De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - 28ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal





VAN EN VOOR ETHIOPIË



MARMER
Er doen wel eens rare verhalen de ronde over pastoors. Toch heb ik de indruk, dat de herders van mijn kinderjaren veel excentrieker waren dan tegenwoordig. Neem pastoor Janssen van Scharn. Daar woonden wij. Over hem gingen bizarre verhalen. Hij zou heel gul zijn geweest voor bedelaars en hij zou in de oorlog velen geholpen hebben. Dus werd hem alles vergeven, ook dat hij steevast links van de weg fietste en zonder vergunning vanaf de kerktoren grammofoonplaten liet schallen over de wijk. Toen de eerste dames in de parochie met gestifte lippen naar de communiebank kwamen, mompelde hij bij het uitdelen van de heilige hostie: ‘Pas op Jezuke, de deur is pas geverref!’ Een dame die lid was van het kerkbestuur wilde de pastoor laten merken dat ze het te koud vond. Toen de pastoor zelf met de collectemand langs haar bank liep, rilde ze hoorbaar. Janssen liep enkele banken verder, draaide zich om, en zei keihard: ‘Mot’r mèr twie onderbreuk aontrekke!’ Janssen was in 1933, in de crisisjaren, tot bouwpastoor benoemd. Hij zou in een brief aan Musolini gevraagd hebben, of die hem het marmer cadeau wilde doen voor het nieuwe godshuis. Hij schijnt het van hem gekregen te hebben. Ik herinner me in elk geval, dat hij elk jaar een h. mis voor hem opdroeg. Als Janssen daarop aangesproken werd, zei hij: ‘Deze zondaar heeft het hard nodig!’

ZILVER
Even hardnekkig was het gerucht dat hij bij de bouw van de kerk keizer Haile Selassie gevraagd had, of die niet het zilver voor de kerk wilde schenken. Haile Selassie zocht goede banden met Europa. De oude Egyptenaren haalden er al het zilver vandaan. Deze zilvermijnen hadden koning Salomo van Israël rond het jaar 1100 voor Christus er waarschijnlijk toe aangezet, om een romantische relatie met de koningin van Sheba te beginnen. Ethiopië was grotendeels een kolonie van het in Jemen gelegen Sheba. Nog steeds telt men in Ethiopië - net als in de bijbel - de uren van de dag door te beginnen bij zonsopkomst! De Ethiopische Salomo-dynastie lanceerde in de dertiende eeuw de gedachte dat zij in het bezit was van de ark van het verbond. Hoe het ook zij: het verhaal over het zilver voor de kerk ging het dorp rond. Het was toen, dat ik voor het eerst hoorde over Ethiopië, of Abessinië, en van Haile Selassie en eromheen hangende mysterieuze charme. De mensheid zou er ontstaan zijn. In 1974 werd het skelet van de oudste mensachtige, genaamd Lucy, gevonden. 
Van de brief aan de keizer is overigens nooit een spoor gevonden. Musolini en Haile Selassie waren overigens elkaars vijanden. Musolini wilde Italië zo groot als het Romeinse Rijk maken; en daar had Ethiopië bij gehoord. De keizer een modern en onafhankelijk land. Zijn strijd tegen slavernij maakte hem populair, tot bij slaven in Jamaica toe, waar hij - en de kleuren van zijn vlag - de reggaemuziek inspireerde. En
Janssen... Janssen moest tijdens de crisis in Scharn een kerk bouwen!

ETHIOPIË
In de eeuwen waarin Afrika gekolonialiseerd werd bleef Ethiopië zelfstandig. Na keizer Haile Selassie volgden staatsgrepen. De koude oorlog liet zijn sporen na in het land. Grootgrondbezit werd afgeschaft, maar er volgde in de tachentiger jaren een periode van honger. Op dit moment vinden er veelbelovende hervormingen plaats. Het is een vruchtbaar land. De bevolking is de laatste decennia explosief gegroeid tot meer dan 100 miljoen. De meeste mensen zijn koptische christenen. Een groot deel is mohammedaan. Een kleine minderheid is katholiek en protestant. Opvallend in hun cultuur is de grote eerbied voor ouderen.
Op wereldmissiedag, vandaag dus, steunen parochies over de hele wereld elkaar. De focus van die steun ligt dit jaar op Ethiopië. Het Apostolische Vicariaat Gambella is een van de armste regio’s van het land. De oorspronkelijke bevolking is hier een minderheid geworden vanwege de vele vluchtelingen uit Zuid-Soedan, waar oorlog woedt. Onder hen zijn veel weeskinderen. De priesters, zusters en catechisten die hier leven, hebben een bewuste keuze gemaakt. Zij gaan naar de vluchtelingenkampen, delen het armoedige leven en bemiddelen tussen vijandige etnische groepen. Pastoor Tesfaye (Tès-fee) is één van de priesters die regelmatig in de vluchtelingenkampen komen om pastorale zorg te verlenen. Samen het geloof vieren betekent voor de vluchtelingen een grote kracht waaruit zij moed putten. Graag zouden de mensen een echte kapel hebben voor de eucharistie en allerlei activiteiten, zoals catecheselessen. ‘Wij willen er zijn voor de mensen en hen helpen om hun geloof ook in het vluchtelingenkamp te kunnen beleven’, aldus de pastoor. En wij willen hèm een handje helpen. U kunt meedoen door dadelijk in de collecte iets extra’s te geven.

AFRIKA
Lieve kinderen. ‘Heb je wel eens van Afrika gehoord?’ Anne moest nadenken. Ze dacht van wel. Tante Pien ging toch altijd naar Afrika? En woonden daar niet de olifanten? Het moest ver weg zijn en het was er warm. ‘In Afrika is het heel erg warm...’, zei ze aarzelend. ‘Dat is waar’, zei ik. ‘De zon schijnt heel hard’, ging ze dapper verder. ‘En er is overal woestijn. En dan regent het niet en dan gaan de geitjes dood.’ Anne trok een bedroefd gezicht en ik was verbaasd. ‘Hoe weet je dat allemaal?’ ‘Dat weet ik, want... Ik heb eens een kindje gezien. Uit Afrika. En toen wilde ik het aaien omdat het zo’n mooi vel had, en toen begon haar moeder te lachen. En die zei: Ze is van de zon een beetje aangebrand!’ En om twee dingen goed uit elkaar te houden voegde ze er zonder verdere aanleiding aan toe: ‘Zwarte Piet niet, hé? Die komt niet uit Afrika; die komt uit de schoorsteen.’ Ik knikte en zuchtte: ‘Ik weet het niet meer...!’