De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

DE IDEALE SCHOONZOON

BIJBEL EN PO
Deze vakantie kwam ik in Stavoren terecht, een schilderachtig plaatsje langs de voormalige Zuiderzee. Aan de haven staat een beeldje van de legendarische ‘Vrouwe van Stavoren’. Er ligt ook een gelijknamig hotel. De voorgevel herkende ik nog. Toen ik twaalf jaar was had ik er al eens geslapen. Het was mijn eerste hotel-ervaring. Ik herinnerde me de hoge houten bedden met de gehaakte spreien. Ik herinnerde me dat elk nachtkastje een bijbel en een po bevatte. De receptioniste vroeg of ze iets voor me kon doen. ‘Ach nee, ik sta maar wat te dromen. Als kind heb ik hier eens geslapen. Zijn de po en de bijbel nog in de nachtkastjes?’ Het meisje glimlachte. ‘De po niet’, zei ze. ‘De bijbel wel’. Op de terugweg bedacht ik dat de bijbel heel wat ontwikkelingen overleefd had, maar dat de po wel veel vaker gebruikt zal zijn!

TOCH GEEN SLECHTE JONGEN
‘De bijbel, die boeit ze niet meer’, tobde een oude man. ‘Dat is de schuld van die godsdienstleraren in de zeventiger jaren.’ Hij zuchtte diep. Ik wilde me al gaan verdedigen. Ik ben godsdienstleraar geweest. Maar waarom zou ik? Zelf zal ik toentertijd de schuld wel eens aan de ouders hebben gegeven! Het heeft geen zin schuldigen aan te wijzen. Tegen de stroom van de tijd kun je als eenling weinig uitrichten. Dus gooide ik het over een andere boeg. ‘Uw kinderen hebben niets meer met het geloof?’ vroeg ik. De man haalde zijn schouders op. ‘Niks hebben met het geloof, wil ik niet zeggen. De jongste heeft haar dochtertje laten dopen. Dat vind ik toch wel fijn. Maar de zoon praat nooit over geloof of het moesten wat sneren zijn op de paus.’ Er viel een stilte. Toen vervolgde de man: ‘Toch is het geen slechte jongen. Laatst had hij bijna zijn baan opgezegd, zo kwaad was hij omdat een collega onrechtvaardig behandeld was. Onrecht, daar kan hij niet tegen!’

VERHAAL ALS VERWEER
Wat is er op sommige gebieden van het leven toch weinig veranderd sinds Jezus op aarde leefde!
Jezus zag ook mensen die niet meer de tempel gingen, zondaars, onreinen. En tegelijk waren er mensen die prat gingen op hun geloof. Ze baden het liefst demonstratief hardop terwijl ze over het plein liepen.
Jezus zat niet te wachten totdat die ongelovigen naar de kerk kwamen. Hij zat niet te wachten tot een ramp iedereen op de knieën zou dwingen. Maar hij ging wel zelf op bezoek bij de tollenaars en zondaars. Als de mensen niet naar God gaan dan breng ik God wel naar de mensen, moet hij gedacht hebben.
De goede gelovigen ergeren zich aan Jezus houding. Daarom vertelt Jezus een verhaal.
Een vader had twee zonen. Eentje zei altijd ‘Ja pa!’ ‘Ik ben al weg, vader’, ‘U zegt het maar.’ De andere protesteerde voortdurend. ‘Ik heb nu effe geen tijd.’ ‘Vraag dat morgen nog maar eens!’ Naar welke zoon gaat jullie sympathie?
Tja, de ideale schoonzoon dat lijkt die ja-knikker. Die zorgt voor rust in huis, voor een gezellig samenzijn aan tafel. Hij schopt geen herrie. De andere zoon veroorzaakt een voortdurende machtsstrijd. Moeder wordt doodmoe van het bemiddelen en schipperen.

VERHAAL OP SCHERP
Nu zet Jezus zijn verhaal op scherp. Die ja-knikker, die goede gelovige, die trouwe tempelganger, die kom je ‘s avonds misschien tegen in het café. Daar staat ie op te scheppen. Hij heeft de verzekering opgelicht voor bijna duizend euro. En dan die truc waarmee hij belasting heeft ontdoken. Hij oordeelt harteloos over vreemdelingen. De honger in de wereld vindt hij ‘hún’ probleem. Maar die andere zoon, die geen brave Hendrik wil zijn of heilig boontje, die heeft wel een huilend meisje op straat op een ijsje getrakteerd. Hij heeft twee oudjes op een zondagsritje voorrang gegeven. Hij schenkt jaarlijks een behoorlijk bedrag om dieren te redden die dreigen uit te sterven.
‘Als dat nou eens het geval is, dan vraag ik je opnieuw: wie is de goede zoon?’
Het punt van Jezus is duidelijk. Beoordeel de mensen niet naar wat ze belijden met de lippen. Luister niet naar hun missies en credo’s. Kijk gewoon naar wat ze doen, voorzover je dat trouwens kunt zien.
En een ander punt: blijf niet wachten totdat al die verloren kinderen naar de kerk komen. Ga gewoon naar ze toe. Laat ze zien hoe dicht ze soms bij Gods waarheid zijn. Dat zullen we als kerk moeten leren. Hoe krijg ik die bijbel uit de nachtkastjes boven op tafel!

JE KAMER OPRUIMEN OP TWEE MANIEREN
Lieve kinderen. ‘En nou als de bliksem naar boven en dan ruim je eerst je kamer op en dan mag je gaan spelen!’ Moeder wees met een boos gebaar naar boven. ‘Dat vind ik niet eerlijk’ riep Anne. Ik heb toch opgeruimd!’ ‘O ja? En die kleren op de grond en die verfrommel op tafel?’ ‘Nou... die kleren moet ik straks aan Judith laten zien en dat verven daar ben ik nog mee bezig. Dat moet drogen.’ Terwijl Anne mokkend naar boven liep, rende Marc alweer omlaag. ‘Zo,’ riep hij opgewekt. ‘Klaar.’ Hij pakte de voetbal en rende naar buiten.
Later die middag zag moeder dat Marc zijn vuile kleren alleen maar onder het bed had getrapt. Niks klaar! En Anne had haar kleren netjes op de stoel gelegd en de verfkwasten schoongemaakt. Dus als je wilt weten wie het beste luistert dan moet je niet horen wat ze zeggen, maar je moet kijken wat ze doen. ‘Als je wilt weten of iemand in mij gelooft’, zei Jezus, ‘dan moet je niet luisteren naar wat ze zeggen, maar je moet kijken naar wat ze doen!’