De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

HEILIGE DRIE-EENHEID 2002
© Ad Blijlevens, Heerlen 2002

NOOIT HEEFT IEMAND GOD GEZIEN

VERDER WEET IK NIETS...
Een oud joods verhaal vertelt dat een rabbi de kamer van een leerling binnenging en hem vroeg: 'Zeg mij eens, wat is dat: God?' Een tweede en een derde keer vroeg hij dit. Maar hij kreeg geen antwoord. Tenslotte vroeg hij hem: 'Waarom geef je geen antwoord?' Toen zei de leerling: 'Omdat ik het niet weet'. Daarop stelde de rabbi zichzelf de vraag: 'Weet ik er dan iets van? Het is duidelijk dat God bestaat en dat er buiten Hem niets bestaat. Verder weet ik niets'.
Het is, lijkt me, goed dat wij zulke woorden eens horen. Want hoe gemakkelijk praten mensen en praten misschien ook wij over God.
De heilige Schrift is heel wat terughoudender. 'Niemand heeft ooit God gezien', zegt de evangelist Johannes (Joh 1,18). 'God woont in een ongenaakbaar licht. Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien’, zo werd aan Timotheüs geschreven
(1 Tim 6,16). En Sint Paulus zegt: '0 onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kent de gedachten van de Heer? Wie is zijn raadsman geweest?' (Rom 11, 33-34).

GODS-BESEF: HET VERHAAL
Wanneer wij over God willen spreken, moeten wij heel voorzichtig zijn. God is onuitsprekelijk, ook als wij alle woorden over God hebben gezegd. Zelfs als wij met de woorden uit de eerste lezing van vandaag belijden: 'De Heer is een barmhartige God, groot in liefde en trouw', weten wij niet of nauwelijks wat wij over God hebben gezegd. Het doet me al denken aan de natuurlijke 'wet' van de liefde: hoe minder je van iemand houdt, hoe beter je vaak de woorden kunt vinden om te zeggen wie of wat of hoe die ander is; maar hoe méér je van iemand houdt, hoe onzegbaarder die ander voor je kan worden.
Mij valt op dat de bijbel bijna nooit over God spreekt in definities.
De eerste lezing van vandaag is daarop in zekere zin een uitzondering. Bijna altijd wordt God ter sprake gebracht in verhálen. De heilige Schrift getuigt niet van Godsbegrip, maar van Gods^besef: mensen vertellen hoe zij God hebben ervaren in hun leven en in de geschiedenis.
God is een verhaal: zijn naam 'Ik zal er zijn' wordt ontvouwd in verhálen. God is er voor Abel, de vermoorde rechtvaardige, wanneer God diens bloed uit de aarde hoort roepen. God is er voor het volk dat zucht onder de slavernij in Egypte.
Hij is er voor David, wanneer die met een slinger en vijf steentjes de machtswellusteling Goliat weerstaat. Dankzij deze en veel andere verhalen kunnen wij enigszins aanvoelen: God is 'een barmhartige God, groot in liefde en trouw We zouden kunnen zeggen: de heilige Schrift doet ons aanvoelen wat God d6et.

GOD ERKENT MEN IN DE LIEFDE VAN DE MENS
Toch kunnen wij evenmin zeggen dat wij over God zelf helemaal niets weten. Als wij belijden: 'God is een drie-ene God: Vader, Zoon en heilige Geest', beseffen wij dat wij over een mysterie spreken. Maar een mysterie onttrekt zich niet helemáál aan ons verstand. Het is echter méér, oneindig méér dan wij kunnen begrijpen. Dit alles mogen wij beseffen, wanneer wij Jezus tot Nicodemus horen zeggen: 'Zoveel
(immers) heeft God van de wereld gehouden dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit'. Door Jezus' leven en woorden weten wij dat God Liefde is, dat God menslievend is.
Maar om dat de kunnen geloven hebben wij de heilige Geest nodig, die in ons bidt en die ons opneemt in het mysterie dat wij stamelend 'God' noemen. Dan kunnen wij over God zelf niet veel zéggen. Maar hoe meer wij liefhebben, hoe meer wij het mysterie van God leren kennen.
Als wij zo proberen te kijken, begrijpen wij dat God niet in begrippen zichtbaar wordt, maar in heel de schepping en vooral in mensen: in barmhartige mensen met strelende handen; in mede-lijdende mensen, kijkend met mededogen; in lieve mensen, duiven van vrede, mensen in Gods Geest; in trouwe mensen, mensen zoals en in de kracht van Jezus, onze Messias. Mogen wij zelf zulke mensen worden. God zal dan voor ons steeds meer een levende God worden.