2018 - 5de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal


{mp3}preek 3 februari 2018 Laurentius - door het jaar 5{/mp3}



IN EEN ZUCHT



Kleine Jantje stond op de badkamer gefascineerd toe te kijken, toen zijn moeder crème op haar gezicht smeerde. ‘Waarom doe je dat, mammie?’, vroeg hij. ‘Daar word ik mooi van’, zei moeder. Even later begon ze met een doekje wat van de crème weg te vegen. Zei Jantje met een bezorgd gezicht: ‘Het helpt niet, hè!?’
Het boek Job is in zijn oorspronkelijke vorm zeer oud. Misschien wel 3000 jaar! De mens beklaagt zich erover dat het leven zo snel voorbij gaat. ‘Mijn dagen gaan sneller dan een weverspoel’, klaagt hij; ‘het leven is in een zucht voorbij.’ Deze klacht uit de oudheid is herkenbaar. Hoe kunnen we het leven langer maken?

STEEDS SNELLER
Als je oud wordt, ervaar je hoe de tijd steeds sneller voorbij gaat. Daarr zijn verschillende verklaringen voor. Jonge mensen hebben een snellere stofwisseling en ook hun ademhaling en hartslag zijn sneller. Er gaat bij hen meer leven in een uur! Verder zou het zo kunnen zijn, dat wij de tijd relateren aan het geheel van onze levensduur, en dan is een half uur op 80 jaar een stuk minder dan een half uur op 20. En vindt u ook niet, dat die zes jaar lagere school wel een eeuwigheid hebben geduurd? Voor onze ouders niet! De tijd zou bovendien ook gemeten worden aan de hoeveelheid herinneringen en jonge mensen maken meer nieuwe dingen mee en proppen meer indrukken in een uur. Vraag een ouder iemand maar eens: ‘Nog iets nieuws?’ Dan luidt het antwoord: ‘Nee, alles zijn gewone gangetje!’ Maar een kind kan je over het afgelopen uur honderduit vertellen. Ik denk ook, dat tijd lang duurt als je vurig verlangt naar iets. Het woord verlangen komt daar ook vandaag. Een meisje dat wacht op een nieuw poppenhuis, vindt dat drie dagen niet voorbij te branden zijn. Maar ouderen verlangen steeds minder, ze weten op hun verjaardag niets beters te vragen dan een boekenbon, en dan gaat de tijd ongemerkt voorbij. Alweer wordt het dinsdagavond en moet de container naar buiten, en zo is het zaterdag een maand later en gaat het oud papier op de stoep. Zo zijn drie maanden langs en moet er een herhaalrecept worden gevraagd, om maar te zwijgen over het kindje dat je - naar je gevoel - onlangs gedoopt had, of gevoed, en dat nu al gaat trouwen. Het is u zeker al eens opgevallen dat de heenweg, waarbij je vol verlangen uitziet naar een ontmoeting, altijd veel langer duurt dan de terugweg, waarbij je veel herinneringen te verwerken hebt. 
 
DEPRESSIEF
Job is ziek. Hij filosofeert met zijn vrienden over de zin van het leven. In die context wordt opgemerkt dat het leven zwoegen is; het is  afzien, en... het is zo voorbij. Hij kan weinig zin ontdekken. Job zit in een depressie. Het leven voelt aan als een grote leegte. Bij het opstaan denkt hij: was het maar al avond en als hij naar bed gaat zucht hij: was het maar ochtend. En de nacht is een grote ellende. Hij kan de slaap niet vatten. En terwijl hij zich zo voortsleept door zijn bestaan, lijkt de tijd hem toch nog te ontgaan; ze gaat als een te snelle film aan hem voorbij. Hij leeft niet echt, hij is toeschouwer van zichzelf geworden. Het is alsof hij verbannen is. De hoop en de glans ontbreken.
 
NABIJHEID
Wij kennen allemaal wel mensen die voor kortere of langere tijd door een depressie zijn getroffen. Misschien hebt u er zelf al eens een meegemaakt. Het schijnt dat een op de twintig Nederlanders er mee te maken krijgt. Soms denken we een oorzaak te zien. Vaak blijft het gissen. We zien hoe iemand worstelt met het leven. Er ontbreekt een natuurlijke verbondenheid met het bestaan. De grondtoon klopt niet. Een verschrikkelijke aandoening is het, en de omgeving staat er tamelijk machteloos. Tamelijk, want natuurlijk heeft Job vrienden nodig! Zij gaan naast hem zitten. Ze veroordelen hem niet. Zij houden zijn neerslachtigheid uit. Met hun aanwezigheid drukken zij uit dat hun vriend of hun vriendin, ondanks alles, de moeite waard is. 
Gelukkig zijn er mensen die doen als Jezus. Die getuigen van de nabijheid van Gods Koninkrijk. Met geduld en warmte laten zij voelen dat het leven wel degelijk zin heeft, en dat ook deze ‘Job’ door God bemind is. ‘Ik hou van jou’, dat is de kracht waarmee Jezus de kwade geesten verjaagt.
Laat de snelheid van de tijd ons niet zenuwachtig maken. En vooral, laten we het bij elkaar uithouden als trouwe reisgenoten, wanneer we het allemaal niet meer zo zien zitten.

TONIO
Lieve kinderen. Emma pakte gehaast alle spulletjes in haar tas en keek op haar horloge. ‘Moet je al gaan?’ ‘Ja’, zie Emma, ik moet gauw naar huis. Tonio is depri!’ Ik schrok Tonio? Depri? Wie is dat? ‘Is dat je broertje?’ ‘Nee’, zei Emma, terwijl ze de klep van de tas dicht klikte, ‘Tonio is mijn goudvis. Die is depressief!’ Daar had ik nog nooit van gehoord. ‘Hoe weet je dat?’ ‘Nou, hij zwemt al dagen heel langzaam, vlak boven de boden van de kom. Hij voelt zich niet veilig. Ik moet er een holletje en wat planten in zetten, maar niet teveel ineens. Als er teveel tegelijk verandert komt-ie in een stress.’ Emma kreeg rimpeltjes boven haar neus van de zorgen. ‘Hij moet zich niet vervelen’, ging ze verder, ‘en ik vul telkens nieuw water aan; dat ie zuurstof krijgt. Ik hoop dat ik hem erdoor sleep!’ Emma maakte de deur open en verdween. ‘Met zoveel liefde moet het wel lukken’, dacht ik. Over een week zal Tonio zich weer voelen. Als een vis in het water!