2020 - 3de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal




ALS DE ZON OPKOMT...




VISSEN OF VIS
Lieve kinderen. ‘Ik hou niet van vissen’, zei Arno. ‘Nee?’, vroeg ik? ‘Vind je het niet leuk om samen ‘s morgens om half zes...’ Arno trok een vies gezicht. ‘s Morgens vroeg keek hij altijd tekenfilmpjes op de televisie. ‘...om half zes naar de Maas te gaan. Iedereen slaapt nog. Wij houden een hengel in het water tot een visje bijt en dan vangen we het.’ ‘Ja vissen is wel leuk’, zei Arno, ‘maar ik hou niet van víssen.’ Arno hield wel van vissen maar niet van vis! Alleen vis-sticks maar die zwemmen niet in de Maas.
‘Jezus hield van vissers’, zei ik. Hij vroeg ze om mee te gaan. ‘Dan zal hij vis wel lekker hebben gevonden’, stelde Arno vast. ‘Dat denk ik ook. Maar vissers zijn ook mensen die veel tijd hebben om na te denken. Ze zijn lang in de natuur, bij het water; ze zien de zon niet alleen ondergaan maar vooral opkomen. Ze weten, beter dan andere mensen, wat mooi is en ze zijn geduldig.’ Ik zag intussen dat Arno plannetjes zat te maken. ‘Zullen we morgen gaan vissen’, vroeg hij tenslotte. ‘Dan neem jij de hengel mee en ik mijn playstation en de boxen en limonade en broodjes, dan hoeven we ons niet te vervelen.’ ‘Leuk’, zei ik maar, ‘en neem je broertje ook maar mee.’ Vissers heb je in alle soorten en maten!

GEBROEDERS
Je ziet ‘t steeds minder, zo’n vrachtauto’s waarop met grote letters trots geschilderd staat: ‘Meesters en zonen’. Vaders hebben bijna geen zonen meer die geïnteresseerd zijn in het bedrijf. Nog minder kom je de naam tegen ‘Gebroeders Putjens’ of 'de twee Gezusters'. Kunnen broers het minder goed vinden met elkaar? Of wil iedereen alleen nog maar ‘zijn eigen ding’? Of is het een belastingkwestie?  Jezus heeft een voorkeur voor broers en voor zusjes. Ze komen uit hetzelfde nest en koesteren dezelfde dromen. Ze hebben deelfde liedjes gezongen en dezelfde soep gegeten. Ze kunnen voor elkaar de wereld een beetje ‘thuis’ laten zijn.
Jezus loopt langs het meer. Ik probeer me dat voor te stellen. Hij is niet blij. Hij heeft gehoord dat zijn vriend door Herodes vermoord was. Jezus had Jeruzalem achter zich gelaten met z’n geleerden en politici. Hij is nu thuis, in het land waar hij was opgegroeid. Hij vindt rust om na te denken over een betere wereld, over de schepping zoals die God voor ogen had gestaan. Het is nog vroeg. De zon komt op boven het meer. Hij herinnert zich een tekst van Jesaja: ‘Galilea van de heidenen, volk in het donker, een groot licht gaat over u op.’ Ook hier kan het gebeuren, ook hier is Gods heerlijkheid. Je hoeft niet in Jeruzalem te zijn of in Rome of Amsterdam. 

UITZIEN
Jezus kijkt over het meer en ziet twee broers. Vissers zijn het. ‘Kom mee!’ roept hij en ze volgen. ‘De hemel is overal!’ Dat was zijn enige boodschap. Ik probeer het me voor te stellen. Waarom zouden de twee broers hun boten in de steek laten? Waren ze een beetje extremistisch? Hadden ze het zo slecht bij hun vader? Ging het niet goed met de visserij? Waren ze teleurgesteld in de liefde? 
Ik kan maar één ding bedenken. Die Jezus moet een enorme indruk gemaakt hebben. De persoon van Jezus en zijn eenvoudige boodschap, sprak hun recht in de ziel. Er bestond in die tijd een hunkering naar Gods koninkrijk. Het moet het gesprek van de dag zijn geweest, ook op de markt en onder reizigers en bij kinderen. Het Joodse volk was de onderdrukking moe. Allerlei lieden voorspelden dat God een eind zou maken aan de tirannie van de Rome. Voor hen was het ‘Rijk der hemelen’ een politiek concept.
‘Het koninkrijk van God is ophanden’, riep Jezus en hij vond gehoor in alle eeuwen. Oorlogen woedden, hongersnood teisterde, ziekten vaagden éénderde van de stedelingen weg. In de loop der eeuwen heeft men steeds andere voorstellingen gehad. Soms was Gods Rijk een politiek ideaal, soms een kruistocht of een staatsorde. Soms werd het idee geprojecteerd in het hiernamaals. 

AANPAKKEN
De werkelijkheid zoals ze eigenlijk zou moeten zijn, dat is een ideaal in ons hart, maar dat hoeft niet heel ver af te liggen. Dat was het nieuwe van Jezus. Het ligt onder handbereik. Droom niet over God Rijk, maar begin eraan. zoals een moeder die haar huilend kindje in haar armen wiegt; zoals een scholier die het klimaat-getreuzel van regeringen te laks vindt en boos de straat op trekt. Zoals het meis je dat aan haar mamma vraag hoe ze de kindjes in Afrika wat geld kan sturen. Zoals de meid die ijverig studeert omdat ze later als dokter zieke dieren wil helpen. Op die jongen die een liedje voor zijn zieke oma zong. Het ziet er soms niet best uit met de wereld, maar wacht niet op een grote tovenaar. Begin er zelf mee. Iedereen kan op zijn eigen manier de tekenen stellen van de koninkrijk van God, waarvoor die broetjes in Galilea zo warm liepen.