De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - 15de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal



ZONDER BAGAGE



JOYEUS OF BESCHEIDEN
Ik heb wel eens gelezen, hoe Ierse missionarissen in de zevende en achtste eeuw een Keltisch of Germaans dorp benaderden. Ze waren naar de lage landen gekomen om het evangelie te verkondigen. Ze deden dat met veel uiterlijk vertoon. Ze wilden indruk maken op de eenvoudige boeren. Ze trokken op in lange witte gewaden, met mantels en stola’s, met bellen en toeters, vlaggen, wierookvaten en luide gezangen. Dat trok nieuwgierigen aan en dwong gezag af.
Maar, nu lazen we zojuist hoe anders Jezus zijn eigen leerlingen op pad stuurt. Ze mochten niet met meer dan twee man zijn. Ze mochten geen liturgische gewaden dragen, geen gebedsmantels, zelfs geen schone onderbroek zouden ze meenemen en slechts met èèn paar sandalen. Geen tas mochten ze hebben en zelfs geen boterhammen voor onderweg. Een stok was genoeg, om af en toe een wilde hond van je af slaan. En verder moesten ze kwetsbaar, zachtmoedig en vredelievend overkomen.
Jezus’ advies past bij zijn stijl van leven. Hij had er vaker op gewezen  - dat je er niet gelukkiger van wordt als je voortduren probeert anderen te overtroeven met uiterlijk vertoon. Niet de grote kwasten van je gebedsmantel getuigen van je godsvrucht, maar wel de aandacht die je aan zieken besteed.

HET ENIGE EVANGELIE
Ik las in dit verband een opmerking van de beroemde Braziliaanse bisschop Don Hélder Câmara. Hij mobiliseerde aan het eind van de twintigste eeuw de kerk van zuid-Amerika tegen dictatuur en tegen de armoede. Tegenstanders noemden hem ‘een communist’. Daarop antwoordde hij: ‘Als ik armen brood geef, noemen ze me een heilige. Als ik vraag, waaròm ze geen eten hebben, noemen ze me een communist.’ Wel, deze bisschop drukte zijn zielzorgers op het hart: ‘zorg vooral ervoor dat je goed leeft, want dat leven van jou, zou wel eens het enige evangelie kunnen zijn, dat de mensen te lezen krijgen!’ 
Ik zeg het vandaag tot alle ouders die bang zijn dat hun kind niets meer van het evangelie meekrijgt: ‘wees zelf barmhartig en vergevingsgezind, want dat is het evangelie dat je kinderen in elk geval te lezen hebben gekregen!’

BRUTAAL OF BESCHEIDEN
Moet de verkondiging van het evangelie dus bescheiden gebeuren zonder poespas, of mag het ook spectaculair zijn? Ik zie twee dames namens de hartstichting bescheiden aanbellen rond etenstijd en beleefd een bijdrage vragen..., ik zie ook twee mannen van de carnavalsvereniging met pauwenveren en Beppie Kraft schallend van een geluidsinstallatie langs deuren komen...? Wie zou het meeste ophalen? Als ik jeugd wil bereiken, moet ik dan met een eenvoudig eerlijk verhaal op YouTube verschijnen of met een spectaculaire stunt die iedereen aan zijn volgers doorstuurt? Ik denk, dat er voor beiden wat te zeggen is. We waren als kind nieuwsgierig naar de tante die met grapjes en cadeautjes luidruchtig op bezoek kwam, maar we hielden vooral van de rustige oom de afwachtte tot je naar hem toekwam. We ‘liken’ het lied met spektakel en glamour, maar we waarderen de ballade met inhoud en poëzie. Beide benaderingen hebben wel iets.
Jezus kiest voor de eenvoud. Ik vermoed, dat ik weet waarom. 

IK OF DE BOODSCHAP
De sobere boodschappers lopen niet het gevaar dat ze zichzelf gaan verkondigen in plaats van de boodschap. De uitbundige herauten presenten zichzelf en na enkele optredens zal hun presentatie narcistische vormen aannemen. Uit de uitbundige predikers groeit een kerk die het om aanzien gaat, macht en autoriteit. Uit de barmhartige, eerlijke verkondigers groeit een kerk die dienstbaar is, en die de geest van Jezus ademt. Zo’n kerk als paus Franciscus voor ogen staat.

MEENEMEN
Lieve kinderen. ‘En vanavond op tijd naar bed!’, waarschuwde mamma alvast. Gemma knikte. Tuurlijk, morgen begon de vakantie. Dan vertrokken ze al heel vroeg. ‘Ik kom je om vijf uur wekken!’ 
 
Gemma verheugde zich erop. Op de krentenbroodjes onderweg, de doosjes frambozenlimo en de spelletjes, maar vooral op de camping in Frankrijk en het zwembad. ‘Vanmiddag moeten we alles inpakken’, ging mamma verder. ‘Niks vergeten, maar zeker ook niet teveel meenemen!’ ‘Hoeveel mag ik dan?’ wilde Emma weten. Je hebt je eigen tas die mag je vol stoppen!’, zei mamma, ‘je kleren en je beddengoed gaan in onze tas.’ Gemma knikte tevreden. Een tas vol, dat moest kunnen. Maar die middag bleek dat het veel moeilijker dan ze had gedacht. Eerst had ze alle lucht uit de opblaas-zwaan geperst om hem zo dun mogelijk te maken. Toen had ze alle barbie’s met elastiekjes aan elkaar vastgemaakt. Wel tien keer had ze haar lievelingsboeken uitgesorteerd. Telkens kwam er eentje bij en ging er weer een vanaf. Mens-erger-je-niet zou ze thuis laten. Daar foetelde Bas toch altijd mee. Rummikub wel en stratego ook. Natuurlijk de handy; en de oplader niet te vergeten. De knuffel moest er nog bij. ‘Mamma!’ mag ik het kasteel van Barbie op de hoedenplank?’ ‘In geen geval!, Pappa moet achteruit kunnen kijken!’ En ze had ook nog de lichtgevende pantoffeltjes en een vlieger om op te laten. De bellenblaasspullen en toch zeker de beauty-case met de haarborstels. Het was een grote stapel en de tas leek erg klein. Gemma begon te proppen. Je begrijpt dat ze moeilijke keuze smoest maken. De zwaan werd het niet. Het smokkelaarsboek moest achter blijven. De pantoffels ook. ‘Alles wat je thuislaat spaart benzine en ruimte’, zei mamma vrolijk terwijl ze twee grote koffers achter zich aan rolde. ‘Alles wat je hier laat, is mooi meegenomen.’