2018 - driekoningen © Harrie Brouwers

{mp3}preek 7 januari 2018 Kunrade - driekoningen{/mp3}


DE WEG VRAGEN





TOMTOM
Mensen de weg vragen. We doen het niet meer zo vaak. Navigators hebben ons die zorg uit handen genomen. Ze zijn een stuk makkelijker dan een ster! Een ster kan je ook de weg wijzen. Zeelieden wisten dat in de oudheid al. Karavanen in de woestijn ook. Op het noordelijk halfrond draaien alle sterren schijnbaar rondom de poolster. Die staat immers toevallig in het verlengde van de aardas. Hij wijst de noordpool aan. De rest is een kwestie van rekenen en dat konden wijzen wel! Dus een ster kan je wel de richting wijzen, maar om uit te komen op een bepaald adres, is zij niet echt handig!
Vader, moeder en twee kinderen waren op weg naar Frankrijk. Ze reden op de Boulevard Périphérique, de drukke ringweg van Parijs. Om de haverklap zijn er op- en afritten en het verkeer is hectisch. Pa zat met rode wangen geconcentreerd achter het stuur. De navigator had hem gevraagd om rechts af te slaan, maar hij had de afrit gemist; was er op advies van de tomtom vanaf gereden, er weer op gegaan, en opnieuw miste hij de afrit. Hij begon te schelden en te vloeken en de klein Anne op de achterbank kon daar niet meer tegen en zei over de tomtom: ‘Pappa, je moet niet boos worden, die juffrouw is hier misschien ook pas voor het eerst!’

STER
De wijzen zijn op weg gegaan. De astronoom Kepler meende in de zestiende eeuw dat Matteüs het niet over een ‘komeet’ had, maar over een ‘hemelverschijnsel’. Bijvoorbeeld de conjunctie van Jupiter en Saturnus in het jaar 7 voor Christus. De wijzen in het Oosten hadden dit geïnterpreteerd. Jupiter stond voor de oosterse volkeren. Saturnus voor de westerse. Die werden samengebracht in het sterrenbeeld vissen, dat het volk Israël symboliseerde. Zij lazen dus dat er in Israël een koning was geboren voor de hele wereld. Ze gaan er heen, maar ze komen er niet. Ze hebben anderen nodig. Ze moeten de weg vragen. Het hemelverschijnsel is niet nauwkeurig genoeg. Dus kloppen ze bij Herodes aan.

DE WEG VRAGEN
Meestal heb ik goede ervaringen opgedaan als ik de weg vroeg. Niet dat mensen het goed kunnen uitleggen, of dat ik hun aanwijzingen kan onthouden: ‘Dan gaat u hier, achter dat huis dat uitsteekt, rechtsaf en dan na de brug schuin oversteken tot langs het benzinestation en dan op de rotonde derde, of nee... vierde afslag en dan is het altijd rechtdoor tot langs de kerk, dan rechts en dan bent u er al!’ Je hebt er weinig aan, maar je ontmoet veel vriendelijke hulpvaardigheid. In Finland stapte een vrouw direct bij me in de auto en reed een kilometer mee, om daarna terug te lopen. We zaten al bijna bij haar in de sauna. En in een stadje in Toscane waar ik de parkeerplaats niet meer kon vinden, reed een Italiaan ons in zijn minibusje de hele stad met ons rond.
De wijzen hebben dat geluk niet. Ze vragen, zonder het te beseffen, de weg aan de verkeerde. Herodes schrikt. Een koning geboren. Wat nou? Hij was toch al paranoïde. Hij had tientallen kinderen van een tiental vrouwen. Hij was zeker geen goede vader geweest, dus die zonen waren uit op macht. Twee van hen, Alexander en Aristobulus van zijn eerste vrouw Mariamme, die hij eveneens uit jaloersheid met de dood had bedreigd, had hij laten vermoorden. De wijzen zetten hem op het spoor van Jezus. Herodes raadpleegt de geleerden van zijn hofhouding. Die concluderen uit de profetieën van Micha dat een nieuwe koning geboren moet worden in de stad van David, in Bethlehem, nog geen 12 kilometer ten zuiden van Jeruzalem. ‘Of ze strak het precieze adres willen doorgeven?’ De weg vragen kan gevaarlijk zijn. 

NAAR HET PARADIJS
Matteüs vertelt ons hoe het kind van Bethlehem geboren wordt in een gevaarlijke wereld. Een wrede koning is gealarmeerd en maakt dodelijke plannen. Er vloeit veel onschuldig bloed. Jozef en Maria slaan op de vlucht. Ze wijken uit naar de aartsvijand Egypte en moeten maar afwachten of ze daar worden toegelaten en geduld. En terwijl de wereld bedreigend is en vol kwaad, groeit het kind op in vrede en harmonie. Dat is wat ouders doen. Zij scheppen een veilig paradijsje. Het kind krijgt niets mee van de sluwe Herodes en zijn plan het kind te doden. Maria zingt haar wiegelied en zorgt voor warmte en voeding. Jozef zoekt een weg naar veilige oorden. In een slechte wereld groeit het kind op als in een paradijs. Later zal Jezus zelf ondervinden hoe slecht de wereld is. Maar dan ligt er in zijn hart al dat heimwee naar het paradijs, naar die veilige wereld waar iedereen welkom is. En dat heimwee is zijn geloof, zijn ideaal, het koninkrijk waarvan hij droomt.
Beste ouders, dat is wat u voor uw kind doet: een paradijs scheppen, zodat het kwaad van de wereld het kind niet kan aantasten. Daarmee geeft u het geloof en idealen mee, een verlangen naar het koninkrijk van God.

CRUIJFF
Lieve kinderen. Hub was in de kerk een trouwe misdienaar. Hij was tachtig jaar. Hij kon je opa zijn. Een van zijn specialiteiten was een mopje vertellen voor de Mis. Hij had van de grappen waarvan je eerst niet in de gaten had, dat het een grap moest worden. Als zijn kleinzoontje was gevallen, dan riep hij altijd: ‘Kom maar hier, dan raap ik je op! En op een keer vertelde hij: ‘Och, wat me toch laatst is overkomen... Ik liep bij het spoorwegviaduct. Komt daar een rode sportwagen aan. De chauffeur was iets aan het zoeken. Ik geloofde mijn ogen niet. Dat was Johan Cruijff! Hij stopte naast me en draaide zijn raampje open. “Meneer, hoe kom ik bij de voetbalclub Voerendaal terecht?” Ik zei hem: “Oefenen, oefenen, oefenen!”’