De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2017 - Kerstmis © Harrie Brouwers, Voerendaal






IN DIE DAGEN...




KERST ZONDER GODSDIENST
Er stond bij ons thuis geen kerstboom in de kamer. ‘Dat is iets voor protestanten!’, zei mijn vader. Dat klopte wel een beetje. Rond de tijd van Luther bracht men het populaire heidense symbool de kerk in. De zonde, die Adam aan de paradijs-boom had begaan, was door Chistus overwonnen. Maar ik denk eigenlijk dat mijn vader er vlak na de oorlog zijn geld niet aan wilde uitgeven. Bij mijn opa stond wel een boom in de kamer met echte kaarsjes op wankele takken. Ernaast stond een emmer water, voor geval dat! In de takken staken chocolade kransjes. Elk kind dat op bezoek kwam mocht een kransje plukken, maar we hoopten natuurlijk, dat de boom in de fik zou gaan en we er de emmer, in de goede kamer, over mochten uitgieten. Op het dressoir stond een kerststal. Die werd elk jaar opnieuw gemaakt. Verfrommeld rotspapier werd om een margarinedoos geplakt. Het papier maakten we zelf met plakkaatverf. Het konijn kwam uit de tuin en heette Fannie. Overdag bezochten we de kerken van Maastricht om kribjes te bezichtigen. Thuisgekomen zat de kamer vol grote mensen die praatten over de oorlog.
Veel is er sindsdien veranderd. De stal kreeg concurrentie van de tv. Het evangelie van Assepoes. Kribjes-kijken van Ikea. Het konijn moest het opnemen tegen tapas en barbecue. Het familiebezoek verloor ‘t van facebook. Kerst is gereduceerd tot reeën en arrensleeën. Godsdienst is uit!
 
IN DIE DAGEN
In één mensenleven is bijna alles veranderd. De manier waarop we praten over de dood. Vroeger werd die verzwegen, zelfs door de dokter. De opvattingen over het huwelijk en over kinderen krijgen. ‘Ze hebben ons iets wijs gemaakt’, zuchtten oude mensen. De manier van reizen. We gingen een weekje logeren, op de fiets, met één stel ondergoed, een tandenborstel en de King-atlas als routeplanner. De kleding zeker ook! Elk jaar kwam een naaister alle kleren aanpassen aan de kleinere broers. Als ook de jongste uit het hemd gegroeid was, werden er zakdoeken van gemaakt. Bijna alles is veranderd. Veel is beter geworden, rijker, gezonder. Veel ontwikkelt zich tot een te zware belasting voor onze planeet. Er zijn ook dingen achteruitgegaan en armer geworden.
Wat is het dan heerlijk, om in al dat verwarrend tumult weer een kerstboom te zien. Om een kaarsje aan te steken en de geur van paraffine- en dennen te ruiken, om een konijn op z’n Maastrichts op je bord te krijgen, en te horen: ‘In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest gehouden.’ ‘Jozef ging naar de stad van David, samen met Maria, die zwanger was.’ Het is een eenvoudig verhaal over de geboorte van een kind, temidden van het rumoer van onderdrukking en dagelijkse zorgen om het bestaan. Het verhaal heeft mij mijn hele leven begeleid. Toen de Russen Hongarije binnenvielen, toen ik aan hernia was geopereerd, toen Kennedy met een kernoorlog dreigde, toen Nasser het Suezkanaal nationaliseerde en toen in Tsjernobyl een kerncentrale ontplofte.... Toen een Russisch hondje de ruimte in werd gelanceerd. Toen in zuid Afrika een menselijk hart werd getransplanteerd... ‘Zij bracht haar zoon ter wereld, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er geen plaats was in de herberg.’ 
 
EER AAN GOD
Dat is een constante in mijn leven. Geen dogma, geen grondwet, geen hymne, geen vlag, geen stamboom..., geen axioma, geen natuurwet, maar dit verhaal over een geboorte. Niet die van mij, maar van dat kind in Bethlehem. Het verhaal vertelt me, dat de geboorte heilig is. Een geheim van het Licht. De nachtelijke stilte wordt gevuld met muziek uit de hemel. De geboorte van dit kind zet de klok even stil. Dat evolutie houdt de adem in. Soldaten staken hun gevecht. Het leven is meer dan stom toeval. Het is meer dan een mens kan bedenken. Het is meer dan we hebben verdiend. Het is heilig als de engelen, mooi als een sprookje, het laat me verbijsterd en gelukkig achter, het dwingt eerbied af. In de geboorte van het kind openbaart zich een mysterie. De zin van ons bestaan is liefde. Ik ga op in het mysterie van het licht. De mens is een wonder. Tussen scheldpartijen en ontploffingen door, hoor ik een belofte van vrede. Ik zing en hef het glas! Eer aan God in de hoge! 
 

GOLIATH
Lieve kinderen. Jullie weten dat er een heleboel lieve herders in Bethlehem waren. Ze aaiden hun schapen, speelden op de fluit en brachten mel naar het kindje. Maar wist je ook dat er een hele kwaaie tussen zat? Ze noemden hem Goliath, omdat hij zo sterk was. Op armen en benen had hij duivels en doodskoppen laten tatoeëren. Hij liep de hele dag te vloeken en te mopperen. Iedereen was bang voor hem. Toen de engelen verschenen had hij er eerst een paar weggestuurd, maar nu was hij meegelopen naar het stalletje. Iedereen maakte zich zorgen. Als hij maar geen herrie ging schoppen en Maria bang zou maken en het kindje aan het huilen zou brengen! Goliath kwam bij de stal. Hij zag in het stro een heel klein manneke liggen. Het graaide met zijn handjes naar Goliath. Goliath kreeg er een rood hoofd van. Hij schaamde zich voor zijn doodskoppen en knielde neer. Hij kroop voorzichtig naar het kindje en tuitte de lippen. Toen ging hij met zijn wijsvinger op en neer en maakte geluidjes waar het kindje vreselijk om moest lachen. Goliath was een ander mens geworden. 
Dat is wat pasgeboren kindjes doen. Die scheppen een mensenhart opnieuw.