De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

PINKSTEREN 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

DE WAARHEID ZWIJGEN

GEBAAR
Na de viering van eerste communie stond ik buiten nog wat na te genieten. Ik zag trotse vaders en moeders en gelukkige kinderen die in de bloemen waren gezet en naar de hemel getild. Voor dit soort momenten was het leven bedoeld, dacht ik. Ineens liep een tante op een communicantje toe. Ze boog zich voorover en gaf hem een vette zoen op de wang. De tante rechtte haar rug weer en zocht een volgend slachtoffer. De communicant wreef intussen met de achterkant van de rechterhand heftig zijn wang schoon.
Er was geen woord gewisseld maar veel waarheid onthuld!
Met Pinksteren gaat het over waarheid die geopenbaard wordt en over taal die een bedrieglijk wonder is.
Ooit merkte een filosoof op: de mens spreekt niet de taal, maar de taal spreekt de mens. De mens heeft de taal niet gemaakt, maar de taal vormt zijn bewustzijn.
Gedichten en verhalen helpen om te verhelderen wat we voelen. Dramatische gebeurtenissen kunnen we te boven komen door ze met woorden opnieuw te beleven, nu niet meer als iets dat ons overvalt, maar als iets dat we beheersen. Taal helpt om mens te zijn.

TAAL
Maar taal is ook bedrieglijk. Een pasgeborene wordt mens in een concrete taal. We nemen bestaande woorden en zinswendingen over en persen ons bewustzijn in het keurslijf van de taal.
De taal is dus ook een gekleurde bril waardoor we kijken. We zien groen, donkergroen en lichtgroen. Maar er zijn natuurvolkeren die hun voedsel verzamelen in bossen. Ze hebben veel meer woorden voor ‘groen’. Daardoor kunnen zij veel nauwkeuriger zien. Hun zichtbare wereld wordt scherper dankzij hun taal. Taal kan leiden en misleiden.
In de westerse talen bestaat niet alleen het bijvoeglijk naamwoord ‘warm’ maar ook het zelfstandig naamwoord ‘warmte’. Daardoor hebben fysici lange tijd gedacht dat warmte een stof was. Ze hebben tevergeefs gezocht naar die geheimzinnige materie warmte.
Taal maakt iets helder, maar tegelijk neemt het een mysterie gevangen.
De waarheid ligt ergens aan de wortel van het woord, in de zucht voordat die door tong en lippen wordt vervormd. Misschien ligt de waarheid in het zwijgen op het puntje van de tong, net voor het spreken.
(Nico Terlinde herinnert zich een verhaal van Ernst Henau)
Een vader komt bij de pastoor: ‘Wilt u mijn zoon dopen’ ‘Oké’, zegt de pastoor, ‘maar waarom wilt u uw zoon laten dopen?’ Vader, schouderophalend: ‘Zijn zusje is ook gedoopt.’ ‘Ja, maar waarom wilt u hem laten dopen?’ ‘Ik ben katholiek’, zegt de jonge vader en als hij de pastoor niet overtuigd lijkt te hebben voegt hij eraan toe, ‘en mij vrouw ook.’ ‘Jawel’, de pastoor geeft niet op, ‘jawel, maar waarom wilt u hem laten dopen?’ Nu wordt de vader fel en zegt: ‘Dat moet u mìj vertellen; ú hebt daarvoor geleerd!’ Inderdaad. Het is het vak van de pastoor om de vader de woorden te geven die deze later aan zijn zoon kan zeggen als die vraagt: ‘Pappa waarom heb je me laten dopen?’ De pastoor moet zeggen: ‘Lieve vader, je hebt gevoeld dat de geboorte een wonder is en dat je dochter heilig is. In haar woont niet een kil stom toeval maar een geheim, de Heilige, de Onzegbare. We dopen omdat je kind groter is dan alle woorden.’
Het grootste geheim is niet te zeggen. In de bijbel is God de Onnoembare, degene die niet aangeduid kan worden. Zijn naam mag niet worden uitgesproken.
Niet dat God geïrriteerd wordt als we Hem door het noemen van zijn naam te nabij komen, zoals een communicant die een zoen van zijn wang afveegt. Maar de gelovige beseft dat God niet te benoemen is. Het mysterie kan niet door enige taal worden benaderd. Het geheim ligt diep onder iedere zin verborgen.
Onvergetelijk is het verhaal van Klink. Ik heb het vast al eens verteld. Een meisje van vijf heeft godsdienstles. Ze hoort van de juffrouw dat God overal is en dat je Hem niet kunt zien. Het meisje heeft de week daarvoor de geboorte van een broertje, Maurice, meegemaakt. Ze loopt van haar stoeltje richting juf. ‘Ik weet iemand die God gezien heeft: Maurice. Maar nu zul je zien; als ie kan praten dan weet ie het niet meer!’
Beter is niet te zeggen dat de waarheid aan de taal vooraf gaat.

AAN DE TAAL VOORAF
Pinksteren gaat over het ervaren van Gods Geest. Het gaat over wat er aan de taal vooraf gaat. Pinksteren vertelt wat al die mensen in Jeruzalem verbindt, al die volkeren van de aarde, heel die multiculturele samenleving. God is niet in enig woord. God beheers je niet. Woorden verdelen. Hier, in wat al die mensen verbindt, in hun liefhebben dat aan elk woord vooraf gaat, daar woont de Geest; daar is zij voelbaar, als vrede, als een frisse wind, als aanvaarding, als vergeving, als verstandhouding, daar is ze de spraakverwarring te snel af.

GEVOEL
Lieve kinderen. Olivier was ontroostbaar. Dat zat zo. Olivier hield van Nicolle. Hij vond haar lief. Hij vond haar zo lief dat hij zijn knuffel, een klein bruin beertje, aan Nicolle had gegeven. Maar Nicolle had het beertje nonchalant in haar kastje weggestopt en Olivier geen blik meer waardig gekeurd. Olievier wist niet hoe hij het had. Hij was boos op Nicolle en tegelijk vond hij haar lief, Hij miste zijn beertje maar was er trots op dat hij zonder kon. Hoe zeg je dat? Met welk woord zeg je dat je boos bent en lief en dat je je klein voelt en zo heel erg hard je knuffel mist. Daar is geen woord voor. Je voelt je JJJJiegj of Grrrrrrrmmn of pfffffffffflmt...
Op dit ogenblik leerde Olivier de belangrijkste les van zijn leven. Voor de dingen waar het op aan komt zijn geen woorden. Daarom lijkt het wel alsof God zwijgt!