De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

NEGENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 2002
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2002

MENS OF MUNT

BAH BELASTING
Op internet circuleert een brief die uitdrukt wat mensen voelen als het gaat om belasting betalen. Het is een zogenaamd antwoord aan de Belastingdienst. ‘Geachte heer, Heden ontving ik het aanslagbiljet. Helaas moet ik u mededelen dat ik daar niet aan kan voldoen. Sinds jaar en dag betaal ik loonbelasting, inkomstenbelasting, onroerendgoedbelasting, straatbelasting, huurbelasting, motorrijtuigenbelasting, grondbelasting, hondenbelasting, rioolbelasting, alcoholaccijns, benzineaccijns en BTW. Van mij wordt een bijdrage verlangd ten behoeve van de kerk, het Leprafonds, het Pensioenfonds, het Ziekenfonds, Kruisvereniging en Jantje Beton. Mijn hele leven heb ik op formulieren ingevuld dat ik ben geboren ben en dat ik gehuwd ben met dezelfde vrouw. Ik kan het niet meer. Hopend op uw begrip, hoogachtend, ‘n belastingbetaler.
Het evangelie van vandaag ging over belasting betalen. De Farizeeën waren fel tegen de belasting die de Romeinen hadden opgelegd. Iedereen moest een vast bedrag betalen, een denarie met de beeltenis van de keizer. Ongeacht het inkomen. Dus de armsten hadden er de meeste haatgevoelens bij. In Israël werden muntstukken gebruikt zònder het keizerlijk portret, maar voor de belasting aan Rome was men verplicht een munt mèt de keizer af te dragen.

HERODIANEN EN FARRIZEEEN
De Herodianen vormde een partij die vooral op middenstanders en handelaren steunde. Zij hadden belang bij stabiele verhoudingen. Ze vreesden opstand en steunden het gezag van koning Herodes. Ze betaalden de belasting niet graag maar hadden geen principiële bezwaren.
Wel, deze Farizeeën en Herodianen sluiten een monsterverbond. Jezus moest nu maar eens kiezen. Ofwel geen belasting betalen en dan riskeert hij een proces. Ofwel belasting betalen maar dan verspeelt hij de sympathie bij het grote publiek. De partijen spannen samen om Jezus definitief te laten struikelen, ofwel over de overheid of over het volk!
Jezus doorziet het spel. Hij wil zich niet buiten spel laten zetten. Hij kijkt naar de belastingmunt, ziet het gehate portret en zegt: ‘Geef de keizer wat van de keizer is.’ Dat is heel handig. Er klinkt iets in van ‘Weg ermee’, die afgodische munt met de zich goddelijk noemende keizer van Rome, die willen we niet! Terwijl hij dus belasting afdraagt klinkt er afschuw uit jegens de bezetter.
Is het alleen maar handige truc van Jezus om zijn samenzweerders te slim af te zijn? Is het een slimmigheid om te overleven in het slangennest van de Jeruzalemse politiek?

WAT GOD TOEKOMT
Zonder twijfel is het dat ook. Maar de evangelisten zouden deze dialoog niet hebben opgeschreven als ze er niet een diepere waarheid in hadden verstaan. Een waarheid die voor alle tijden geldt. Jezus voegt er namelijk aan toe: ‘En geef aan God wat God toekomt.’
Waar de beeltenis van de keizer op staat dat mag naar Rome toe, maar waar de beeltenis van God op staat, dat is voor God.
In het verleden is dit verhaal gebruikt om de terreinen van paus en keizer, van kerk en staat af te bakenen. Maar wat zou Jezus op het oog hebben gehad toen hij sprak over iets dat aan God toekomt, over dingen die de beeltenis van God dragen, zoals op de munt de beeltenis van de keizer stond? Waar heeft God zijn stempel op gedrukt? Daarover staan in de oudste joodse boeken duidelijke dingen. ‘God schiep de mens naar zijn beeld, op hem gelijkend!’ De mèns is degene die de beeltenis van God draagt. De mens komt aan God toe. Dus stuur al die materiele dingen, geld en goud naar aan de keizer, of aan wie er maar gelukkig van denkt te worden, maar geef jezelf aan God, verwacht je geluk van de Allerhoogste.
Eigenlijk valt Jezus de materialistische ondertoon aan van de vraag. Jullie Farizeeën en Herodianen zijn met de verkeerde dingen bezig.

WERELDMISSIEDAG
Mag ik het vandaag op wereldmissiedag zo zeggen: Geef aan de cosmetica-industrie, geef aan de computerbouwers en autofabrikanten maar wat je niet laten kunt, maar geef aan Afrikanen het nodige brood waarop zij recht hebben en gun de kinderen in Malawi, waar wij contact mee hebben, de liefde die wij hun verschuldigd zijn.
Lieve kinderen. Hebben jullie wel eens iets aan mamma gegeven? Met moederdag misschien? Een bosje boterbloemen gaven wij vroeger. Hebben jullie wel eens iets aan de juffrouw op school gegeven? Een stukje zeep misschien. Heb je al eens iets aan je vriendje en vriendinnetje gegeven? Een of ander speeltje voor de verjaardag? Heb je wel eens iets aan je huisdiertje gegeven? Een wortel of weegbree?
Nu een moeilijke: Heb je wel eens iets aan God gegeven? Dat is moeilijk hè! Hoe kun je iets aan God geven? God kan het toch niet pakken. En waar zou God nou blij mee zijn?
Nou moeten jullie goed opletten wat ik je ga vertellen. Want Jezus heeft ons trucje geleerd om iets aan God te geven. Jezus heeft gezegd: God kan geen cadeautje aanpakken want God heeft geen handen. Maar de armen op aarde, die zullen het in God zijn plaats mogen aannemen. Dus wat je geeft aan een kindje met honger, dat geef je aan God. Wat je geeft aan arme mensen, kleren, drinken en zo, dat geef je aan God.