De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

VEERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Elien Claassens, Heerlen 2002

NIET OP HET WITTE PAARD...

Zo vlak voor de vakantie doet Jezus ons een spetterend aanbod: Bent u aan het eind van uw Latijn van alle gedraaf, van alle moeten, voelt u de zware last van de verplichtingen op uw schouders drukken? Welnu, Ik nodig u uit: “kom naar Mij toe, Ik geef uw ziel rust, en u zult ervaren dat mijn juk zacht is en licht mijn last. Kosten: geen kosten! Voorwaarden: ben zachtmoedig en eenvoudig van hart. Aantal deelnemers: onbeperkt

Zachtmoedig zijn en eenvoudig van hart, volgens Jezus dè ingrediënten om als mens geluk te kunnen ervaren. Toch staan we niet in de rij bij dit aanbod, u niet, ik niet. Is het omdat we aanvoelen dat Zijn aanbod van geluk niet het geluk is waarnaar wij in eerste instantie zoeken? Zoeken wij niet tegen beter weten in steeds weer naar die prins op het witte paard, de volmaakte vriendschap die je zomaar komt aanwaaien, het smetteloze witte strand,…. Eigenlijk willen we dat geluk aanwaait, ons toelacht, zodat we het alleen maar in onze armen hoeven te sluiten. Dat geluk dat ons bijna toegeschreeuwd wordt door de vakantiefolders en reclames op t.v.

Het geluk waar Jezus het over heeft, vraagt om een strijd in jezelf, echt geluk en niet de kortstondige momentopname, ervaar je pas na een strijd in jezelf, op het moment dat je jezelf even volkomen vergeten bent en je even volledig ter beschikking staat van die ander, op het moment dat je moeder werd, dat je kind ernstig ziek is, dat je staat aan het sterfbed van je vader of dat je partner moet laten opnemen omdat je het niet meer aankunt, of dat je die al jarenlang voortslepende ruzie goedmaakt.
Op dat moment voel je dat er iets is dat groter is dan jezelf, dat er in je een kracht aanwezig is die je naar jezelf met verwondering laat kijken. Op dat moment worden woorden als zachtmoedig en eenvoud van hart geboren, opeens zie je dat alles gekleurd is, dat er wonderen bestaan, vooral dagelijkse wonderen, je verbaast je, dat het iedere dag licht wordt, dat we brood eten gemaakt uit tarwe dat zomaar groeit op het veld, dat we helder, fris water drinken uit de kraan, dat we zien, voelen, ruiken
Zachtmoedigheid en eenvoud van hart zijn kernwoorden uit onze Joods-christelijke traditie, het werd vaak vertaald met deemoed, Van Dale verwoordt deemoed met de ‘stemming van nederige onderworpenheid” wij vertaalden het vaak: als heb medelijden, an sich een prachtig woord, ik lijd met je mee, maar bij ons kreeg het gaandeweg meer de betekenis van: ik vind je zielig, jij bent slachtoffer en ik helper en zo is het niet bedoeld denk ik. In het O.T. had deemoed de betekenis van de gebogenen, zij die vanuit respect voor de ander je als vanzelfsprekend buigen en dienstbaar zijn en daarin vreugde ervaren. In het N.T. wordt het vertaald met de armen van geest, zij die hebben ervaren dat door het durven toelaten van God, of door overgave aan God, God altijd groter is dan wij zelf, dat òns zijn relatief wordt, en daarbij horen geen gevoelens van spijt maar een gevoel van opluchting van gedragen worden.

Wij bidden en zingen vaker: zalig de armen van Geest, want aan hen behoort het Koninkrijk van God”. Bidden we dan niet om een innerlijke levenshouding…, om wijsheid, om weging, om na alle voors en tegens gewogen te hebben ondanks alles, mild te oordelen, te beseffen dat niets menselijks, ons allemaal zoals we hier zitten, ons vreemd is.
Jezus daagt ons uit, Hij vraagt om inzet en twijfel, misschien ook tranen, om keuzes te maken ook tegen beter weten in. Hij vraagt niet wat jij of ik wil, maar ‘Mijn’ wil moet geschieden, Hij vraagt om overgave…dan ervaar je dat ondanks alles Zijn juk zacht is en Zijn last licht.
Afgelopen maandag werd in Amsterdam het monument Slavernijverleden onthuld, 139 jaar na de afschaffing van de slavernij, het monument verbeeldt het juk waaronder de slaven gebukt gingen, in onze geschiedenis werd deze zwarte bladzijde het liefst overgeslagen, dat juk gunt ons geen rust, het achtervolgt ons vroeg of laat, en de waarheid wòrdt…
Jezus ontkent niet dat er last is waar je zwaar onder gebukt kunt gaan, Hijzelf is er het voorbeeld van, Jezus is de mee- lijdende, Hij ervoer in zijn lijden de onvoorwaardelijke nabijheid van zijn Vader en kreeg de kracht zich tot het uiterste te verzetten tegen onrecht. Hij voelde zich ten diepste gewild, Zijn last wordt niet ontkend, hij is uit te houden en wordt zelfs licht…
Dat aanbod van Zijn Vader doet Hij ook aan u en mij.