2018 - 2de zondag in de 40dagentijd © H.Brouwers, Voerendaal


{mp3}preek 25 februari 2018 Kunrade - 40dagentijd 2{/mp3}


DOODSLAG
OP DE TEMPELBERG





KIND OFFEREN
Toen we nog maar net kwamen kijken op aarde, kregen we bij oma op schoot al het verhaal te horen van Hans en Grietje. Broer en zus worden door hun ouders het bos in gestuurd en daar worden ze het slachtoffer van een kannibaal die ze eerst vet gaat mesten. Hoe slecht kunnen ouders zijn? De wreedheid mocht niet echt tot ons doordringen. Niet de ouders kregen de schuld maar de snoepzucht van de kinderen.  
Abraham is bereid zijn enige zoon aan God te offeren. Als moderne lezers heb je daar moeite mee, meer dan met Hans en Grietje. Bij Abraham is God in het spel. De ouders van Hans en Grietje werden geëxcuseerd door armoede, maar Abraham wilde de braafste jongen van de klas zijn. Hij voelt zich klem gezet. Zonder God had hij geen zoon gehad en met God raakt hij hem kwijt. 
Moderne bijbeluitleggers wijzen er dan ook graag op, dat het verhaal niet gaat over de opdracht om het kind te offeren, maar juist over de afschaffing van kinderoffers. De God die mensenoffers vraagt is achterhaald. De God van Israël is anders. Je mag het eerstgeboren lam offeren in de hoop dat je dit jaar veel lammeren krijgt. Je mag de eerste korenschoven aan Jahwe afstaan in de hoop op een rijke oogst, maar je eerste kind niet. Een nageslacht als sterren aan de hemel, kun je krijgen door een ram te offeren. Met deze verklaring lijkt de angel uit het verhaal. Maar is het wel zo eenvoudig? Hebben we nu ook niet de kracht uit het verhaal gehaald? Komt het verhaal zoals het in alle wreedheid is doorverteld niet dichter bij de realiteit dan de gekuiste uitleg?
In het land van  Moria ligt een berg. In het land van ‘God zorgt’, betekent dat. Het klinkt als een mythische berg. God zorgt. Het verhaal is niet historisch te lezen, alsof Abraham er over gepiekerd heeft om zijn eerstgeboren zoon te offeren. Het verhaal propageert absolute onderwerping aan God.

ANGEL UIT HET VERAAL
Maar men is toch een geografische plek gaan aanwijzen en de Hebreeuwse traditie wees naar de tempelberg in Jeruzalem. Daar op de dorstvloer, die David had gekocht om er een tempel te bouwen, had Abraham eeuwen eerder zijn offer gebracht. Op die tempelberg ligt sinds de achtste eeuw een prachtige moskee, de Al-Aqsamoskee. Voor moslims is het de plek waar Mohammed ten hemel was gestegen. Orthodoxe joden mijden het plein. Ze weten niet waar precies het heilige der heilige heeft gestaan; daar immers mocht alleen de hogepriester komen. Joden rouwen om hun verloren tempel bij de Klaagmuur, de voet van het plein. De drie godsdiensten van Abraham, christenen, joden en islamieten, heiligen deze plek; en komen daarbij herhaaldelijk met elkaar in conflict. Het offerfeest is immers een van de grootste feesten in de Islam. De overgave van Abraham aan Gods wil is zijn grootste deugd. De Islam houdt het overigens op de èèrste zoon van Abraham, die van zijn bijvrouw Hagar, niet Isaak dus maar Ismaël, de stamvader van de Arabische volkeren. En de berg situeren ze ergens bij Mekka.
Maar toch, kan het zijn dat moderne westerlingen te gemakkelijk zeggen: ‘God verwacht van Abraham allereerst dat hij een betrouwbare vader is.’ ‘Gehoorzaamheid is geen kadaverdiscipline.’

OVERGAVE
Wat te zeggen van een moeder die een ziek kind op schoot heeft. Ze weet dat het sterven zal. Het verdriet en de machteloosheid zijn onbeschrijflijk. Het oudere zusje weet geen raad met de moeder die haar tranen tevergeefs probeert te verbergen. Vader is bars en heel veel weg. Hoe kunnen zij vrede vinden? Kunnen zij zich neerleggen bij de onvermijdelijkheid van de dood? Kunnen zij die zien als Gods wil? Of moet zij de ziekte zien als iets dat God nìet wil? Maar wat stelt God dan nog voor? Voelt u? Het oude verhaal van Abraham ligt helemaal niet zover van onze werkelijkheid s af! De wreedheid komt niet uit het verhaal maar uit ons bestaan zelf. Jaarlijk krijgen in Nederland bijna 100 kinderen van onder de vijftien jaar kanker, vooral leukemie en hersentumoren. In de wereld sterven ieder jaar 6 miljoen kinderen van onder de vijf! Vooral door ondervoeding, gecombineerd met longontsteking, malaria en diarree. Welke rol geven we God daarin? Je kunt zeggen: ‘Geen! Daar heeft God niets mee te maken.’ Maar dat brengt je geen stap verder. Want dan zeg je dat God niet bestaat of niks kan, of niks wil. Het blijft een wonderlijke en wrede wereld waarin wij bestaan en waarin we God erkennen. Je kunt er maar één zinnig ding van zeggen: God roept Abraham op om de kinderen te redden! Hij houdt van hen. En de vader en de moeder die hun hoofd tenslotte buigen en snikkend hun kind toevertrouwen aan God, die doen misschien het meest heldhaftige en zinvolle waartoe mensen in staat zijn!
 

KAARSJE
Lieve kinderen.  Fenna was in het ziekenhuis geweest. Op bezoek. Bij oma! In de grote hal had ze kinderen gezien met een arm in het gips of een been. Eentje had een verband om het hoofd, en twee zaten in een rolstoel. Daar moest ze over nadenken. Thuis gekomen vroeg ze: ‘Mamma? Kunnen kindjes ook doodgaan?’ Mamma schrok. Ze vond het verschrikkelijk, maar ja, soms gebeurt het; dan gaat er een kindje dood. Het gebeurt niet vaak, maar toch! ‘Als een kindje ziek is, dan doen de dokters alles om te helpen. Maar soms is dat niet genoeg!’ Mamma en Fenna waren even stil. ‘Dan kunnen we alleen nog maar een kaarsje aansteken.’ ‘Waarom steek je dan een kaarsje aan?’, was de logische vraag. ‘Dat kaarsje laat zien dat we nog zoveel van ze houden en dat we ze niet vergeten en dat God ze ook niet vergeet. Even was het stil. Toen sprong Fenna van haar stoel en riep opgewekt: ‘Dan mag ik het kaarsje uitblazen, hè?’