2018 - 6de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

{mp3}preek 10 februari 2018 Laurentius - door het jaar 6{/mp3}



ROLWISSELING




EIGEN VEL OF ANDERMANS HUID

Als je maar lekker in je vel zit...’ dat is een typisch moderne uitdrukking. We bedoelen ermee dat iemand op zijn gemak zichzelf is. In de leuze zit soms een commerciële bijbedoeling, bijvoorbeeld de suggestie dat je de juiste aftershave of eau de cologne moet gebruiken, of je tanden extra witten. We veronderstellen dat het geluk van een mens afhangt van zijn zelfbewustzijn. We kijken wat jaloers naar de man of vrouw die door houding, kleding en gestalte onmiddellijk erg aanwezig is. 
Weet u, daarom vind ik Carnaval nou zo’n mooi feest. Daar doen mensen nìet hun best om lekker in hun vel te zitten, maar ze kruipen in de huid van een ander; ze gaan in andermans schoenen staan, ze zetten de pet van hun baas op; ze gaan een andere rol spelen. In mijn jeugd was dat cowboytje of indiaantje. Als indiaan verfde je een paar kippenveren; die had iemand wel over van de slacht. Als cowboy had je een pistooltje onder je riem en een oude vilthoed op je hoofd. Veel meer was er niet. Misschien een colbertje binnenste buiten gekeerd. De Carnavalswiertz moest nog geboren worden.

IN DE ROL VAN DE DODE
Ik zal nooit Juffrouw Kuipers vergeten. Ze woonde in Heerlen. Ze was een alleenstaande vrouw van net over de zestig. Ze lag stervend in het ziekenhuis. Ze had gevraagd of ik haar vrijdag in de namiddag rond een uur of vijf wilde komen bedienen. ‘Nee, er zou verder niemand bij zijn.’ Ze had enkele goede vriendinnen maar die hadden niets met de kerk, dus die wilde ze erbuiten laten. Die vrijdag was ik tegen vijf uur op de afdeling. Ik klopte op haar deur en ging naar binnen. Bij het raam lag een vrouw te lezen. Het andere bed was leeg. ‘Ligt hier een juffrouw Kuipers?’ Vroeg ik. De vrouw legde haar tijdschrift neer en wierp een blik op het bed naast zich. ‘Ja, die ligt daar. Ze denkt dat ze dood gaat... Daarom is ze naar de kapper gegaan!’ De juffrouw bereidde zich voor op het afscheid van haar leven. Ze zou in de dood wellicht haar Schepper ontmoeten en wilde daarop voorbereid zijn. Daarom had ze mij gebeld. Maar naarmate het moment dichtbij kwam had ze zich ook gerealiseerd dat ze er in de kist een beetje netjes bij wilde liggen, want allicht zouden er mensen naar haar komen kijken. Kennelijk is een mens er zelfs toe in staat, om zich te verplaatsen naar het moment waarop hij er niet meer is! 
Zo wezenlijk is onze eigenschap om andere rollen te spelen en om in de huid van een ander te kruipen. Lekker in je vel zitten doen poezen en honden en ratten ook. We kunnen hen daarom benijden. Ze zijn zonder aarzeling zichzelf, maar ze kunnen ook niks anders. De mens kan afstand nemen van zichzelf, zijn eigen rol kritische bekijken, vermoeden dat hij ook die ander had kunnen zijn. En uit dat hoogste vermogen van een mens, zijn transcendentie, wordt onze medemenselijkheid, onze compassie, geboren. Misschien zegt de bijbel daarom wel, dat we naar Gods beeld geschapen zijn, omdat we niet met onszelf samenvallen, maar met alles wat er is!

IN DE ROL VAN DE MELAATSE
Jezus ontmoet enkele melaatsen en Jezus wisselt met hen van rol. Hij doet wat een moeder zou willen doen als haar kind ziek is: de ziekte overnemen! Hij doet wat ouders zo vaak verzuchten: was ik maar dood gegaan in plaats van mijn kind! Wat is er aan de hand?
Jezus komt melaatsen tegen. De medische diagnose was niet zo wetenschappelijk als tegenwoordig. De Willibrordvertaling koos daarom een letterlijke weergave van het Hebreeuwse woord en schiep daartoe een nieuw Nederlands woord: ‘huidvraat’. Jezus ontmoet mensen met een ernstige, vaak besmettelijke huidaandiening. Vanwege het epidemisch karakter leefden de leprozen in isolement. Ze waren verbannen uit hun omgeving. Ze vormden lotgenoten-groepen omdat er in de wereld van de gezonden geen plaats voor hen was. Als ze na de ontmoeting met Jezus gereinigd zijn, dan vertellen ze luid wat er gebeurd is, met het gevolg - schrijft Marcus -, dat Jezus zich niet meer in het openbaar kon laten zien. Hij moet nu zelf de eenzaamheid opzoeken. Terwijl de melaatsen zich onder de mensen begeven, verkeert Jezus nu in een isolement. Het lot van de zieken is zijn lot geworden.

IN DE ROL VAN PRINS
Lieve kinderen. Pim was een slimme jongen. ‘Wat doe jij met Carnaval?’ ‘Ik ga er groot werk van maken!’ ‘Hoezo? Wat bedoel je?’ ‘Ik heb met twee vriendjes afgesproken dat we onze slag gaan slaan. Zij nemen allebei een grote paraplu mee en die houden ze het ondersteboven onder de prinsenwagen, ongeveer 2 meter van de rand, en dan lopen ze mee, en dan roep ik heel hard naar boven “prins Harry Alaaf!”, “Prins Remy, allaaf!” En dan moet je eens zien wat er naar beneden komt!’ Pim had gelijk. De paraplu’s zaten vol met nonnenvotten, mandarijnen en toffees en zelfs hele repen chcola en balpennen. ‘Maar Carnaval is toch niet alleen snoepen en zoetigheid!’, zei ik. Nee, maar we snoepen ook niet’, zie Pim. ‘Jullie snoepen niet?’, vroeg ik verbaasd. ‘Jullie doen al die moeite voor niks?’ ‘Morgen dan gaan we optochtje spelen’, vertrouwde hij me toe. ‘We hebben een wagen gemaakt en dan was ik prins en dan ging ik strooien en dan mogen alle kinderen komen rapen.’ Er is nog toekomst voor de Limburgse Carnaval!