2017 - 29ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal

{mp3}preek 21 oktober 2017 Laurentius - door het jaar 29{/mp3}


 

 

 

GOD EN DE KEIZER

 

 

LEUKER MAKEN ZE HET NIET

Niemand betaalt graag belastingen. Nou ja, ik herinner me de eerste keer dat ik een aanslag kreeg. Ik had zelf om de formulieren moeten vragen, maar ik was trots. Ik had het gevoel dat ik eindelijk echt tot ‘de grote mensen’ hoorde! Tevoren had ik alleen maar 200 gulden belasting betaald bij monopoly. Tenminste dat dacht ik! In werkelijkheid had ik bij de aankoop van sigaretten en snoepgoed al heel wat indirecte belasting betaald. Ik las ergens dat een doorsnee gezinnetje met twee kinderen en werkende ouders met een jaarinkomen van 65 duizend in hun hele leven meer dan een miljoen aan belasting bijdragen. Dat gaat via heel veel kanalen. En dat is niet iets van onze tijd! In het oude Israël was de belastingdruk ontzettend hoog. Veel belastingen waren tijdelijk, ze werden gevorderd voor bepaalde projecten. Maar ook de noodzakelijke levensbehoeften waren belast. De belastingen waren toen niet afhankelijk van het inkomen; dat kwam pas begin vorige eeuw. Logisch dat er altijd verzet is geweest. Je kunt zelfs zeggen dat de Nederlandse staat geboren is uit de onwil om belasting te betalen! Het was namelijk de Spaanse landvoogd Alva die hier een omzetbelasting van tien procent wilde doorvoeren. Niet de afstraffing van de beeldenstorm of de Bloedraad lokte een opstand uit, maar deze belasting.
 
OOK NIET MAKKELIJKER
De Romeinen voerden belasting in op grondbezit. Bij een verovering annexeerde Rome alle grond en eigenaars konden die terugkopen. Het waren dus de vreemdelingen in het keizerrijk die de staatsinkomsten spekten. We komen de maatregel tegen als Jozef voor een stukje grond dat hij waarschijnlijk in Bethlehem bezat met Maria op reis moet om zich te laten inschrijven in het register. Hebreeën waren van oorsprong  nomaden. Ze leefden van hun kuddes. Het land beschouwden ze als van iedereen, of van niemand. Land was van God. Een mens mocht dat niet claimen. Later groeien de steden en er ontstaat toch grootgrondbezit. De boeren moeten dan hun zaaigoed betalen met een voorschot op de oogst. Zo krijgen de geldschieters zeggenschap over de akkers, en dat wordt door de profeten als een zware zonde tegen God aangevoeld. 
 
BEELD VAN DE KEZER
In de dagen van Jezus bestond er nòg een bezwaar tegen de belasting. De hoofdelijke belasting die elke Jood aan Rome verschuldigd was, bestond uit een denarius. Daarop was keizer Tiberius afgebeeld. Die munt werd door vrome Joden gemeden. Het afbeelden van mensen was in strijd met de tien geboden.
Ik heb dat Joodse verbod om mensen af te beelden altijd interessant gevonden. Mohammedanen kennen het ook. Er zit iets moois in. Misschien is de oorsprong van het verbod iets wat we nu bijgeloof zouden noemen. Maar orthodoxe Joden argumenteren tegenwoordig anders. Ze beseffen  dat een mens niet af te beelden is. Ik ben niet mijn image. Een selfie is maar een zwakke schaduw van de ziel. Wezenlijk valt een mens niet samen met hoe hij er uitzag, toen hij trouwde of zijn examen haalde, toen hij uit het ziekenhuis kwam of een beslissend doelpunt maakte. De foto’s zijn slechts kleine fragmenten van ons, en de eerbied voor een mens is ermee gediend als we dat ook weten. Een orthodoxe Jood vindt dat wie iemand schildert, zijn ziel tekort doet. 
 
BEELD VAN GOD
Op een zeker moment wordt de schrift-uitlegger Jezus gevraagd of de belastingmunt met Tiberius erop, mocht worden afgedragen. De Farizeeën stellen daarover een strikvraag. Nu moet Jezus kleur bekennen: ofwel hij komt in strijd met de wet, of hij maakt zich impopulair bij het volk. ‘Mogen we aan de keizer zijn belastingmunt geven?’ Jezus stelt een wedervraag: ‘Wat zie je op die munt? Van wie is dat gezicht?’ ‘Van de keizer!’, luidt het antwoord. ‘Geef dan de keizer waar zijn beeld op staat’, zegt Jezus. ‘En geef aan God waar het beeld van God op staat.’ En dat zijn jullie, dus! De mens is geschapen naar Gods beeld. En het wonder van zijn leven is veel groter dan bezit en rijkdom. Het ‘zijn’ is oneindig meer dan het ‘hebben’. Eerder had Jezus ook, toen hij moest bemiddelen in geldvragen, duidelijk laten merken: jullie zijn met de verkeerde dingen bezig. Je zoekt mijn antwoord, maar je vraag is fout! Je wilt slechts je belastingen ontduiken. En daarvoor beroep je je schijnheilig op de tien geboden. Geef de keizer waar hij blij van wordt, maar besteed je energie aan wat belangrijk is. Geef God wat hem toekomt: jezelf!  In Gods koninkrijk tellen alleen maar mensen..., telt de hele mens. God mag je niet afbeelden, maar elke mens is zijn beeld.
 
WEL LEKKERDER
Lieve kinderen. Tante Emmelie was heel rijk. Dat zei pappa altijd. ‘Hou je die te vriend!’ En inderdaad. Als ze op bezoek kwam had ze altijd cadeautjes bij zich. Want ze was niet alleen rijk maar ook gul. Tante mopperde vaak over de belasting die ze moest betalen. Dat is geld dat ze aan de regering moest geven. Ze gaf het liever aan haar nichtje. Rijke mensen betalen ook veel. Van dat geld worden scholen en straten gebouw en nog veel meer. Maar Emmelie vond dat er teveel geld werd verknoeid en daarom mopperde ze. Op zekere dag had ze een doos tompoezen gekocht. Daar was ze mee naar het belastingkantoor gelopen. Ze had het gebak neergezet voor de neus van de verbaasde juffrouw achter het loket. Die had een beetje voorzichtig gekeken. ‘Waar is dat goed voor?’, had ze gevraagd. ‘Ik heb begrepen dat jullie er mee stoppen’, had Emmelie gezegd. ‘Daar ben ik blij om. Dus tracteer ik.’ ‘Wij ophouden?’, zei de juffrouw verbaasd. ‘Jazeker’, zei Emmely. ‘Ik kreeg een brief van u en daar stond in: Dit is de allerlaatste waarschuwing!’