De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

2018 - 30ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal






WAT DE BLINDE ZIET...

 

 

 

HET WONDER

Het belangrijkste apparaat vroeger, was de Miele wasmachine. Het was een grote houten kuip die ‘s zomers stond te draaien in de achtertuin en ‘s winters in de keuken. Onder de kuip was een stevige motor die je met een voet moest aantrappen. Als de was klaar was, moest de kuip leeg worden gemaakt. Het kraantje functioneerde niet meer, dus legde mijn moeder een slang over de rand en begon eraan te zuigen tot die vol vocht zat; dan liep het water over de rand omhoog. ‘Overhevelen’ noemde ze dat. Op de kuip zat een elektrische wringer met een veiligheidspal voor als je er met je hand tussen zat. 
En toen kwam de moderne tijd. Mijn moeder kreeg een - wat genoemd werd - ‘vol automaat’. De vol automaat werd in de kelder geplaatst, met een waterpomp aangesloten op het riool, zodat er geen slang meer leeggezogen hoefde te worden. Toen alles klaarwas, haalde mijn moeder een keukenstoel naar de kelder, ging voor de patrijspoort van de vol automaat zitten, en bleef gefascineerd anderhalf uur lang kijken naar het wasprogramma. Het was niet uit wantrouwen, maar pure genotzucht. Haar boeide de de manier waarop de machine het werk deed, het wonder van de vooruitgang. Dit is voor mij het schoolvoorbeeld geworden, van hoe de manier waaròp iets gebeurt, mensen meer kan boeien dan dàt het gebeurt!
 
NIET HOE HET GENEEST
Jezus geneest een blinde. Er zijn schattingen dat er misschien wel een op de vijf mensen, door allerlei ontstekingen, blind was. Driehonderdduizend blinden in die tijd, ruw geschat. Een ervan zit langs de weg. We kennen hem niet. De zoon van Tim. Jezus geneest hem. Leuk voor de man, maar de lezer van vandaag wordt toch vooral geboeid door de manier waarop dat geschiedt. Er komt geen narcose aan te pas. Ook geen vooronderzoek. Formulieren van de verzekering zijn er niet. Geen mes, geen operatiekamer, geen laserstraal. Jezus raakt hem zelfs niet aan. Hij bidt niet eens! Het geloof van de blinde lijkt voldoende te zijn. ‘Ga heen’, zegt Jezus alleen maar. Maar hij gaat niet heen! Hij loopt achter de leerlingen aan. 
Dit optreden van Jezus als de grote wonderdoener, - zeg maar: tovenaar -, nam in mijn kindertijd een grote plaats in bij het godsdienstonderwijs. Het voorval moest bewijzen dat Jezus Gods zoon was. Hij kon immers, als de schepper, uit het niets iets tot stand brengen. Niet de genezing van Bartimeüs werd als het belang gezien van dit verhaal, maar de magische wijze waarop Jezus optrad. Niet het resultaat was boeiend maar het goddelijk proces. Wij beluisteren het verhaal, zoals mijn moeder voor de vol automaat zat: vol bewondering om het kunststukje.
 
MAAR DAT HET GENEEST
Daarbij wordt de bedoeling van Marcus volkomen over het hoofd gezien. Marcus verbaast zich immers helemaal niet over de manier waarop Jezus geneest. Jezus doet dit zoals alle genezers in die tijd het deden. Op het gebruik van kruiden en een enkele chirurgische ingreep na, was dit de enige manier waarop genezen werd. Genezers werkten met de kracht van suggestie. Het vertrouwen van mensen moest het helingsproces tot stand brengen. Een mens heeft een grote helende kracht in zich, en die kan gewekt worden door liefde, door gezaghebbende personen, door geloof. Jezus’ optreden was voor Marcus heel gewoon. Als de evangelist eens een kijkje kon nemen in onze moderne ziekenhuizen, dan zou hij God op zijn knieën danken om de heilzame ingrepen die daar gebeuren. Het doet er niet toe of Jezus zegt ‘Ga heen’, of dat je onder een laserstaal wordt gelegd, of een chirurg zorgvuldig iets wegsnijdt, of dat pillen en drankjes nieuw evenwicht scheppen..., wat telt is het wonder van de genezing, dat wordt als Gods wil gezien.
 
IRONIE
De verteller Marcus heeft om nog een andere reden plezier in zijn verhaal. Er schuilt ironie in zijn vertelling. De blinde langs de weg kan weliswaar niets zien, maar hij is de enige die ziet dat deze Jezus uit Nazareth de gezalfde is, de zoon van David. Hij schreeuwt het uit: ‘Zoon van God!’ Hij ziet meer dan zijn vrienden en alle omstaanders. Zijn blindheid weerhoudt hem niet om als enige de waarheid te zien, het wezen van de dingen. Daarom wordt deze blinde ons tot voorbeeld gesteld.
Na een paar maanden ging mijn moeder niet meer in de kelder zitten. De vol automaat was gewoon geworden. Pas als de machine kapot ging, kwam er weer iets boven van verwondering. Pas als de gezondheid hapert komt er iets terug van dankbaarheid. Maar altijd hebben christenen het als een goddelijke roeping verstaan om zieken te genezen en en troostend nabij te zijn. Daartoe zijn we geroepen!
 
OGEN DICHT
Lieve kinderen. Marlies was 9 jaar geworden. Er waren een stuk of acht vriendinnetjes uitgenodigd op haar partijtje. Ze besloten de middag met blindemannetje. Mamma had alle dure vazen en beeldjes uit de kamer gehaald. Marlies kreeg de theedoek om haar ogen en toen mocht ze met een krant zo hard om zich heen slaan als ze kon. Als je niets kunt zien, dan ga je extra goed horen. En ruiken. Voorzichtig zette ze een stapje vooruit en sloeg toe. Ze luisterde scherp. Maar ze hoorde helemaal niets. Alle vriendinnetjes waren doodstil. Snel deed ze een stap naar achter en sloeg onverwacht. Niets geraakt en niets te horen... Teleurgesteld schoof Marlies de blinddoek omlaag. De kamer was leeg. Alle kinderen zaten te giechelen op de gang. ‘Dat is niet eerlijk!’, riep Marlies nog, maar niemand luisterde. Blindzijn is ook niet eerlijk, en zeker niet als je ook niks meer hoort... ‘Wie is aan de beurt?’, vroeg mamma. Maar Anna had de knuppel al beet en sloeg wild op de aanwezigen in, met open ogen. Dat is wel zo handig. Gillend vluchtte iedereen de kamer uit en mamma deed oren en ogen dicht.
 
 
 
 
 
Menu Contactpersoon Module Artikel Afbeelding Nieuwe pagina Lees meer Status Categorie * Speciaal Toegang Taal Tags Typ of selecteer enkele opties Joomla! 3.8.13 — © 2018 kirchröadsj Bekijk website0bezoekers1administrator0BerichtenUitloggen