De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

ELFDE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

OVER VADERS EN APOSTELEN

(Voor aanvang van de gezinsmis is aan alle kinderen gevraagd hoe hun vader heet. Die namen zijn opgeschreven. Tijdens het voorlezen van het evangelie zijn deze toegevoegd aan de namen van de twaalf. Na afloop van de dienst is er de traditionele touwtrekwedstrijd tussen vaders en kinderen en staat buiten een ijscoman gereed.)

WAT VOOR VADERS WAREN DE APOSTELEN?
Jezus roept leerlingen. De evangelist vertelt het omdat hij wil zeggen: Jezus roept u. Niet alleen Petrus, Johannes en Jakobus maar ook Erik, John, Elvis en al die andere vaders. Ik noem vaders omdat het vaderdag is, maar moeders en kinderen en wij allemaal horen erbij.
Ik vroeg me af: zijn die twaalf leerlingen van Jezus eigenlijk vader geweest?
Ik denk het wel. Er wordt nergens iets over gezegd, maar Petrus bijvoorbeeld bezoekt ergens met Jezus zijn schoonmoeder. Getrouwd was hij. Neem maar aan dat hij kinderen had en dat de meesten van de twaalf vader waren.
Dan de volgende vraag: wat voor vaders waren het?
Ergens wordt verteld dat moeders hun kinderen bij Jezus brengen. Dat gedoe met die kleintjes vinden de leerlingen maar niks. Jezus heeft wel iets belangrijkers aan zijn hoofd dan spelletjes doen en kinderen zegenen. De leerlingen, de vaders, sturen de moeders dan weg. Niet dat hysterische gedoe. De mannen zijn met gewichtige plannen bezig.
Als Jezus dat ziet wordt hij boos. Er is namelijk niets belangrijkers dan hoe deze kinderen zich thuis gaan voelen in de wereld en welke dromen en idealen ze zullen koesteren. Laat ze maar komen!

DE TROTS VAN VADER
Ik schat dus in dat de apostelen tot het soort vaders hoorden die erg veel van hun kinderen hielden, maar meestal toch iets anders aan hun hoofd hadden. Historisch gezien lijkt het me een houdbare stelling. Ze waren vaders die zich pas echt voor hun kind gingen interesseren als het lezen en schrijven kon, als het een beroepskeuze moest maken, als het een vriendje of vriendinnetje kreeg.
Dat is het verschil tussen Petrus, Jakobus, Bartholomeüs Thomas en Mattheus, de oude vaders aan de ene kant en Igor, Piet, Joep en Sjaak aan de andere kant. De nieuwe vaders beseffen beter, denk ik, dat er niets belangrijkers is dan de kinderen en hoe ze zich thuis voelen in de wereld en welke idealen ze meedragen.

KINDEREN AAN HET WOORD
We hebben het aan de kinderen van groep drie gevraagd. Wat is nou het leuke aan vader? Wat doe je het liefste met je vader?
We kregen veel lieve antwoordjes.
Eentje schrijft dat het ‘t liefst met vader naar het Sauerland gaat. Een ander zegt dat hij het liefst vriend met vader is. Eentje zegt dat ze blij is met hem samen te leven. Eentje wil vissen of toekijken hoe hij tennist. Eentje wil door hem naar school worden gebracht en eentje afgehaald. Een kind schrijft dat het fijn is om samen met pappa te douchen. Vier kinderen willen met hem naar de film.
Heel veel kinderen willen met vader sporten. Rennen, tennissen, pingpongen, fietsen, handballen en volleyen. Zeven willen zwemmen met pappa en acht voetballen.
Heel veel kinderen willen spelletjes doen. Drie willen schaken met pappa, twee computeren. Dat had u vast hoger ingeschap. Eentje wil kaarten en negen spelletjes in het algemeen.
De hoogste score van 13 kinderen wil het liefste stoeien. Daar reken ik bij het watergevecht, het kietelen en knuffelen. Stoeien is vaders manier van knuffelen.

NIETS BELANGRIJKERS
De trotse moeders kwamen met hun kinderen naar Jezus. ‘Kijk eens wat ik een mooi en knap kind heb!’ Maar vaders houden hen tegen: ze hebben andere prioriteiten. Jezus zegt: die vaders moeten van de moeders leren dat het kind boven alles behoefte heeft aan de trots van zijn ouders. Je kunt in de opvoeding bijna alles fout doen, maar dìt moet je goed doen: je moet trots zijn op je kind en dat laten blijken en zeggen. Dat zoeken de kinderen en dat hebben ze gevonden als ze zeggen: ik wil schaken en stoeien en vriend zijn met pappa.
Jezus riep leerlingen. Hij riep Arnold en John en Wim. Hij wilde dat ze het kwaad in de wereld zouden bestrijden. En er is geen betere manier om boze krachten te bezweren dan trots zijn op je kind, het omhelzen en zegenen, ermee voetballen en het afhalen van school als het kan.

OPSCHEPPERS ONDER ELKAAR
Lieve kinderen. Wim zei tegen zijn vriendje: ‘Mijn vader kan heel erg hard een berg af skiën.’ Sjoerd dacht even na en zei toen: ‘Puh, de mijne kan heel hard de berg òp skiën.’ Nou moest Wim diep nadenken. Maar hij kwam niet ver. ‘Zeker met een motortje’ zei hij maar.
Intussen was de vader van Sjoerd zich aan het omkleden in het kleedlokaal. ‘Ik moet zeggen, die Sjoerd van mij is een knappe jongen. Je moest eens zien hoe hij met techno-lego een motor in elkaar steekt. Dat doe ik hem niet na. Ongelofelijk.’ ‘Dan moet je mijn Wim eens zien’, zei de vader van Wim. Die is zo ondernemend. Laatst probeerde hij in de garage mijn motor te starten. Dat lukte bijna. Stel je voor. Hij lachte. ‘Gelukkig zijn er geen ongelukken gebeurd.’
Zo gaat het goed: trotse kinderen, trotse vader en wie zit daar trots te glunderen om allebei. De moeders.