2017 -  2de zondag van de advent  © Harrie Brouwers, Voerendaal

{mp3}preek 9 december 2017 Kunrade - Tweede Advent{/mp3}



DE WEGENBOUWER



JAN
Het optreden van Jan de Doper had een indrukwekkende beweging teweeg gebracht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de eerste christenen zowel in Alexandrië als in Efeze in contact kwamen met mensen die ‘de doop van Johannes’ hadden ontvangen. Ook de Joodse historicus Josephus wijdt meer tekst aan de Doper dan aan Jezus. De bewegingen van Jezus en Jan zijn minstens voor een deel samen gekomen en dat de teksten van het evangelie getuigen daarvan. Jezus en de Doper verkondigen beiden de nabijheid van Gods koninkrijk; in dat licht roepen zij de mensen op tot gerechtigheid. Als ze die stap naar een eerlijk leven gezet hebben, doopt Johannes hen, om ook het lichaam te reinigen. 
De populariteit van Jan de Doper is altijd groot geweest. Zijn onthoofding door koning Herodes sprak tot de verbeelding. Johannes had de koning beschuldigd van machtsmisbruik omdat deze met de vrouw van zijn broer getrouwd was en daarmee de Joodse wet aan zijn laars had gelapt. Verder had Jezus zich door hem laten dopen, en dat gaf hem ook aanzien. Geen wonder dat er vaak gezocht is naar het hoofd van Johannes en naar zijn rechterhand. En natuurlijk vond men die ook. Het hoofd wel drie keer! Het wordt nu onder bewaard in de grote moskee van Damaskus, want de Doper speelt in de Koran ongeveer dezelfde rol als in de evangelies - al zien we hem daar vaker huilen over het lot van de mens. In Montenegro bewaart men zijn rechterhand in een reliek. En dichter bij huis: de dom van Aken bezit de doek waarop zijn hoofd gelegen heeft. In Egypte, Iran, Genua en in de Sint Jan van Lateranen in Rome, op Athos en in Bulgarije worden resten van hem bewaard. Populair was hij zeker, en daar zal ook zijn gedenkdag, het midden van de zomer, mee te maken hebben. Hij werd beschermheiligen van iedereen die aan het vasten is; dat is logisch. Minder voor de hand is zijn beschermheerschap van architecten, vrijmetselaars en timmerlieden. De vermelde kledij maakte hem patroon van leerlooiers, wevers en kleermakers. Ook herders, hoefsmeden, muzikanten, herbergiers, bioscoopexploitanten en wijnbouwers zochten zijn patronage.

STEM IN DE WOESTIJN
Maar hoe zit dat in 2017? Spreekt Jan de Doper nog tot onze verbeelding? Ook in onze dagen zijn er mensen die de ondergang van de schepping vrezen en die het einde van de tijd zien naderen. Zij vinden dat de wereld op oorlog aanstuurt. Zij zien dat zuivere lucht en zuiver water schaars worden en de vrede bedreigen. En net als de Doper verbinden zij daar een waarschuwing aan. We worden opgeroepen tot ommekeer. We moeten anders omgaan met de aarde. We moeten door gerechtigheid oorlog verhinderen, armoede bestrijden en het klimaat beheersen. De uitnodiging om na te denken over de ondergang en de daaraan gekoppelde oproep tot bekering, die begrijpen we dus heel goed in onze tijd.
Toch is er in het verhaal van Johannes iets dat me een beetje jaloers maakt, omdat we het missen tegenwoordig. Zijn volgelingen zien de naderende eindtijd, als iets dat zich onder regie van de Schepper afspeelt; dat wil zeggen, als iets dat in handen ligt van een hogere macht die barmhartig is. Je hoeft niet te wanhopen als de zon en de maan verduisteren.
En toch! Het geloof in God is in onze dagen moeilijker geworden. God is niet meer vanzelfsprekend gegeven in onze taal en in ons bewustzijn, maar het besef dat er zoiets is als absoluut goed en kwaad; dat het goed is om de aarde te behoeden, dat rechtvaardigheid moet zijn en dat liefde de zin van het bestaan is, dat herbergt in zich al een notie van God. Het verraadt immers dat het leven niet verloren gaat in een blind toeval en dat het dus niet om het even is, hoe we ons gedragen of misdragen. Het leven doet er toe.
Moge het roepen van Jan in de woestijn ons dus bereiken. Mogen wij beseffen dat de Heilige midden onder ons is. 
In elk geval zullen jongeren uit de parochie vandaag levensmiddelen voor de voedselbank inzamelen.

ADVENT
Lieve kinderen. Pieter was onderweg naar oma. Hij wist wat er kwam. Bellen, wachten, kusje, ‘kom binnen!’ en dan... de adventskalender. Oma had een adventskalender opgehangen. De kalender zag er uit als een grote kerstboom. Overal waren genummerde venstertjes en elke dag mocht Pieter er eentje openmaken en als ze allemaal open waren, dan was het kerstmis. Want Advent betekende wachten, afwachten, wachten op wat komt, aftellen tot de kerst. Achter elk venstertje zat een verrassing, had oma gezegd. Had ze gezegd...! Maar Pieter wist wel beter. Toen oma, gister even naar de deur moest had hij stiekem achter alle luikjes gekeken. Ze waren allemaal leeg geweest! ‘Zo’, zei oma, ‘dan kom maar eens naar de kalender. Je mag het vakje van gister en dat van vandaag openmaken.’ ‘Och, laat ook maar’, zei Pieter. ‘Ik vind het meer iets voor kleine kinderen.’ Dit had oma niet verwacht. Geschrokken legde ze haar hand op Pieters schouder. ‘Maar knul? Ben je te groot voor een verrassing?’ Nu kreeg Pieter het te kwaad en hij zei: ‘Ze zijn toch leeg. Er zit niks achter de deurtjes.’ Oma protesteerde. ‘Echt wel! Kijk dan!’, en waarachtig, achter het deurtje van vrijdag zat een kauwgumpje en achter zaterdag een poppetje van een vrolijk sneeuwmannetje. ‘Had je stiekem gekeken?’, vroeg oma een beetje ondeugend. ‘Advent is niks voor mij’, bekende Pieter, ‘ik kan niet wachten!’