De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - 14de zondag door het jaar © Harrie [email protected]



BROERS EN ZUSSEN




JONGE VROUW
‘Een jonge vrouw zal een kind krijgen: God is met ons!’ Iedereen kende dat lied. De dichter was Jesaja en de mensen die er ademloos naar luisterden waren Judeeërs. Ze waren gedeporteerd naar het verre Babylon, berooid, overgelaten aan hun lot, zonder moederstad, zonder tempel, zonder eredienst - omgeven door protserige rijkdom, arrogante macht en een taal die niemand verstond. Aan die ontheemden - zeg maar: vluchtelingen - gaf Jesaja zijn visioen over een jonge vrouw die een kind baart, een redder van God. Zo voedde Jesaja het verlangen in de harten van zijn landgenoten om ook na 50 jaar te hopen op een thuiskomst.
En inderdaad, een vrouw kreeg een kind, en wel in het rivaliserende Perzië. Deze koning Kores nam de macht van de Babyloniërs over. Hij laat de gevangen genomen inwoners van Jeruzalem naar huis terugkeren, samen met de tempelschatten. 
In de eeuwen die volgden bleef het lied van de profeet klinken. Want na de Perzen kwamen de Grieken het land kolonialiseren en daarna de Ptolemeeën en de Seleuciden. Toen de Romeinen. Altijd was er een onderdrukker en men hield zich op de been met het hoopvolle visioen van een jonge vrouw die een kind zou baren, een redder voor het volk. 

MAAGD
In de eeuwen voor onze jaartelling, waren de Hebreeuwse heilige boeken in het Grieks vertaald. Deze vertaling wordt de Septuagint genoemd. Septuaginta is 70 in het Latijn. De Helleens-Egyptische Farao Ptolemeus II stichtte een grote bibliotheek in Alexandrië. Er woonden veel Israëlieten in die stad. 70 schriftgeleerden zouden de opdracht gekregen hebben een Griekse vertaling te maken van wat we nu het Oude Testament noemen. Nu had men daarin die ‘jonge vrouw’ uit de droom van Jesaja, ‘die een kindje zou baren’, vertaald met ‘maagd’, parthenos. Eigenlijk stond er ‘huwbaar meisje’. Het jonge Christendom maakte van deze Septuaging dankbaar gebruik.
Grootheden kregen altijd een groot geboorteverhaal. Dat was in de bijbel zo, maar ook in heidens mythen. Boeddha, Remus en Romulus, Oedipous, keizer Augustus, Mithras, Simson, Isaaak, enzovoorts. Het zijn geen verhalen die geschiedenis wilden schrijven, maar zij  benadrukken het bijzondere van het kind. 

BROERS
In de jonge kerk was de eerbied voor Maria vanaf het begin zeer groot. In de zesde eeuw werd tijdens het tweede concilie van Constantinopel de leerstelling geformuleerd dat Maria áltijd maagd was, dus niet slechts tijdens de geboorte van Jezus - zoals Mattheus vertelt -, maar ook daarna. Daarom moest men een oplossing vinden voor de ‘broers en zussen van Jezus, die bij alle evangelisten worden genoemd. Marcus en Mattheus geven hun namen prijs: Jakobus, Joses, Judas en Simon. Wij leerden vroeger dat het Hebreeuwse woord ‘broer’ ook wel ‘naaste verwante’ of ‘neef’ kon betekenen. Of broeder, leerling. Ook las je wel dat het misschien halfbroers waren, kinderen uit een eerder huwelijk van de weduwnaar Jozef. Het lijkt me allemaal wat ver gezocht. Ergens schrijft Marcus dat de moeder met de broers Jezus mee naar huis wilden nemen omdat hij zich verwaarloosde en niet aan eten toekwam. Dat zijn geen neven! Als theoloog schreef Jozef Ratzinger, emeritus paus Benedictus: het zoon-van-God zijn is geen biologisch feit maar en ontologisch feit: het bestaat niet in de tijd maar in de eeuwigheid. 

ONGELOOF
Jezus vindt veel bijval met zijn genezingen en verhalen, zegt het evangelie van Marcus vandaag, en direct daarop vermeldt hij dat men aanstoot aan hem neemt. Waarom precies is niet duidelijk. Hij is bekend in het dorp. Zijn broers en zussen ook. ‘Hij is een van ons...’ Waren de broers een beetje berucht misschien? Of was het simpele feit dat hij van zo dichtbij kwam, een reden om aan zijn grootheid te twijfelen? ‘Een profeet wordt in eigen land nou eenmaal niet naar waarde geschat.’ Vanwege dit gebrek aan geloof kon Jezus niemand genezen. 
Marcus was zijn relaas over Jezus begonnen  als een succesverhaal. Aanvankelijk dragen de mensen hem op handen, maar gaandeweg ontstaat er twijfel. De tegenstand groeit. Tenslotte eindigt zijn relaas  in het drama van de kruisiging. Vandaag zien we het verhaal kiepen: Populariteit verkeert in wantrouwen en Jezus beseft dat hem het lot van alle profeten wacht.
Interessant is, dat er door het ongeloof van de patiënten geen genezingen tot stand komen. Kennelijk schuilt de helende kracht in de mens die naar hulp snakt. Diens geloof moet het werk doen. Een zieke kan steun vinden in de hoop. Die hoop zal niet alles kunnen overwinnen, maar ze kan de dagen lichter maken en de contacten blijer. Ze kan een toegang naar het leven zijn! Hoop doet leven! 
Dat moet Jesaja ook beseft hebben toen hij zijn lied zong over het jonge meisje dat een kind verwachtte. Maria was er zo een!

GROTE BROER
Lieve kinderen. Eva was trots op haar broertje. Sem was drie jaar ouder. Een grote stoere jongen was hij. Hij durfde alles. Op zekere dag was Eva zelf groot geworden. Ze ging naar de basisschool. De nieuwe juf had een lijst met namen en keek de kinderen een voor een aan. ‘Zo, ben jij Eva? Mooie naam hoor. Hoe heet je nog meer?’ Eva moest nadenken en slikken en nog eens nadenken, en toen zei ze haar achternaam. De juf trok de wenkbrauwen op. ‘Je bent toch geen zusje van Sem, hè?!’ De juf kreeg nog kippenvel als ze aan Sem dacht; die was altijd zo druk geweest en lawaaierig. ‘Ik hoop toch dat jij een beetje braver bent!’ Eva vouwde haar armen netjes en zei toen beslist: ‘Sem is mijn grote broer en hij kent u! Hij zei dat u een lieve juffrouw bent!’