2020 - Paaswake / Pasen © Harrie Brouwers, Voerendaal


paaswake 2020






IN EEN GESLOTEN KERK....



STILLE GRAFLEGGING
Begin december moet er op een Chinese markt iets gebeurd zijn, iets heel kleins. Niemand die er aanvankelijk iets van merkte. Bij het slachten van wilde dieren is een minuscuul klein, los stukje DNA – ik vertel het wat vereenvoudigd –, zo klein dat het alleen door een elektronenmicroscoop zichtbaar te maken is, in een mens terecht gekomen; het is daar een levende cel binnengedrongen en heeft die ontregeld. Vervolgens is dat verspreid en vermeerderd en binnen enkele maanden heeft het in de hele wereld mensen ziek gemaakt en dood. Ineens werden kerken gesloten. 
De afgelopen weken zijn er tien uitvaarten geweest in heel kleine kring. Ingehouden rouw. Geen troost van een volle kerk. De intieme afscheidsdiensten waren er niet minder authentiek door, niet minder oprecht, maar een beetje eenzaam waren ze wel, zo zonder koor en zonder aanrakingen. En dan nog de pijn van de weken die eraan vooral geingen, waarin er afstand was, een mondkapje voor je glimlach, plastic handschoenen tussen een aai. Ineens maakten we mee dat naastenliefde afstand eiste; maar ook: dat afstand verbondenheid kan scheppen. Herkenden we het niet in het paasverhaal: een stille graflegging met weinig mensen maar met intens verdriet en na een eenzame nacht?
We hadden het nog nooit meegemaakt. De kerken gingen dicht. Pasen wordt dit jaar niet gevierd door de parochianen in Voerendaal.

'PAOSJ-VOELENDER
Ik las ooit, dat in voorbije eeuwen ‘Paosj-Voelender’ een begrip was in de wijde omtrek. Deze kerk bewaarde een reliek van het h. kruis. Het hoofdaltaar was ernaar vernoemd. Na de vasten, op tweede paasdag werd deze aan het volk getoond. Daar kwamen van heinde en ver de mensen op af. Er werd uitbundig gegeten en gedronken en er werd hier en daar gevochten; bezoekers kwamen er met koperen potten naar toe om hun hoofd te beschermen. Poasj-Voelender, jawel! 
En dan de terugkeer van de klokken. Aan het eind van de oorlog waren ze van boven uit de toren gegooid om er wapens van te maken. Mensen stonden erbij te huilen. De grootste was in 1819 door een Belgische firma gegoten. Dat gebeurde in de tuin van de pastorie. Er is daar nog een dalletje te zien! Bij de ontmanteling bleek de kroon niet dichtgegoten te zijn en moest het proces opnieuw beginnen. Boze tongen beweerden dat het werk behekst was, en bij de nieuwe poging bewaakten mannen het terrein zodat geen vrouw er meer bij kon komen. De klok kwam nooit terug, maar 5 jaar later hingen er drie nieuwe in de toren.
En nu: Pasen vieren in stilte, zonder kerkgangers.

RAMPJAAR?
De laatste keer dat dit hier gebeurde was niet in de tweede wereldoorlog;  waarschijnlijk moeten we terug naar 1793, toen de Fransen hier de baas werden, en pastoor Crous ‘de eed van haat jegens de monarchie’ weigerde af te leggen, en moest onderduiken. 
Ook een eeuw eerder was het gebeurd. Onze Hollandse geschiedenisboekjes spraken over het rampjaar: 1672. Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen vielen de Hollandse republiek binnen. Het heette dat het volk redeloos was, de regering radeloos en het land reddeloos! Er stond in ons leerboek niet bij, dat hier  in Voerendaal dit ‘rampjaar’ als een ware ‘bevrijdingsdag’ gevierd werd. Het verbod om katholiek te zijn, dat het land van Valkenburg was opgelegd door de Staten Generaal, werd teniet gedaan. 
Ik vertel het even om me te realiseren hoe historisch het is, dat we dit jaar op deze plek, in deze kerk – die er misschien al vanaf het begin van het christendom staat –, geen uitbundig Pasen kunnen vieren. Wij, mensen met dromen, idealen en angsten, mensen in de rouw, die elkaar zoeken en willen aanraken..., wij staan niet los van de grote geschiedenis van de wereld. We zijn er een onderdeel van.

