24 mei 2020
2020 - 7de zondag van Pasen © Harrie Brouwers, Voerendaal




WAAR IS DE HEMEL GEBLEVEN?

Jezus steekt zijn leerlingen een riem onder het hart. Hij belooft hun iets. Dat zij God zullen kennen. Is dat de hemel?


De eerste afbeelding van de hemel is van Francesco Botticini. De ander is uit 'Luistert naar Hem', een prentenboek uit 1949 van H.Randag o.f.m. 












 
 

 

 
 
 




















































HET  EVANGELIE VOLGENS JOHANNES  (17,1-11)
Ik leg u de tekst voor uit de 'Naardense Bijbel' van Pieter Oussoren, die met zijn vertaling
zo dicht mogelijk bij de poetische kracht van de bron wil blijven.

Als Jezus dit alles heeft uitgesproken
heft hij zijn ogen ten hemel en zegt:
Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw zoon,
opdat de zoon ú mag verheerlijken,
en, zoals gij hem zeggenschap hebt gegeven
over alle vlees, dat hij aan hen mag geven
al wat gij gegeven hebt aan hem: eeuwig leven!
Maar dit ís het eeuwige leven: dat zij ú kennen,
de enige, de waarachtige God, én hem die gij gezonden hebt,-
Jezus, (de) Gezalfde.
Ík heb u op aarde verheerlijkt door het werk te voltooien
dat gij mij te doen hebt gegeven;
verheerlijk nu gij mij, Vader,
(daar) bij uzelf, met de heerlijkheid die ik had bij u
voordat de wereld was.
Uw naam heb ik geopenbaard aan de mensen die gij mij hebt gegeven
uit de wereld; zij waren van u
en aan mij hebt gij ze gegeven; en uw woord hebben zij bewaard;
nu erkennen zij dat alles wat gij mij hebt gegeven
van bij u is, omdat ik uitspraken die gij mij hebt gegeven
heb gegeven aan hen, en zij nemen ze aan
en erkennen in waarheid dat ik van bij u ben uitgegaan:
zij geloven erin dat gíj mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid ik
nee, voor wie gij mij hebt gegeven, omdat ze van u zijn;
al het mijne is van u en het uwe is van mij;
in hen ben ik verheerlijkt.
Ik ben niet meer in de wereld, zij zijn in de wereld
en ík kom tot u.



 

LIEVE KINDEREN,

Pappa, weet je wat Erwin zegt?’ Lei zat achter in de auto. Ze gingen oma afhalen om te eten. ‘Nee, vertel het me maar.’ ‘Erwin zegt dat zijn opa van Mars komt.’ ‘Dat is flauwekul’, zei pappa direct er overheen. Lei had een enorme fantasie en van zulke verhalen kon hij nachtenlang wakker liggen. ‘Maar weet je...? Erwin had een grote groene plek op zijn arm. Hij zei dat dat een vlek van de marsmannetjes was. Zijn opa was helemáál groen.’ ‘Die onzin geloof je toch niet. Die vlek had hij vast met een viltstift gemaakt!’ Even was het stil in de auto. ‘Maar woont er dan niemand op Mars?’ ‘Op Mars niet, maar ergens in dit heelal zullen wel wezens leven. Ik denk niet dat ze groen zijn!’ ‘Maar waar wonen ze dan?’, drong Lei aan. ‘Nou misschien in de Andromeda-nevel’, zei pappa. Dat vond Lei sjiek. ‘Dan maak ik een paarse vlek op mijn been en dan vertel ik Erwin dat jij van de Andromeda-nevel bent!’ ‘Maar, vind je het niet veel interessanter dat je uit Retersbeek komt?’, vroeg pappa. ‘De wezens in de Andromeda-nevel dromen ervan om uit Voerendaal te stammen. Ze maken misschien rode vlekken in hun nek. Voerendaal is daar het fijnste van het fijnste.’ Maar daar was Lei het niet mee eens. Hij voelde toch diep in zijn hart, dat hij van de sterren vandaan was. En zal ik je een geheim verklappen: Lei had gelijk. Ons lichaam is gemaakt van het stof van vergane sterren!



OVERWEGING

{mp4}2020pasen7|212|160{/mp4}


GOD KENNEN
De evangelist laat Jezus aan het laatste avondmaal een afscheidsrede houden. 
Het is een lange speech. Alles wat Johannes wezenlijk vindt komt aan de orde. 
Het is een soort geestelijke testament, met het gewicht dat laatste woorden nou eenmaal hebben. 
Je wilt ze weten. ‘Heeft pappa nog iets gezegd?’ Een bange vraag van nabestaanden. 
Je hoopt dat het zoiets was als: ‘Ik hou van jou’, ‘Ik ben trots op jullie’, 
‘Ik ben dankbaar voor ons leven samen...’ 
Jezus spreek over zichzelf in de derde persoon, alsof hij zichzelf bekijkt door de ogen van anderen. 
Door de ogen van God misschien? 
Een klein kind dat zijn IKKE nog net niet heeft ontdekt, doet dat ook. 
‘Timmy lust dat niet!’ Het ego moet nog ontwikkeld worden. Nu bestaat hij alleen nog 
in de ogen van mamma. 
De taal van Jezus is echter allerminst kinderlijk. 
Toch wil ook hij misschien denken voorbij het ego. 
'Hij' is niet het 'ik' dat zich krampachtig probeert te handhaven in een vijandige omgeving. 
Hij is wat hij betekent in de ogen van de Eeuwige. 
Dan zegt Jezus over zichzelf: ‘Hij heeft de macht over alle mensen ontvangen, 
de macht om hun het eeuwig leven te schenken. En dit is het eeuwig leven, dat ze U kennen!’
Eeuwig leven..., dat is God kennen!

