De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

VIJFDE ZONDAG VAN PASEN 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

RUIMTE IS PURE GENADE

WAAR DE HEMEL IS
Ik was op bezoek bij een oude vrouw. De jaren hadden haar zwak en wit en wijs gemaakt. Ze keek met vrede op haar leven terug en gelaten vooruit, naar een toekomst die niet meer op aarde lag. ‘Tja, waar zou de hemel zijn?’, vatte ze kort haar gedachte samen terwijl ze met haar dunne handen een vlinderachtige beweging door de lucht maakte. Aan haar intonatie hoorde ik dat ze van plan was zelf het antwoord te geven. Glimlachend opperde ze: ‘De hemel is waar goeie mensen zijn...’ Ik besloot nog even te blijven.
Toen zij vroeg: ‘Waar zou de hemel zijn?’ had ik m’n antwoord al klaar. Dat is een geheim, dacht ik. Wat buiten onze tijd bestaat onttrekt zich aan onze voorstelling. Dat is niet om te begrijpen; dat is om je aan over te geven. Zo dacht ik. Maar nu gaf deze vrouw precies het beeld dat tot die overgave uitnodigt: de hemel begint bij goeie mensen.
Vroeger leerden wij: goede mensen gaan naar de hemel. De slechte mochten er van de goeden niet in. Deze vrouw draait het om: waar goede mensen zijn daar begint de hemel. ‘God woont in de liefde’ schrijft Johannes. ‘In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen’, zegt Jezus. Het huis van de Vader is daar waar ruimte is; Gods koninkrijk is gebouwd met mildheid en gastvrijheid. Op de gevel staat een spreuk: ‘Gasten eerst.’ Prachtig! Ruimte is pure genade. Pure genade, als je iemand ontmoet bij wie je ruimte voelt.

HET HUIS VAN OMA
Het valt mij op in gesprekken met mensen die treuren om een dode. Geen eigenschap wordt met zoveel ontroering geroemd als juist het vermogen om ruimte te bieden. Een kleinzoon vertelde: ‘Oma was niet altijd eerlijk. Ik zat eens een paar uur bij haar. Toen ging de telefoon. Oma nam op. Ik weet niet wie er belde, maar ineens zei ze: “Ja kom maar, straks. Ik zit al de hele dag alleen!” En ik dan?’ De kleinzoon ging verder. ‘Tegelijk ervoer ik dat ze me in vertrouwen nam met dit leugentje. En zelf kon ik bij oma alles vertellen; ik hoefde voor haar niets te verzwijgen. Of het nou over mijn vriendinnetje ging of over spijbelen, ik kon het allemaal zeggen.’ De andere kinderen beaamden dat.
Haar huis was altijd een lieve instuif geweest voor alle klasgenootjes, vriendjes en buren. Ze konden er slapen met karnaval en op zondag klaverjassen en mee-eten. ‘In het huis van oma was ruimte voor velen en dat was pure genade want ruimte doet leven. Uit ruimte wordt waarheid geboren. Ruimte laat jou zijn. Het is de kracht van de Schepper.

RUIMTE OM TE LEVEN
‘Het lijkt wel of ze mij altijd moeten hebben’, klaagde iemand. ‘Als ik ergens op een feestje zit dan komen ze altijd bij mij hun ellende en geheimen biechten. Ik lijk wel een maatschappelijk werkster’, ‘of een pastoor’, voegde ze er gauw aan toe. ‘Soms ben ik het moe dan wil ik zelf iets vertellen. Dan zeg ik: “Wist je dat ik verleden week een onderzoek heb gehad...?” Maar dan valt de ander me in de reden en zegt: “Over onderzoeken gesproken, morgen moet ik naar de oogspecialist.” Het lijkt wel alsof ik de ellende van anderen aantrek.’ Ik heb haar verteld hoe dat kwam. Ze was een mens die ruimte bood. Een ruimte waarnaar anderen hunkeren. Ruimte die ze zo tekort komen en waar ze direct inspringen. Ruimte die komt van God, die een noodzaak is om te leven. De ruimte waarin ik besta is me door anderen, door u gegeven. Als u mij ruimte geeft dan bent u handlangers van de Schepper. Als wij iemand geen ruimte geven, dan zijn we handlangers van de dood.
‘In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.’ In het huis en aan de tafel van God zijn alle mensen welkom. Hij heeft ruimte voor ons en andere zondaars. Aan dat ideaal mogen we ons spiegelen. Ik stel me voor dat christelijke scholen welkom roepen aan alle ouders en kinderen die er willen komen. Ik stel me voor dat in Nederland en Frankrijk vreemdelingen zo worden opgevangen, ondersteund en wegwijs gemaakt dat ze niet terecht komen in criminele domeinen. Ruimte is een goddelijke eigenschap. Laat geen angst die ruimte aantasten.

OMA EN RODA
Lieve kinderen. Oma was jarig. Haar huis rook naar koffie, boenwas, verse vla en heel veel kleinkinderen. De kinderen renden en speelden en huilden door elkaar. ‘En Roel’, vroeg oma. ‘Hoe is het met Ajax?’ Roel begon opgewonden te vertellen want Roel had zijn kamer vol voetballers hangen. Een tijdje later stond oma bij Peter. ‘En Peter, hoe is met Roda?’ Peter begon te vertellen. Het ging niet zo goed, maar dat lag niet aan Roda.’ Oma knikte, ‘natuurlijk, niet aan Roda!’ ‘Voetballen is saai’ zuchtte Anja. ‘Zeg dat wel!’, zei oma.
Dat vingen Roel en Peter net op. ‘Wat, en ik dacht dat jij Ajax zo goed vond!’ ‘Nietes, ik dacht dat je Roda zo goed vond!’ Oma had iets uit te leggen aan haar kleinkinderen!
‘Ik vind jou heel erg lief, Peter. Ik hou van jou en van de manier waarop je rent en lacht en huilt en hoe je van Roda houdt. En ik vind jou ook heel lief Roel en de manier waarop je slurpt en boos wordt en grapjes maakt en hoe fel je fan van Ajax bent. En ik vind Anja lief. Ik houd van haar en hoe ze liedjes zingt en danst en haar konijntje aait. Ik wil niet kiezen tussen Peter en Roel en Anja en dat moeten jullie ook niet doen.’
Wat een ruimte! Oma leek God wel.