De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

ZEVENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

UIT VADERS VOORRAAD

LET MAAR NIET OP DE ROMMEL
‘Kom binnen, meneer pastoor en let maar niet op de rommel’. Dat hoor ik vaak. Meestal kan ik nergens rommel ontdekken. Jammer, want rommel is juist het mooiste in een woning. Menig huiskamer ziet er uit als een geslaagde etalage in de woningboulevard, maar de rommel maakt een kamer tot ònze kamer. Ouders met tieners zullen het beamen!
Kijk eens naar oude foto’s. Voordat mijn vader een foto maakte, werd de kamer of de tuin eerst opgeruimd zodat er een mooi, decoratief shot zou komen. Als ik nu naar die foto’s kijk, ben ik op zoek ik naar de oude dingen, de theemuts, de lampenkap van vroeger of de scheur in het plafond.
Als er bezoek in aantocht was ruimde mijn vader in een halve minuut de kamer op. Hij liep rond en stapelde alle rommel op elkaar. Hij maakte een hoge stapel van boeken, schriften, potloden, scharen, kranten, vuile borden, linialen en dozen. Die stapel zette hij op de hoek van de vensterbank. Het overgordijn hield de berg in bedwang. Als we iets kwijt waren de dagen daarna, was de kreet: ‘kijk eens achter het gordijn’. Van die oude dingen had ik graag een foto!
Tijdens de vakantie slentert menigeen graag rond op marktpleintjes, snuffelend tussen tweedehands spullen. Je zoekt schatten uit het verleden. Een trommel met die afbeelding van Javanen die cacaobonen oogsten, een boek van Wipneus en Pim of de kruik van oma.

NIEUWIGHEDEN VAN VADER
Van oude dingen houden we. Ook de jonge mensen houden van die huisvader die van de zolder of uit zijn schuurtje het oude te voorschijn haalt. Dat beeld roept Jezus op. ‘Een huisvader’, zegt hij met een knipoog naar de schriftgeleerden, ‘die uit zijn voorraad niet alleen oude spullen te voorschijn tovert, maar die ook thuiskomt met iets heel nieuws.’
Mijn vader haalde filmtrommels te voorschijn met Charley Chaplin maar hij kwam ook thuis van de markt met een exotische kokosnoot die met hamer en spijker werd bewerkt. Op een huisvader die uit zijn verleden oude, meeslepende verhalen vertelt, maar ook met opwindende nieuwigheden komt, daarop lijkt Gods koninkrijk.
Jezus is het niet eens met de Farizeeën die zeggen dat alleen de oude dingen goed zijn. Het rijk van God lijkt op een visser die zijn buit sorteert. Het koninkrijk komt als er een scheiding wordt gemaakt tussen goed en kwaad, tussen wie wegen van licht heeft gezocht en wie duisternis wilde. Maar dat is niet hetzelfde als mensen die het oude omhelzen versus nieuwlichters; ‘nee’, zegt Jezus, ‘het rijk van God is een huisvader die uit zijn schatten oud en nieuw te voorschijn tovert’. De overlevering is voor Jezus niet onbelangrijk, maar ze is niet het enige en ook niet dwingend.
Zo leert Jezus ons hoe we moeten omgaan met de traditie. Als een huisvader die uit zijn schatten oud en nieuw te voorschijn haalt. Ik heb het gevoel dat de kerk de laatste eeuwen het oude voortreffelijk heeft behoed. Ik heb ook het gevoel dat ze voor het nieuwe niet zo bang moet zijn.

DE SCHAT VAN JEROEN
Lieve kinderen. Jeroen liet zijn schatkist niet zomaar aan iedereen zien. Vooral meisjes hadden het moeilijk. Jeroen maakte de meisjes altijd nieuwsgierig, maar kijken liet hij ze niet gauw. Eindelijk was het zover. Jeroen had een weddenschap met Daan verloren. Nou mocht Daan mee de zolder op.
Er werd een ladder uit het plafond getrokken en ze liepen naar boven. Op de zolder was weinig licht en veel stof. In een hoek stond een oude zwarte kist. ‘Dat is de schatkist’, zei Jeroen eerbiedig. Hij opende het deksel. Daan moest lachen. Het eerste wat hij zag was een oude knuffelbeer. Maar al gauw zag hij andere dingen. Een kiezelsteen die door een vrachtauto doormidden was gespleten zodat je de binnenkant kon zien. Zijn eerste melktandje in een wybertdoosje. Een poezie-album waar maar drie bladzijden van waren ingevuld. Een heleboel gekleurde plaatjes van monsters. ‘Hmm’, zei Daan wat teleurgesteld. ‘Is dat alles?’ Jeroen moest even zoeken. Toen kwam er uit een plastic zak een Indianen hoofdtooi met gekleurde veren. ‘Die heeft oom John uit Amerika meegebracht. Die is van een echte Indiaan geweest. Kijk maar, hij is te groot voor mij.’ Daan keek jaloers en ongelovig tegelijk. ‘En dit’, riep Jeroen, ‘dit heb ik uit een oude computer gehaald. Dat is een chip. Daar rekent ie mee. Die is van zand gemaakt. Mag je niet aanraken; is gevaarlijk.’ Jeroen haalde uit zijn voorraad oude en nieuwe dingen te voorschijn. Het was een feest.
‘Zo moeten jullie de kerk maken’, zei Jezus, ‘vol oude en nieuwe dingen.’