De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2019 - 7de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal 



A-SOCIALE MEDIA



LOPEND
Jezus zei: ‘Heb je vijanden lief, en wees goed voor wie jullie haten...’ We kennen die uitspraak wel. Typisch Jezus! Misschien hebben we hem zelf ook wel eens gebruikt. Als het goed uitkwam. Als verwijt naar anderen die ons onvriendelijk behandelden. Toen je bijvoorbeeld met een rood hoofd voor de klas stond en de wiskundeleraar hatelijk zei: ‘Welke straf zal ik daar eens voor geven?’ ‘Heb je vijand lief!’ Als dat eens kon, in Irak, in Jemen, Colombia... De wereld zou op slag een stuk veiliger zijn. Of is het een utopie? Iets dat toch niet echt kan? Je vijand liefhebben! Is het niet een tegenstrijdigheid? Een Oosterse overdrijving? Zouden mijn ouders het hebben gekund, pas getrouwd, met jonge kinderen, in de oorlog tijdens de bezetting? Hebben wij eigenlijk nog wel echte vijanden? Mensen die we niet mogen, zijn er genoeg. Misschien zelfs mensen waaraan we een hekel hebben. Een arrogant familielid... Een baas die ons gekleineerd heeft ooit... Een buurman die zijn hond uitlaat en de troep niet opruimt op mijn stoep... Irritant, maar ‘n vijand..., nee toch?!

RIJDEND
Ik kan wel eens schelden. Vooral als ik alleen in de auto zit. Dan kan ik ook vloeken. Ik durf het hier niet te herhalen. ‘Stomme knuppel’, roept iemand van achter het stuur. Iets veel ergers roept hij eigenlijk, een krenkend scheldwoord, een verwensing, een dodelijke ziekte. Je zou het nooit tegen iemand zeggen die tegenover je staat, maar met zoveel blik ertussen en met die snelheid waarmee we elkaar voorbijschieten, komen de frustraties er wel eens in enkele gemene woorden uit. Zeker als je de pijn op het gezicht van de ander niet ziet... ‘Heb je vijand lief!’

SURFEND
Veel erger dan op de snelweg schijnt het er op internet aan toe te gaan. Veel onderzoeken laten zien dat Nederlanders ver boven andere mensen uitsteken, als het om schelden en beledigen gaat op de sociale media. A-sociale media is misschien een beter woord! Vooral als iemand iets ten gunste van vluchtelingen publiceert of tegen zwarte Piet, dan zijn de doodsbedreigingen niet van de lucht. Ineens worden fatsoenlijke Hollanders bloeddorstige zeerovers. De ene belediging lokt de volgende uit. Mensen proberen de ander zo hard mogelijk tegen de schenen te trappen. Ze horen en zien niet de pijn die zij bij de ander genadeloos veroorzaken. Iedereen doet het toch! De hele school doet het! Honderd, duizend, tienduizend verwensingen en haat-berichten volgen. Ieder gevoel voor wellevendheid lijkt verdwenen. ‘Heb je vijand lief!’ Wie een beetje bekend is met facebook en twitter, beseft hoever Jezus’ oproep van de realiteit af staat, maar ook hoe dringend nodig ze is.

VALKUIL
Wat zijn dat nou voor mensen, die ijskoud schrijven: ‘Ze moesten jou ook maar op een rubberbootje in zee droppen, en dan moest je maar naar de haaien gaan...’ Wat zijn dat voor mensen die schrijven: ‘Ik wens je een dood toe met de ergste pijnen van de hel.’ Ze proberen de ander te raken waar zij of hij het meest kwetsbaar is. Ze hebben iets gelezen over de achtergrond van een min of meer bekende Nederlander, iets over een scheiding, een fout artikeltje of een menig over ontwikkelingshulp of dierenleed, en daar hakken de helden dan op in. Wat zijn dat voor lafaards? 
We zouden ze toch eigenlijk van het internet moeten afhalen. Vindt u niet?  Aso’s zijn het. De rechter moest hen een verbod opleggen nog ooit te surfen! Of beter: sluit ze enkele weken op. Verdiende straf. Misschien moesten ze zelf maar eens enkele maanden in een asielcentrum gaan wonen, of de vluchtweg op zee in een overvolle boot maken na overmaking van duizenden euro’s. Dat is toch het minste dat we ertegen kunnen doen? Bent u toch met me eens?! .....
Voelt u de valkuil!? In de kortste keren heeft mijn boosheid me verlaagd tot hetzelfde niveau als mijn tegenstander. Ik betrap me op mijn eigen hatelijkheden. Even heb ik me opgewonden over boze twitteraars en bijna ongemerkt ben ik een van hen geworden. Geen haar beter. Even grof in mijn oordeel en onbarmhartig in mijn straffen. 
‘Heb je vijand lief.’ Lief zijn voor je vrienden, dat kan iedereen, dat is niets bijzonders. Daar is niets goddelijks aan. Maar je vijand liefhebben...! Dat betekent: het onmogelijke doen. Alle mensen in je armen sluiten. Dat wìllen..., dat proberen..., dat brengt ons in de buurt van het geheim van God.
 

HOEVEEL VIJANDEN?
Lieve kinderen. De pastoor kijkt tijdens de preek de kerkgangers indringend aan. ‘Wie heeft zijn vijand wel eens vergeven?’, vraagt hij. De kerk blijft doodstil. De predikant dringt aan: ‘Wie heeft zijn vijand wel eens vergeven?’ Aarzelend steken hier en daar mensen hun hand omhoog. Voor de derde keer roept de pastoor: ‘Nou?! Wie heeft zijn vijand wel eens vergeven?’ Er komen meer armen, en hoe meer mensen hun hand omhoog steken, des te meer volgen het voorbeeld. Tenslotte zit er alleen op de voorste bank nog een oude man met de armen over elkaar. De pastoor kijkt hem aan. ‘U hebt nog nooit uw vijand vergeven?’, vraagt hij verwijtend. De oude man antwoord rustig: ‘Ik heb geen vijanden.’ ‘Hoe oud bent u wel niet?’, vraagt de pastoor. ‘Negenennegentig jaar en elf maanden’, zeg de oude man. ‘Dus u bent bijna honderd jaar, en u hebt geen vijanden?’ vraagt de pastoor ongelovig. De man spreidt zijn armen uiteen en zegt berustend: ‘Allemaal dood!’