2017 - Heilige Framilie © Harrie Brouwers, Voerendaal


{mp3}preek 30 december 2017 Laurentius - h.familie{/mp3}



DE GRIJSAARD EN DE BABY



ONTMOETING
Een ouwe man en een baby. Geef de ouwe nog een zeis, en je hebt een karikatuur van de jaarwisseling. De grijsaard gaat, de zuigeling komt. Een ouwe man en een baby, dat is ook het evangelie van vandaag! 
Een bejaarde wetgeleerde in de tempel van Jeruzalem ontmoet Maria met haar pasgeboren kindje. ‘Nu mag ik omvallen en sterven’, mompelt de ouwe. Hij is kennelijk levensmoe. Hij koestert al geruime tijd een doodswens, maar hij was ongerust. Ongerust over de toekomst. Het ging niet goed met zijn stad. De Romeinen plunderden wat ze konden krijgen en de onderdrukte Joodse ziel hunkerde naar vrijheid. Ongerustheid hield hem op de been, zoals een moeder niet kan sterven omdat haar kind ongelukkig is! De zorg om de medemens weerhield hem ervan om zich over te geven aan de dood. Maar nu, in deze kraaiende baby, ziet hij toekomst. En als Mozes weleer, is het uitzicht op het beloofde land genoeg om de ogen voorgoed te sluiten.
Bijna niets in dit verhaal is actueel. De tempel in Jeruzalem is al bijna 2000 jaar gesloopt. Geen moeder komt acht dagen na de geboorte nog een offer brengen om de eerstgeborene symbolisch aan God toe te wijden.  Geen oude man kent zoveel bijbelteksten uit zijn hoofd dat hij er een lang gedicht mee zou kunnen maken. Het verhaal lijkt alle actualiteit verloren te hebben, of het moest de ouwe zijn die niet dood kan gaan omdat de toekomst zo donker is.
 

DIGITAAL
Ik was onlangs ergens op bezoek. De vrouw was de keuken in gelopen om iets uit de oven te halen. Intussen ging er ergens een telefoon en de man had een schermpje geopend en zich daarin verdiept. De twee kinderen zaten aan tafel, allebei met eveneens een lichtend scherm voor zich. Beiden waren in hun eigen wereld verzonken. Je kunt niet zeggen dat de aanwezigen asociaal waren. Integendeel, ze communiceerden alle drie intens met mensen, maar ieder in een eigen heelal. Ze kozen voor het getwitter, de malle filmpjes, en de roddels over sterren en bekenden uit Rusland. Ze verlustigden zich in wat vrienden zaten te eten ergens in Middelburg, in hoeveel een klasgenoot gister gedronken had, en over een poes die uit een magnetron kwam gekropen. Toen de gastvrouw met een schotel binnenkwam verontschuldigde ze zich. Sorry, dat ze mij zo alleen lieten zitten. Ze keek man en kinderen bestraffend aan. Ik kreeg de sterke neiging om me te verontschuldigen. ‘Sorry, dat ik mijn iPad vergeten ben!’ 

EIGEN WERELDJE
Het hoort bij deze tijd. We leven niet meer in Jeruzalem in het jaar 33. En is het tafereel in de kamer niet een prachtig beeld van de werkelijkheid? Leeft niet ieder mens in zijn eigen wereld, met zijn hoofd vol eigen zorgen en met zijn hart vol eigen verlangens en ambities. Een treincoupé of een wachtkamer vol mensen die met hun mobieltje bezig zijn, dat is een verbeelding van hoe het altijd al was: mensen zijn gevangen in hun eigen zelf en er is iets nodig om ze hier en nu bij elkaar te brengen.
De oude Simeon had geen mobieltje, maar zijn hoofd zat in de boekrokken, zijn gedachten raadpleegden Jesaja bij alles wat hij zag. De confrontatie met het kleine kindje veranderde dat!

ONTMOETING
Ik maak het mee als ik een kindje doop. Rond de vont zit een feestelijke familie. Enkele van hen hebben een mobieltje te voorschijn gehaald. Ze maken foto’s. Sommigen zetten die onmiddellijk op internet. Anderen zie ik snel facebook openen om te kijken of ze nog geliefd zijn bij hun vriendinnen. Ik vertel dat Jezus de kinderen zegende en nodig iedereen uit om even naar de pasgeborene toe te lopen en hem over het hoofdje te aaien, of een kruisje te geven of een kusje. Ze mogen daar een wens bij zeggen. Ze komen een voor een. De mobieltjes zijn verdwenen. Sommigen worden een beetje zenuwachtig. En dan gebeurt er iets heel bijzonders. Als ze oog in oog met de baby staan smelt hun hart. Even worden ze zelf kind. Even zijn alle boekrollen en facebook-en verdwenen. Even zijn de zorgen over een doktersuitslag en een lekkende kraan weg. Even zijn ze helemaal hier en nu, en eeuwig. Ze lachen met het kindje en strelen het vertederd en voorzichtig, helemaal vrij en gelukkig. Het kind neemt hen helemaal zoals ze zijn en dat wordt wederzijds. Dan richten ze zich weer op. Gaandeweg worden ze weer de puber of de oude vrouw. Ze kijken een beetje dom lachend om zich heen en keren terug tot de illusie van elke dag, een ervaring rijker. Dit kind heeft hen even terugbracht tot de oorsprong van alle dingen, die ergens uit liefde geboren is. Als we zo het nieuwe jaar toch eens met een volkomen schone lei konden beginnen!

 
Lieve kinderen. Miel kwam binnen met knalrode wangen. ‘Vanavond mag ik bij Rik vuurwerk afsteken!’ Het was er uit voordat hij het besefte. Had hij natuurlijk beter niet kunnen zeggen. Zou mamma weer bang worden. En ja hoor! ‘Weet de pappa van Rik daarvan?’, vroeg ze streng. ‘De pappa van Rik is altijd heel erg voorzichtig’, probeerde Miel haar gerust te stellen. Enfin, na een telefoontje en een kort overleg met pappa mocht Miel die avond naar Rik. ‘Zo Miel’, zei de vader van Rik hartelijk, ‘kom je ons helpen knallen?’ Rik knikte verlegen en opgewonden tegelijk. ‘Hebben jullie thuis geen gillende keukenmeiden of rotjes?’ Rik schoot plotseling in de lach. ‘De enige gillende keukenmeid thuis is mamma!’, zei hij met binnenpret.’ Hoezo?’‘, vroeg de vader. En toen legde Miel gierend uit: ‘Ze heeft een kort lontje, hoor!’