OPSTANDING
Evenzeer werd de afgelopen weken  duidelijk hoe kwetsbaar de mensheid is. Het lijkt erop dat we geen verzameling zijn van individuen, maar samen een organisme, nauw aan elkaar gekoppeld, bijna niet te isoleren. We horen bij elkaar, meer dan we doorgaans beseffen, alle mensen op aarde, met allen die er zijn geweest en die er zullen komen.
Aan die mensheid wordt bevrijding beloofd en leven uit de dood. Pasen is de ziel van ons zijn! Ook als we het heel klein vieren, thuis rond een kaars die brandt. Het leven is een wonder! Het staat op uit de dode materie en vindt zijn thuis bij God.

GOD EN HET VIRUS....
Lieve kinderen. ‘Wat is een virus’, vroeg Benjamin. ‘Je hoeft niet bang te zijn. Kinderen kunnen heel goed tegen het coronavirus’, stelde pappa hem gerust. ‘Ja, maar was is het?’ ‘Weet je wat een virus op de computer is?’ ‘Ja zeker, dat is een piep klein programmaatje en dat stuurt de hele computer in de war.’ ‘Juist. Heel goed. Nou een virus is ook een piepklein programmaatje, het is geen diertje en geen plantje, gewoon een stukje eiwit, maar daar staat in wat de cellen in ons lichaam moeten doen. En dat programmaatje, als dat in het lichaam komt, dan stuurt dat de cellen in de war. Gelukkig zijn er andere cellen die dat programmaatje er gauw weer uitgooien en meestal lukt dat wel.’ ‘Bij de oma van Gerda is het niet gelukt’, zei Benjamin. De oma was gestoven. Er kon niemand bij het afscheid komen. Bijna niemand. Gerda had heel erg moeten huilen. ‘Wie heeft die virussen gemaakt?’ ‘Tja’, zei pappa, ‘dat weten we eigenlijk niet. Misschien zijn ze ontstaan samen met al het leven op aarde, een soort losse onderdeeltjes.’ ‘Kan God de virussen dan niet uitschakelen?’, wilde Benjamin weten. ‘Dat kan Hij zeker’, zei pappa, ‘Hij is ermee bezig! En ons heeft Hij daarbij nodig. Daarom blijven we binnen met Pasen.’ Benjamin zuchtte....
  
Paasochtend 2020






DOOR DE DOOD HEEN



DOODSANGST
Haar hele leven was beheerst door de angst, een dodelijke ziekte onder de leden te hebben. Daarom ging ze elk gesprek uit de weg, dat een beetje in de richting ging van ziekenhuizen en dokters. Plotseling was het weer zover. Ze voelde steken in haar zij. Ze zat om acht uur al op het spreekuur en eiste een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Als 9-jarig meisje had ze het ziekbed van haar moeder meegemaakt. De sombere bezorgdheid van haar vader was maandenlang voelbaar geweest in huis. Ze had zich verantwoordelijk gevoeld voor het hele gezin. Daarna had ze geleefd met het angstig vermoeden dat haar einde nabij was. 
Deze keer had de huisarts ernstig gekeken. Er volgden onderzoeken in het ziekenhuis en tenslotte kwam de uitslag: ‘Mevrouw, we kunnen u nog helpen de pijn te verlichten; u hebt nog enke-le maanden, misschien een jaar.’ 
Op dat moment gebeurde er iets heel merkwaardigs. Het had haar zelf zeer verrast. Ze was namelijk helemaal niet in paniek geraakt. Integendeel, er was een diepe, intense rust over haar gekomen. Alle angst week. Dan was het maar zover! Nu hoefde ze nergens meer voor te vrezen. Het kwaad was geen dreigende vijand meer. Ze hoefde niet langer haar angst te ontvluchten.

