De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

VIJFDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 2002
© Ad Blijlevens, Voerendaal 2002

DE DOOD VAN LAZARUS

Zusters en broeders. De opwekking van Lazarus, het verhaal:- waarnaar wij vandaag luisteren, is het zevende en grootste teken in het evangelie volgens Joh. Het is een ongelofelijk verhaal: het kan niet waar zijn! Door dit 'goede nieuws' kunnen in ons allerlei vragen worden opgeworpen. Misschien zouden wij het verhaalde wel graag willen geloven, maar künnen wij het niet aannemen als een geschiedenis die op deze manier heeft plaatsgevonden. En het is nog maar de vraag of Joh. dat van ons vraagt! Zullen wij een weg kunnen vinden om i n dit verhaal te komen en te gaan verstaan wat Joh. ons graag wil vertellen? Anders gezegd: hoe kan dit verhaal voor ons een troost worden of zelfs een uitdaging om gesterkt en bemoedigd in het leven te staan?

In een lied zingen wij: 'Dood is in ons bloed'. Hoe wáár dat is, ervaren wij telkens opnieuw. Mensen ontvallen ons: ouders, kinderen, mensen met wie wij bevriend zijn, kennissen en noem maar op. Onverwachts blijkt iemand ongeneeslijk ziek te zijn. Beelden op de tv rond sterven en dood, gewelddadig of niet, liggen op ons netvlies gevangen.
Op de levensweg is er veel dood.
Maar de dood is ook in ons bloed. Het is bv. het grote onvermogen, soms zelfs onwil tot leven. De uitdagingen die het leven ons biedt, het beroep dat van alle kanten op ons af komt, - wij kunnen er slechts ten dele aan voldoen. Wij mensen slagen er niet in, elkaar (volledig) recht te doen; en ook voelen wij ons nu en dan tekort gedaan, Dat brengt pijn teweeg en kwaadheid. Zo leven wij met onze verwondingen: lichamelijk, psychisch, geestelijk.
Wij weten wel, dat de dood in ons bloed, in onze botten - denken wij aan het visioen van de profeet Ezechiël dat wij hoorden -, zit. Wij zijn kwetsbare mensen, weliswaar in het leven, maar met de dood rakelings nabij.

De evst Joh., de diepzinnige, heeft het leven geproefd in al zijn diepte. Veel moet door hem heen zijn gegaan. Hij kende de dood, zoals hij ook het leven kende. Hij beseft hoe dicht die twee bij elkaar kunnen liggen: vervlochten, door elkaar gehusseld. En hoe onze levensweg ons soms verstrikt doet raken in de netten van de dood. Dan kunnen wij geen kant meer op. Dan zien wij geen uitweg meer.
De evst Joh. nu vertelt ons in zijn evangelie, hoe het mogelijk is dat mensen toch opnieuw geboren kunnen worden. Dat bevrijding mogelijk is en daadwerkelijk ook gebeurt. Dat mensen daar zelf aan meewerken - Jezus wordt immers nadrukkelijk uitgenodigd -, maar ook dat het nieuwe leven ons overk6mt, dat het ons wordt geschónken. Lazarus wordt opgewekt! 'Kunnen deze beenderen nog tot leven komen?', zo hoorden wij in de eerste lezing. Ja, z6 diep kan de dood in ons is gekomen dat wij ons afvragen of 'er nog leven is na deze dood' (Freek de Jonge).
Er zit in het Joh.-evangelie een geheim. Het gaat over méér dan over wat er staat. Het gaat over méér dan over opstanding na het sterven aan het einde van het leven, over méér dan over een mogelijk hier-na-maals. Want zoals er dood is in ons bloed, zo is er Leven - met een hoofdletter! - in ons leven. De overgang van dood naar leven kan aan ons gebeuren* wij kunnen door de poort heen trekken. Ons leven kan een passage worden, een doorgang.

Zusters en broeders. Zo is het visioen van de eerste lezing en zo is het evangelie van vandaag een erkenning van de dood. Maar vooral zijn die lezingen bedoeld om ons te doen geloven dat het bij Jezus, Gods mensgeworden Woord, mogelijk is dat er een 'vérder' is achter onze dood. De opwekking van Lazarus is daarmee één groot 'beeld' geworden.
Is een oproep tot waarachtig leven en ze is een troost dat ons kan worden gegeven als geschenk. Niet buiten mensen om, maar mede dankzij hen.


Jesus zegt ons vandaag:
'Gij die de last
van 't leven draagt,
komt allen tot Mij
Ik geef de kracht
waarom gij vraagt
en maak u vrij.
Gij die door onmacht
bent verblind,
komt allen tot Mij:
Ik geef u ogen als een kind
en maak u vrij.
Gij die door lijden wordt gekweld,
komt allen tot Mij:
Ik geef u genezing en herstèl
en maak u vrij.
Gij die de wereld ziet vergaan,
komt allen tot Mij:
IK ben ten einde toe gegaan
en maak u vrij'
(H. Jongerius).