De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - 20ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal





LICHAAM EN BLOED





WOORDEN VERANDEREN
Ik heb in mijn jeugd vakantiewerk gedaan op de advertentieafdeling van een krant. Op zekere dag gaf iemand telefonisch de volgende annonce op: ‘Te koop: een pink...’ ‘Pardon’, zei ik, ‘dat heb ik niet goed verstaan.’ ‘Een pink’ herhaalde de boer. ‘Een pink...?’ ‘En de duim niet?’, dacht ik bij mezelf, maar ik zei het niet, want hij klonk geïrriteerd. Ik dacht: ‘Nou moet-ie het zelf maar weten.’ Ik noteerde: ‘Te koop, een pink’! Ik kende ‘pink’ niet als kalf, net zo min als ik wist dat ‘tondel’ een ontvlambare stof was en ‘kluns’ of ‘oen’ een gecastreerde ezel. Woorden veranderen!
Als ik duidelijk moet maken wat het vormsel inhoudt, dan begin ik meestal met het woord ‘vormsel’ te verklaren. In het woord vormsel zijn medeklinkers van plaats verwisseld. Je kunt het vergelijken met hoe we in het dialect ‘Voerendaal’ omgevormd hebben tot ‘Voelender’ en ‘Kunrade’ tot ‘Kunder’. Het bekt makkelijker. En zo was het vroeger niet ‘vormsel’ maar ‘vroomsel’. Het komt van ‘vroom’! Maar wat betekende vroom?  De ouderen herinneren zich nog, van toen er in de klas nog veel gezongen werd, het lied uit de tachentig jarige oorlog: ‘Bergen op Zoom houd u vroom!’ Het riep de inwoners van Bergen op Zoom niet op om braaf te blijven, maar om sterk te zijn, zodat het de ‘Spaanse Schare kon stutten’, de legers uit Spanje zou tegenhouden. ‘Vroomsel’ is dus ‘versterking’, ‘bevestiging’, namelijk van de doop.
Woorden veranderen in de loop van de tijd van betekenis. Een ‘dief’ noemde men vroeger niet speciaal iemand die steelt, maar elk schurk. ‘Een ding’ was niets anders dan een rechtsgeding. In Maastricht was er het dinghuis voor. ‘Tronie’ betekende gewoon gezicht, ook een mooi gelaat. Het woord ‘hemel’ betekent in de context van de sterrenkunde iets heel anders dan in een psalm. Woorden veranderen en de waarheid bewaar je niet door steeds dezelfde woorden te herhalen.
Tijdens de eerste concilies worstelde de kerk met de formulering van de Godheid van Christus. Was die niet in strijd met het dogma van de éne, ongedeelde, God? De Griekse kerkvaders stelden voor om God te beschrijven als bestaande uit drie personen. ‘Personé’ was het Griekse woord voor masker. Toneelspers hielden het in het theater voor hun gezicht, om aan te geven welke rol ze vertolkten. Eén God dus, in drie rollen. Maar de Romeinse kerkvaders namen de uitdrukking ‘één god in drie personen’ mee naar het westen en stonden voor de zware opgave om aan hun gelovigen uit te leggen dat deze drie individuen toch maar één God vormden. 
Niet alleen betekenissen veranderen per regio of eeuw, ook de hele betekenishorizon van een woord verandert. Welke context roept een woord op? Bijvoorbeeld het woordje ‘lichaam’. Dat roept tegenwoordig vooral een medische context op. Lichamelijk staat tegenover psychisch.  Bloed is iets, dat de dokter voor onderzoeken aftapt. En als we Jezus horen zeggen: ‘wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, zal deel aan het eeuwig leven krijgen’, die ziet heden ten dagen wellicht iets onsmakelijks voor zich, iets dat hem aan kannibalisme herinnert.

LICHAAM ETEN
Als ik echter het evangelie van vandaag onbevangen lees, dan staat er voor mij dìt: Wie mijn lichaam eet..., dat wil zeggen: wie zich mij eigen maakt..., wie mijn wezen in zich opneemt... Er staat: wie mijn bloed drinkt..., wie mijn levenskracht door zich heen laat stromen..., die zal het ware leven bezitten. Lichaam is ‘ik’, ‘mij’, net als ‘bloed’.
Dus als je wilt proeven van het echte, het waarachtige leven, dan moet je niet meedoen met de laatste modegrillen, je hoeft je niet aan een lange elastiek in een ravijn te storten; het is niet nodig om met een rugzak Australië over te steken, of een half jaar onder te duiken in een Boeddhistisch klooster. Je kunt dat natuurlijk wel doen! Het zal je boeien en je bloed vol adrenaline spuiten, maar met het ware leven, met de zin van je bestaan, kom je in contact als je je leven deelt met anderen, als je liefhebt, compassie toont, niet jezelf maar de ander zoekt, niet heerst maar dient. 
Wie zichzelf zoekt verliest. Hij zal zijn leven kwijtraken en nooit begrijpen waar het allemaal toe dient. Hij zal het leven onrechtvaardig vinden. Maar wie er is voor anderen die voelt zich één met de schepping en met de Geest van de Schepper. Dit is niet zozeer een bevel, maar een uitnodiging. We mogen ons diepste wezen herkennen in die gelukkige momenten van onbaatzuchtigheid. Daar grenzen we aan God

BAKKEN
Lieve kinderen. Lieke en Pepijn hadden allebei een grote theedoek om hun hals gebonden en de mouwen opgestroopt. Ze mochten mamma helpen bakken. Dus: niet alleen heel Holland bakt, maar Limburg ook! Dat was een feest. Ze kregen een kom en mochten het deeg kneden. Er ging bakpoeder in, wat water en zout. Tenslotte mochten ze er een broodje van maken. Ze moesten zelf iets bedenken. Pepijn kneedde het deeg zo, dat het op Clara leek. Clara was het konijn. En van mamma kreeg hij nog twee krentjes, net konijnenkeuteltjes, om de ogen te maken. Lieke maakte een hele pop. Een liggende, want anders viel hij om. ‘Wat is dat?’, vroeg Pepijn nieuwgierig. ‘Dat ben jij!’, zei Lieke lachend. ‘Dan kan ik jou opeten.’ ‘Dat mag niet!’, riep Pepijn boos. ‘Mamma, zeg dat Lieke me niet mag opeten.’ ‘Misschien vindt Lieke het leuk om op jij te lijken. Misschien wil ze net zo sterk worden als jij!’, zei mamma. Pepijn keek Lieke onderzoekend aan, en besloot toen om zijn konijn maar konijn te laten. ‘Smakelijk eten dan!’, riep hij.