DIEPE RUST
Ik heb hier vaak over nagedacht. Wat was er met deze vrouw gebeurd? Zou het kunnen zijn, dat haar bewustzijn werkelijk verruimd was, op het moment dat haar oude angst vervloog in de realiteit? 
Van kinds af aan hebben wij geleerd, dat wij allemaal een individu zijn, een persoon die staat tegenover de hele wereld. De klasgenootjes zijn mijn concurrenten en menigeen lacht me uit als ik struikel! De wereld zit vol gevaren, en misschien houd ik het 80 jaar uit met wat geluk, maar verliezen zal ik. 
Zou het kunnen zijn dat dit angstige, steeds vluchtende ‘ik’, als het eenmaal oog in oog staat met de realiteit, ineens begrijpt, dat het zoveel meer is. Ik ben een onderdeel van een gigantisch mysterie dat doordrenkt is van liefde en de wil om te zijn. En dat grote mysterie, waarvan ik deel uitmaak, gaat niet verloren. Mijn positie in het geheel verandert, maar was ik niet altijd een ‘broeder van de zon’ en ‘een zuster van de zee’, om het laatste lied van Franciscus te parafraseren?!

GELOOF NA DE DOOD
Voor de leerlingen van Jezus was de dood een nachtmerrie. En het was allemaal sneller en wreder gegaan dan ze eergister nog hadden gedacht. Ze hadden zijn angst gezien in de hof. Hij was er gaan bidden na het paasmaal. 
Hij had nog die merkwaardige opmerking gemaakt en van het brood gezegd ‘dit ben ik!’, vlak voordat hij het brak en verdeelde. Ze hadden het niet willen begrijpen. Nee, jij niet! Jij gaat niet dood! God staat aan jouw kant... Maar nu is alles stil geworden. De angst is niet meer nodig. De zon komt op. Het wapengekletter is verstomd. Jezus is opgegaan in het mysterie van de schepping en hij is overal. Ze ervaren hem bij elk stuk brood dat ze breken. Zo was hij inderdaad. Voedsel voor anderen. Zo moeten wij zijn! 
God laat ons niet alleen. Hij gaat verder met hem en met ons. 
Zingt daar de hele schrift niet over? Vinden we het niet terug bij Jesaja en de andere profeten?
 
UIT DE SCHRIFT
Veel mensen weten met het paasverhaal niet zo goed raad. Wat moet je je daarbij voorstellen? Is het letterlijk op te vatten? Was de verrijzenis een gebeurtenis die zich voltrok in onze tijd en in onze ruimte? Het past helemaal niet in ons wereldbeeld. Waar zou de verrezen Christus heen hebben kunnen gaan, in de kille eindeloze kosmos?
Het evangelie van vandaag geeft daarover een hint. 
In het laatste zinnetje wordt over de leerlingen die het lege graf aanschouwden opgemerkt: ‘ze hadden uit de schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan.’ De verrijzenis waarover de grafverhalen gaan is een geloof dat rechtstreeks uit de schrift komt. Aldus Johannes. 
Lukas had het ook zo gezien. In de handelingen beschrijft hij een preek van Petrus. Petrus wijst zijn gehoor in het huis van Cornelius in Caesarea erop dat Jezus een ware weldoener was geweest en dat God hem in de dood niet alleen gelaten had. Dat is de kern van het paasverhaal. Jezus heeft zozeer geleefd uit de liefde, dat God hem wel trouw moest blijven. 
Die trouw van God, ook na onze dood, is geen premie. Jezus heeft niet voortreffelijk geleefd om door God tot leven te worden gewekt. Wij zijn niet geroepen om goed te zijn teneinde in de hemel te komen. Het is andersom: we leven uit de liefde en handelen naar de gerechtigheid, omdat we houden van de gerechtigheid, omdat de liefde anderen en onszelf gelukkig maakt. En God blijft ons trouw.
 
TOT GAUW!
Lieve kinderen. De afgelopen weken deden me aan vroeger denken. Toen ik donderdag door Heerlen fietste, was het er zo heerlijk rustig als vroeger op zondag..., er was plaats in de bus en in de trein. De lucht was gezonder dan ooit en de mensen hielden rekening met elkaar. Ze belden me op of ik ook alles had wat ik nodig had. En ze spaarden closetpapier - ik weet niet waarom. Ik denk dat ze er torens mee bouwen in de huiskamer. Kijken wie het hoogste komt! Maar er waren ook dingen die me aan de toekomst lieten denken. Bijvoorbeeld dat je ook via internet naar de kerk kunt gaan.... En toch hoop ik dat het gauw voorbij is, want ik heb jullie wel gemist met je palmpasenstokken en je ezeltje... Ik hoop dat jullie de kerk straks niet vergeten bent!
Tot gauw!

Bertie Berière
Mooi en troostend.