De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2018 - drievuldigheid / eerste communie © Harrie Brouwers, Voerendaal



KINDEVRIENDELIJK VERHAAL!



LIEFLIJKE VERHALEN
Morgen vieren we de eerste communie van de kinderen. Ieder jaar zoeken we een bijbel verhaal uit dat we geschikt vinden om het kind met de opvattingengen van Jezus van Nazareth in contact te brengen. Dat is bijvoorbeeld wel vaker het verhaal van de kleine Zacheus geweest die in de boom klom. Maar ook het verhaal over de grote maaltijd waar het hele volk rond Jezus’ woord brood breekt en vis deelt. Of het verhaal van de herder die de kudde in de steek laat om dat ene verloren schaap te zoeken. We hebben wel eens de parabel over de koning die een gastmaal houdt en als de genodigden het laten afweten de zwervers van de straat naar binnen haalt. Of het verhaal van de thuiskomst van de weggelopen zoon. Of natuurlijk van de barmhartige Samaritaan, of van de vier vrienden die hun verlamde kameraad door een gat in het dak voor Jezus’ voeten laten neerdalen. Maar het verhaal dat - tot mijn verrassing - vaker als nummer-èèn verhaal door kinderen zelf was uitgezocht, dat had ik nooit goed durven kiezen, en dat hebben we dit jaar dus wel gedaan!

WOEST VERHAAL
Soms dan wil een kindje graag de communie doen dat nog niet is gedoopt. Dat kan, maar dan is er eerst nog een doop. Een doop op 8 jarige leeftijd is een beetje anders dan als je nul jaar bent! Ik geef aan moeder en vader een kinderbijbeltje en vraag of ze dat met hun zoon of dochter willen doornemen. Na een paar weken vraag ik dan aan het kindje: ‘wat vond je nu het mooiste verhaal?’ Je verwacht een lieflijk verhaal. Over schapen en engelen en koningen in de stal... over mensen die aan het kibbelen zijn en dat Jezus dan een kindje in de kring zet en zegt: hier - aan dit kindje - moten jullie eens een voorbeeld nemen..., zoveel lieve verhalen. Maar tot drie keer toe verraste het kind me met dit verhaal over de woeste man die tierend en schreeuwend met een knots in de hand, naakt rondliep, zodat de voorbijgangers niet meer langs durfden te lopen maar snel terugliepen en een andere weg kozen. Er was geen huis met hem te houden. Als de man een wilde bui had, dan scheurde hij zelfs de kettingen los die de soldaten hem hadden omgedaan. ‘Hij is door de duivel bezeten’, zeiden de mensen. Maar Jezus was gekomen om het kwaad te bestrijden. En dan moet je soms dapper zijn, dan moet je soms een held zijn en dus gaat hij ook op deze man af. En verlost hem van de woede die hem bezielde.
Er is kwaad in de wereld. Er zijn mannen en vrouwen die gekke en gevaarlijke dingen doen. Maar als je bewogen wordt door liefde, als je weet dat al die gevaarlijke en kwade mensen ook kinderen van God zijn, dan ben je op de goede weg om vrede te stichten. 
We zijn allemaal geroepen om helden te zijn!
Dus als u vandaag een communikantje gaat feliciteren en komt een mengeling tegen van Jezus en superman, dan weet u waar dat vandaan komt. 

SUPERMAN
In de preek heb ik de kinderen overigens het verhaal vertelt over een doodgewone jongen die op een vlot langs de kust peddelde met zijn benen buitenboord. Plotseling werd hij door een zee-egel gestoken. Hij sprong overeind, en terwijl hij zijn voet krabde, werd hij aangevallen door een inktvis, gestoken door een muskiet, en kreeg hij een mep met de staart van een vogelbekdier, er poepte ook nog  een mantelmeeuw in zijn oog. Deze samenloop van pech had een onverwacht gevolg: de jongen groeide uit tot een man met superkrachten. Hij werd een mega-superheld. Sneller dan het geluid kon hij vliegen door de lucht, en zijn krachten reikten tot de hemel. 
Dat kwam goed uit. De jongen had er altijd van gedroomd een held te zijn. Hij wilde de wereld redden en dus ging hij terstond op zoek naar vijanden, maar hoe hij ook zocht, 
hij kon nergens die kwaadaardige duivel vinden die de werelddelen wilde opblazen of die plannen had de zeeën leeg te laten lopen. Nergens vond hij zijn grote vijand, en na maanden zoeken begon de mega-superman zich ter vervelen. 
Op dat moment ging de telefoon. SBS6 aan de lijn. 
Of hij zin had om met zijn superkrachten voor het komende seizoen een tv-serie te beginnen. En omdat hij zich zo verveelde en een beetje ijdel was, stemde hij toe. Maar de show werd een grote mislukking. 
Mega-superman, die zo graag de wereld wilde redden, 
die had teveel kracht, teveel show, teveel snelheid. 
Hij was te onhandig en te flitsend om een vrouw te beschermen tegen een boze hond of om een matroos uit het water te halen. Hij stootte zijn onbesuisde hoofd tegen de boeg van de reddingsboot, 
liet de matroos uit de lucht vallen omdat hij veel te hard ging. En het kind dat hij wilde redden, 
rende schreeuwend van angst naar zijn moeder.
Die avond begreep mega-superman wat er fout was gegaan. Als je zo nodig de hele wereld wilt redden, 
dan heb je je dorp, je familie en je vrienden al lang uit het oog verloren! 
Als je geen oog hebt voor de kleine gevaren en alledaagse zorgen van de mensen, dan zul je nooit aan de wereld toekomen. Superman-zijn begint in je eigen straat, bij de kleine vijand.