De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - 27ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal





VERLANGEN NAAR HET PARADIJS





EENZAAMHEID
Het is een van de mooiste verhalen: dat van Adam en Eva. Het verraadt het heimwee van een mens naar een paradijs. Herkent u dat...? Wij zijn ontstaan in geborgenheid en liefde, en dan - zo gaat het verhaal - dan krijgt God een idee. Het is de eerste keer dat er een gedachte bij God op komt. Hij denkt: ‘Het is niet goed dat de mens alleen blijft.’ En Hij ontvouwt een plan van aanpak tegen eenzaamheid.
Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek zegt 47% van de inwoners van Voerendaal zich wel eens eenzaam te voelen en 11 % noemt hun eenzaamheid ernstig. Onder hen zijn veel ouderen, mensen van boven de 75 jaar. Ze hebben vaak partner, buren en vrienden begraven en staan tamelijk alleen in de wereld. Maar onder jongeren komt het evengoed voor. In Heerlen liggen de cijfers een paar punten hoger dan hier, en in Nuth en Valkenburg iets lager. Dit gegeven maakt die eerste gedachte van God actueel: ‘Het is niet goed, dat de mens alleen is!’

HUISDIEREN
Het verhaal gaat verder met een poging om de eenzaamheid te bestrijden. De mens krijgt gezelschap van dieren. Een poes, of misschien wel twee poezen, of drie. Een parkiet, of een hele kooi vol kanaries. Een duiventil... Een papagaai - in het Brook staat er een te roepen en te fluiten pal tegenover de open deur van het zogenoemde stiltecentrum... Misschien een konijntje om te aaien of een cavia. Een hond om mee te wandelen, een die je vrolijk verwelkomt als je thuis komt. Het baasje is er blij mee, maar het baasje blijft toch eenzaam, want hij heerst over de dieren en heersen redt je niet uit eenzaamheid. Hij mag ze namen geven; de dieren zijn trouw, maar voelen niet dezelfde pijn of dezelfde vreugde. De dieren staan ónder de mens, ze zijn wel aanwezig, maar je communiceert er niet echt mee. Ze doden de tijd, maar ze vullen ze niet. De bijbel zegt kort en krachtig: ze zijn niet iemand ‘tegenover de mens’; ze bieden geen weerwoord, geen tegen-woord, en dat is toch wat de mens zoekt, om niet alleen te zijn, een hem-tegenover, iemand die tegenwoordig is. Ik hoor het mensen zeggen die weduwnaar of weduwe zijn geworden: ‘ik heb wel lieve kinderen, en ze komen bijna elke week, en ik ben heel erg gelukkig met ze, maar dat is niet hetzelfde. Ze vervangen niet mijn man, ik kan ze mijn pijn niet vertellen. Ze zijn nog zo jong!’

GEESTVERWANT
Het verhaal van de eerste man en de eerste vrouw gaat eigenlijk over verliefdheid. En dan zijn er nog mensen die beweren dat Adam niet bestaat! Ze zijn zelf Adam in hun verlangen naar een ander! De Hebreeuwse nomade verbaasde zich erover, dat een wildvreemde jongen een wildvreemd meisje tegen komt, en dat er dan ineens een klik is. Ze voelen zich tot elkaar aangetrokken. Ze ervaren een band die nog sterker is dan die met hun eigen vader en moeder. En ze vergeten dat ze beloofd hebben om tegen twaalf uur thuis te zijn. Ze maken stuntelig duidelijk dat ze dit jaar niet meer met pappa en mamma op vakantie willen. Ze trekken broeken en shirts aan, die ineens helemaal niet meer volgens de smaak van het gezin zijn, want ze willen elders in de smaak vallen. Hun bloedverwanten lijken heel ver weg.
Nou moet u weten dat de Hebreeën niet over ‘bloedverwanten’ spraken. Hun taal kent daarvoor de uitdrukking: ‘been-verwanten’. ‘Hij is van mijn gebeente’, zei de moeder over haar zoon. En omdat ze dat intense wonder van die geheime aantrekkingskracht tussen twee jonge mensen, zien als de wil van de God, daarom wordt de partner geschapen uit het gebeente van de ander. Als ze elkaar zien roepen ze uit: ‘Zij is het eindelijk, mij uit de ribben getrokken....’. Het Nederlands zou zeggen: ‘mij uit het hart gegrepen!’ En het verhaal besluit met de conclusie: het is daarom, dat de jonge man en de jonge meid hun vader en moeder verlaten, en zich aan elkaar hechten, en één worden; want de geschiedenis gaat niet achteruit maar voorwaarts. Ze bouwen hun eigen nest.
 
COMPASSIE
Je kunt rond het huwelijk allerlei vragen stellen. Mag iemand die gescheiden is, opnieuw trouwen? Mag iemand trouwen met iemand van het eigen geslacht? Het zijn vragen die de samenleving bezighoudt. Jezus ging in, op de vragen die er leefden. Ook de kerk moet meedoen aan de maatschappelijke discussie over de grote ethische kwesties. Dat Jezus deed, maar nooit dogmatisch. De eigen inbreng van hem was steeds deze, dat hij opkwam voor de zwakste partij. ‘Mag een man zijn vrouw verstoten?’, vraagt men hem. ‘Heb je ernaar gekeken hoe het de vrouw daarbij vergaat?’ ‘Kan een mens zijn huwelijk beëindigen?’ ‘Heb je aan de kinderen gedacht?’ Mij dunkt, dàt moet onze zorg zijn: wie dreigen slachtoffer te worden? Zij verdienen onze aandacht. En steeds staat voorop, die eerste gedachte van de schepper: ‘Het was niet de bedoeling, dat de mens alleen bleef!

OMA
Lieve kinderen. Ben zat wat dromerig voor zich uit te staren. ‘Nou, Ben, waar zit je over na te denken?’, vroeg pappa vriendelijk. Ben schudde zijn hoofd en zei, terwijl hij schouders ophaalde, ‘Ach, gewoon, ik zat te denken, dat als ik later groot ben, dat ik dan met oma ga trouwen!’ ‘Met oma?’, vroeg pappa geschrokken. ‘Dat kan toch niet. Je kunt niet met oma trouwen. Oma is mijn moeder!’ Daar moest Ben even over nadenken. Toen zei hij gauw, ‘Ja, maar jij bent toch ook met mìjn moeder getrouwd?!’ 
De volgende zondag zat de hele familie bij oma. ‘Nou moet ik toch wat vertellen’, begon pappa. Ben voelde de bui hangen en kreeg een vuurrood hoofd. ‘Ben wil later met oma trouwen!’ Voordat iemand kon gaan gniffelen sloeg oma haar handen ineen en riep uit: ‘Dat is het beste nieuws dat ik ooit gehoord heb. Doen we Ben! En pappa is de getuige!’