DE HEMEL
Daar hadden we toch een heel andere voorstelling van, van ‘eeuwig leven’. 
De moderne mens is het begrip ‘eeuwigheid’ kwijtgeraakt. 
Hij heeft er een langgerekte tijd van gemaakt. 
Een soort geprolongeerd bestaan dat ergens anders na de dood verder gaat. 
En waar dan? En hoe? 
Ik herinner me, dat ik het me afvroeg als kind. 
Het antwoord luidde steevast: het geluk van de hemel is het aanschouwen van God. 
Ik vond dat zeer teleurstellend. Hoe mooi God ook moet zijn, 
daar zul je in de eeuwigheid toch wel op uitgekeken raken, dacht ik. 
Maar nu lees ik het dus bij Johannes. 
Daar staat nìet: ‘de hemel is almaar kijken naar God’; 
maar hij zegt: ‘eeuwigheid ìs het schouwen van God.’ 
Eeuwig leven is niet heel erg lang naar God kijken, maar God kennen is eeuwig leven. 
Misschien kun je 'eeuwig leven' beter vertalen met ‘het ware leven’. 

EEUWIGHEID
Men heeft er altijd mee geworsteld. 
Toen aan Augustinus werd gevraagd, wáár de gelukzaligen zouden genieten van Gods aanschijn, 
toen antwoordde hij, dat God zelf die ruimte zou uitmaken. 
Meestal situeerde men de hemel ergens boven de hemel van de vogels 
en boven de hemel van de sterren. 
De geleerden beseften, dat men er eigenlijk niets van kon zeggen, 
omdat het niet-zintuiglijke slechts in metaforen aangeduid kan worden. 
Dus ‘ergens daarboven’ met het gebaar van vier vingers die aanhalingstekens maken in de lucht.
Wie preken uit vroeger eeuwen bestudeert (Gerrit Vanden Bosch: Hemel, Hel en Vagevuur), 
die ontdekt dat men altijd beschroomd en terughoudend sprak over het geluk in de hemel. 
De predikers wisten wel dat de eeuwige gelukzaligheid weinigen van het slechte pad af konden houden. 
Het afschrikken met de gruwelen van de hel leek een stuk succesvoller. 
‘God kennen’ leek altijd al een saaie bezigheid. 

SCHOUWEN
Wel, Johannes heeft er zin in. Het eeuwig leven is het schouwen van God. 
Het is voor hem niet een oneindig lange tijd 
waarin we worden beziggehouden met God diep in de ogen te kijken. 
Johannes heeft het niet over een tijd. 
Hij heeft het over het kennen van het diepste mysterie waaruit we zijn voortgekomen. 
Misschien speelt ons ook het feit parten dat onze ogen oververzadigd zijn. 
Wij krijgen per uur duizenden indrukken meer te verwerken 
dan de doorsnee mens in voorbij eeuwen. 
Zien was een fysiek feest voor de ogen. 
De gebrandschilderde ramen in een kathedraal, 
de miniaturen in een kostbaar handgeschreven boek. 
Het zien van iets was bijna een ontmoeting. 
Eeuwenlang was voor de meeste kerkgangers het opzien naar de heilige hostie 
tijdens de consecratie evenveel waard als het communiceren zelf. 
Het schouwen van God, dat is zoveel als opgaan in het mysterie van de Eeuwige.



 
 

GEBEDEN

Laten wij bidden dat een geest uit de eeuwigheid
ons hart mag beroeren
en ons maakt tot mensen die barmhartig zijn
en die steeds opnieuw het goede in de ander kunnen ontdekken...

Laten wij bidden voor mensen die ons land besturen,
dat zij niet zozeer met regels en voorschriften bezig zijn
maar met mensen
en dat ze een open oor hebben voor hun noden...

Laten wij bidden voor jongeren die hun weg zoeken in de wereld van vandaag.
Dat ook zij bezield mogen raken door de Geest van God
die hen aanzet tot moedige daden van onbaatzuchtigheid...

 
Goede God, zo bidden wij om nieuwe toekomst
voor deze wereld.
Zend uw Geest die als een zon die opgaat 
en kleur geeft aan het hele land,
en die het aanschijn van de aarde kan vernieuwen,
door Christus onze Heer, amen!