De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - 18de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal



GELUK TUSSEN CACTUSSEN?




WOESTIJN
Achter ons ligt een ongekende periode van hitte en droogte. Hoe bent u die doorgekomen? Genoeg gedronken? Ventilators om u heen gezet? Op de bank gelegen? Vroeger hielde we de polsen onder de lopende kraan of met de blote voeten in een teiltje water. M’n moeder deed 4711 op ons voorhoofd.
Drie duizend jaar geleden. De Hebreeuwse nomaden hadden na een lange periode van droogte hun toevlucht gezocht in Egypte. Daar waren ze rechtenloze slaven geweest. Toen Mozes hen opriep om weg te vluchten, deden ze allemaal mee. In de lente waren ze er, bij de eerste volle maan, op uitgetrokken. De vluchtelingen begonnen een bange reis naar het land van hun dromen. Jaren van ontbering volgden. Anders dan hun voorvaderen kenden ze de geheimen van de woestijn niet. Hitte, honger, dorst, slangen...: zo hadden ze zich de vrijheid niet voorgesteld. Steeds luider klonk de roep om terug te keren. ‘Liever slaaf met een volle buik, dan vrij met een knorrende maag.’ 
Hun leider, Mozes, had de geheimen van de woestijn opnieuw ontdekt, toen hij in het land van de voorouders een vrouw was gaan zoeken. Hij leerde de gebruiken van weleer kennen, van Abraham, Izaak en Jakob. Hij leerde er ook de naam van God, een onzichtbare God die overal was en woonde in de adem van mensen de Hem riepen. Dat hadden de nomaden in het voorjaar gedaan. Bij de eerste volle maan schreeuwden ze de naam van God uit als een strijdkreet voor zich uit, en vatten ze moed om in de woestijn weidegronden te zoeken. 
Daarover gaat het verhaal van vandaag. Over de woestijn, hoe je er kunt overleven. En vooral over de vraag: kun je geloven dat er in de woestijn genoeg is om gelukkig te zijn? 

UIT DE CONFORT ZONE
Een man had zijn caravan voor de deur staan. Zijn vrouw was met een sopje aan de gang, de man controleerde de banden en de stopcontacten. ‘Op vakantie?’, vroeg ik - volkomen overbodig. ‘Volgende week’, zei de vrouw. ‘Het is veel werk. Heeft een jaar in de stalling gestaan.’ ‘Is het niet makkelijker een hotelletje te nemen?’, vroeg ik. De vrouw keek me geschrokken aan en begon uit te leggen wat ze allemaal wilde meenemen: zakken aardappels, en boontjes; voor de eerste dagen ook ijsbergsla en potten rode kool. Er ging ook vlees mee en rolmopsen. En zonnepanelen en enkele ventilatoren, want het was er heet. Ze hadden een groot digitaal scherm om via de wifi de Hollandse zenders te kunnen zien. 
‘Nou nog een foto van het Limburgs heuvelland, en je merkt niet eens meer dat je in Frankrijk zit’, dacht ik -  maar ik zei het niet. ‘Zou het niet spannender zijn, om zonder aardappels en boontjes; zonder RTL, zonder regionale krant en dropjes, misschien zelfs zonder mobieltje Oostenrijk binnen te rijden? 
Je kunt in de woestijn eronder lijden dat het zo heet is, dat er geen water was, dat er geen biefstuk is, maar je kunt er ook op vertrouwen dat er overal geluk verborgen ligt en dat je daarnaar op zoek moet gaan. Mozes had geen brood te bieden, maar de zwakste vogels vielen uitgeput op de grond als een zwerm kwartels tijdens hun trektocht boven de hete woestijn vlogen. En in de ochtend sloegen met de dauw eiwitrijke bladluizen neer die voor het oprapen lagen.

GEHEIMEN VAN DE WOESTIJN  
Hoe is het u vergaan toen u in een woestijn terecht kwam? Toen uw partner plotseling was overleden? Toen er iets ernstigs met je kind aan de hand was? Toen je ontslagen was of in de steek gelaten? Toen je ineens niet meer kon lopen? Of al je kinderen het huis uit waren? Toen je je eigen kleinkind niet meer mocht zien? Vroeg of laat komen we allemaal in een woestijn terecht. De uitdaging is dan deze: durf je te geloven dat er ook daar menselijkheid en geluk te vinden zijn? Een telefoontje van je dochter, hoe het ermee gaat. De buurvrouw met een pannetje soep. De moed der wanhoop waarmee je op de trein bent gestapt voor een middagje alleen in Maastricht. Het besluit je voor een schildercursus te melden. Een onverwacht excuus van een oude vriend in het ziekenhuis. Of dat telefoontje om je als vrijwilliger op te geven. Er zijn in elke woestijn prachtig kansen, maar je kunt ze pas zien als je niet blijft hangen in alles wat je mist en niet meer hebt... En dat is niet gemakkelijk. Dat wist Mozes al. 

JASMIJN IN DE WOESTENIJ
Lieve kinderen. Jasmijn ging op bezoek bij oma. Mamma zou haar brengen, en dan mocht ze de hele middag blijven. Helemaal alleen, zonder Ruben en zonder pappa en mamma. Ze vond het heerlijk. Ze zou met oma naar de speeltuin gaan. Het was een prachtige speeltuin. Alleen oma wist die te vinden. Ze gingen er met de auto naar toe. Natuurlijk met een tas vol lekkers. Jasmijn werd afgezet. Oma knuffelde haar en toen in de auto naar de speeltuin. ‘Hè? Ik vind de speeltuin niet’, zuchtte oma. Ze reed nog een blokje om. ‘Hier was hij toch? In april zijn we er nog geweest!’ Ze stapte uit de auto, maar de speeltuin was echt verdwenen. Geen schommel, geen glijbaan, geen vijvertje. Alleen modder, zand, met hier en daar wat gras, wilde struiken en een omgevallen hekwerk. ‘Da’s jammer. Het was zon’n mooie speeltuin.’ Maar Jasmijn nam oma bij de hand. ‘Ga jij maar op het gras zitten.’ Ze raapte een dikke stok op en begon in de modder een greppel te schrapen vanuit een grote plas. Ze raapte dikke stenen bij elkaar en met takken bouwde ze een brug. ‘Dit wordt ons kasteel’, riep ze opgewonden en na een heerlijk uur spelen, opende oma de tas vol lekkers, maar eerst maakte ze met de handy nog een selfi met haar nieuwe kasteel en die ging de wereld rond. Wat een prachtige speeltuin! ‘Dank je wel Jasmijn!’