De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

VIJFENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

BOOS, VANWEGE GODS GOEDHEID

VREUGDE OM DE WET
Als ik mezelf ècht wil tracteren, maak ik macaroni zoals mijn moeder vroeger deed. ‘Nostalgische macaroni’ noem ik hem. Mijn moeder sneed reepjes vlees uit een blikje Smac. De blikjes zien er nog steeds zo uit als in de vijftiger jaren, inclusief het op de onderkant gesoldeerd sleuteltje. Er ging een blikje tomatenpuree bij, aangelengd met bloem en water. Dat was het. Ik ervaar voldoening als ik het mijn moeder nadoe; het verbindt me met haar. Er gaat geluk van uit om dingen te doen zoals je ouders vroeger deden. ‘Zo deed vader dat altijd’, lachte een vrouw terwijl ze voorzichtig haar garage binnenreed. Ze remde abrupt toen de voorruit de kurk raakte die aan een touwtje uit het plafond hing om te waarschuwen dat de muur dichtbij kwam.
Precies die vreugde beleefden de vrome joden als zij de wetten naleefde. Ze ervoeren daarin hun relatie met de Allerhoogste. Op vele momenten van de dag deden zij wat het verbond van hen vroeg in het vertrouwen dat de Eeuwige Zijn belofte ook zou nakomen.

MULTICULTURELE SAMENLEVING
In een gesloten joodse samenleving was het niet zo moeilijk. Iedereen bedekte zijn hoofd. Iedereen bad drie keer per dag en deed gebedsriemen om. Iedereen staakte zijn arbeid op vrijdagavond en iedereen at alleen vissen met vinnen en schubben en herkauwende dieren met gespleten hoeven. Maar waar de samenleving multicultureel werd ontstonden spanningen. Daar werden garnalen aangeboden en varkensvlees. Jeruzalem was in hoge mate multicultureel.
In Israël waren ook veel mensen die zich nìet aan de wet hielden. Mensen die de last van de geboden niet droegen. Tollenaars bijvoorbeeld die handlangers waren geworden van de Romeinse bezetter. Zondaars die de voorschriften rond eten of seksualiteit niet volgden. Verstotenen, vrouwen die iets aangewreven werd. Samaritanen die als onrein golden. Tot al die verloren kinderen van Israël wendt Jezus zich.

JOOD-CHRISTENEN
Dat riep vragen op. Dat riep wrevel op. Plichtsgetrouwe joden ergerden zich erover dat Jezus Gods barmhartigheid verkondigde ook voor de mensen die de last van de wet niet meedroegen. Dat vonden ze niet eerlijk. Ze werden jaloers.
Jezus verweert zich met een verhaal. Een baas huurt knechten op de markt. ‘s Middags gaat hij terug. Daar lummelen nog werkelozen rond op het plein. Ook hen neem hij in dienst. Zelfs een uur voor zonsondergang neemt hij mensen aan. Allemaal krijgen zij het normale loon. Dat roept gemor op bij degenen die de hitte van de dag gedragen hadden. Maar Gods goedheid staat niet ter discussie, vindt Jezus. De mens past geen boosheid over Gods mildheid.

HEIDEN-CHRISTENEN
De geschiedenis herhaalt zich. Na Jezus’ dood groeit de christengemeente, vooral onder de Grieken en heidenen. Er ontstaan spanningen. De Griekse bekeerlingen willen niet onder de wet van Mozes gebukt gaan. Ze willen blijven eten wat ze van kindsafaan lekker vonden en ze willen af van de besnijdenis. Voor joodse volgelingen is dit moeilijk te verwerken. Jezus’ verhaal is opnieuw actueel. Waarom jaloers zijn? Gun het de ander dat hij het makkelijker heeft dan jij!

JONGEREN
De geschiedenis herhaalt zich. Ook nu. Jongeren nemen zelden het godsdienstige patroon van hun ouders over. Teveel verplichtingen. Teveel wetten. Af en toe een beetje nostalgie is genoeg. Ze willen de zondag en hun relatie niet laten dirigeren. Zijn ze daarom buiten Gods barmhartigheid gesloten? Zijn ze daarom niet in staat om Gods geheim te vermoeden? ‘Toch wel’, zegt Jezus. Zijn verhaal is weer actueel.

VLUCHTELINGEN
De geschiedenis herhaalt zich. Een vluchteling krijgt een huis. Mensen hebben onmiddellijk een oordeel. Ze kennen zijn voorgeschiedenis niet. Ze weten niet of hij de zaak bedriegt of dat hij zwaar geleden heeft onder onrecht in zijn land. Ze weten niet of hij het slachtoffer is van armoede, van handelsboycotten of importbeperkingen. We weten het niet, maar er wordt gemopperd: waarom mag hij wonen in dat huis?
Zijn jullie boos omdat God goed is?
De vredesweek vraag aandacht voor andere culturen. Ze doet dat in een tijd die blind lijkt te worden voor de positieve kanten van andere culturen, bijvoorbeeld de Islam. De groeiende spanning tussen rijk en arm heeft de kleur gekregen van een tegenstelling tussen islam en christendom. Alle mensen zijn arbeiders in Gods wijngaard. Wij zijn geroepen om in deze tijd woorden van verdraagzaamheid spreken.

MULTICULTURELE KINDEREN
Lieve kinderen. Pieter had een spannend boek gelezen over mensen in verre landen. Ze droegen lange witte kleren en reden op ezels in plaats van in auto’s. Drie keer per dag stopten ze met werken en dan gingen ze bidden. Niet gewoon, maar op een matje, met het gezicht naar de opkomende zon. Dan bogen ze met hun hoofd tot op de grond. In zijn droom had Pieter ook een witte doek om zijn hoofd wapperen terwijl hij op zijn kameel door de woestijn draafde.
‘s Middags aan tafel aten ze schapenvlees. Dat had Pieter gevraagd vanwege de woestijnmannen. Maartje, zijn zusje, vond het niks. Die zat er met lange tanden en een lang gezicht bij. ‘Kom, zei pappa, ‘ga eens recht zitten en houd je linkerhand op tafel.’ Maar nu was Maartje slim. ‘Dat doe ik juist uit beleefdheid. De Amerikanen eten met hun linkerhand onder de tafel. Dat moet zo.’ Dat bracht Pieter op een idee. Zonder waarschuwing liet hij een grote boer. Pieter kon dat op bestelling. Hij slikte wat lucht in en boerde. ‘Jak’, riep Maartje. ‘Dat doen ze in de woestijn uit beleefdheid, om te laten merken dat ze het eten lekker vonden!’
Maar nu stond pappa op. ‘Ik ga maar eens de hamer halen een plank en honder spijkers dan maak ik een Oosters bedje voor jullie klaar!’ zei hij rustig.
Dat is nou het leuke van andere mensen, zei mamma, dat ze anders zijn. God heeft niemand voor niks geschapen.