genegenheid. We zouden in de kinderen juist hun grootheid moeten zien, hun eerlijkheid, hun onbevangenheid, hun onweerstaanbaarheid.
Gunnen we ons het geluk om naar de wereld te kijken met de ogen van Jezus.