2017 - 17de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

{mp3}preek 30 juli 2017 Laurentius - door het jaar 17{/mp3}

GOEHEID LACHT

 

 

 

 

 

KONINGINNEDAG

Ooit vroeg het oranjecomité van Heerlen aan het jongerendoor om op Koninginnedag de eucharistie te verzorgen. Ze hoopten op die manier meer jongeren bij hun feest te betrekken. We zaten rond de tafel met de liturgiegroep. Er moest een thema worden bedacht. Iemand opperde: als we nu eens aan de koningin zelf zouden vragen welk verhaal uit de bijbel haar het meest aanspreekt? Besloten werd een brief naar het hof te sturen. Achteraf realiseer ik me dat dit eigenlijk een heel impertinent verzoek was, maar dat voelden we toen niet zo. Ongeduldig wachtten we het antwoord af. Dat kwam tenslotte van een secretaris. Deze dankte voor de brief, maar de koningin had geen voorkeur voor enig evangelie, want... ze vond de bijbel in zijn geheel interessant. Op dit diplomatieke antwoord hebben we even overwogen om uit wraak, tijdens de eucharistie, de  hele bijbel voor te lezen; maar daar hebben we toch van afgezien. We vielen terug op de klassieke lezing voor Koninginnedag. Dat was de tekst van de eerste lezing van vandaag!

 

WIJSHEID

De jonge Salomo mag van God een wens doen. Een sprookjesachtig begin. Wat hij ook zou vragen: hij zou het krijgen. Staande voor God voelt Salomo zich klein en ontoereikend. Hij beseft zijn jeugdige overmoed, zijn gebrek aan ervaring en hij realiseert zich de zwaarte van zijn ambt: recht spreken over mensen, onderscheid maken tussen goed en kwaad. Hij weet dat het hoogste goed soms bedreigend overkomt en dat het heilige ook moordlust kan herbergen. Daarom vraagt hij om wijsheid. God is met dit antwoord erg ingenomen ‘Omdat je dít vraagt en niet de dood van je vijand of rijkdom, maar het vermogen om te luisteren en rechtvaardig te oordelen, daarom schenk ik het je!’ Eigenlijk was Salomo dus al een wijze jongen, nog voordat hij de wijsheid had gekregen: hij besefte zijn eigen beperkingen.
Is het dan echt zo moeilijk om goede en kwaad van elkaar te onderscheiden? Daarover bestaat een schitterend middeleeuws verhaal. Misschien is het niet zo geschikt voor de preekstoel, maar het is te mooi om het nooit verteld te hebben. Het komt uit de Fioretti, een bloemlezing legendarische verhalen, een eeuw na de dood van Franciscus van Assisië uitgegeven.

 

GOED OF KWAAD

Franciscus woont met enkele volgelingen in kleine hutjes. Op zekere dag merkt Frans dat een van de broeders, Rufinus, een beetje stug tegen hem doet. Het is alsof hij hem niet onder ogen wil komen. Daarop spreekt Frans hem aan. Rufinus probeert hem te ontwijken, maar dan komt toch zijn verhaal. Rufinus had een paar keer gedroomd dat hij verdoemd was. Een stem had gezegd: ‘Het helpt je niet om Frans te volgen. Frans is verdoemd, net als zijn vader!’ Het was de Gekruisigde Christus zelf geweest die hem dit was komen zeggen. Rufinus was er helemaal depressief van geworden. Franciscus kijkt hem aan en zegt: ‘O arme Fufinus, waar ben je nou weer in getrapt?! Weet je dan niet, dat de Satan de heiligste mensen bekoort door aan hen te verschijnen in de gedaan te van de Gekruisigde?’ Nu is Rufinus helemaal wanhopig. Hoe kan een mens dan weten of hij het met de Christus van doen heeft of met de Satan? Met het hoogste goed of het diepste kwaad? Wanhopig strekt hij de armen omhoog. En dan zegt Frans: ‘Luister. Als de Gekruisigde nog eens verschijnt in je droom, dan moet je zeggen: doe je bek open dan stop ik hem vol!’
Beste mensen, even iets terzijde. Hier staat in de Fioretti een woord dat ik niet graag in een preek gebruik. Er staat niet: ‘dan stop ik hem vol...’ In het Latijn staat voor volstoppen het woordje ‘cacare’!
Frans vervolgde: Christus zal erom om lachen, maar de satan zeker niet!
Die nacht, nadert de gedaante van de Gekruisigde hem opnieuw: ‘Weet je niet, Rufinus, dat Frans verdoemd is en zijn vader ook!’ Rufinus snakt naar adem en stoot er uit: ‘Doe je mond open, dat stop ik hem vol!’ Daarop klinkt er een oorverdovend kabaal van splijtende rotsen; vonken schieten er vanaf, en het dal onder de Subasio-berg staat in lichterlaaie. De duivel is verdwenen..., maar nog steeds kan men er in het dal overal de gespleten rotsen zien.

 

HUMOR

Het opperste goed en het smerigste kwaad zijn soms moeilijk te onderscheiden. Soms zie je de duivel als de Christus aan. Salomo wist dat. En nog dit: bedenk dat het kwaad geen humor heeft. De satan kan zichzelf niet relativeren; hij wordt uitzinnig boos. De goedheid herken je aan haar humor! Een mens met humor kan zichzelf relativeren!

 

CADEAUTJE
Lieve kinderen. Toen Marieke vijf jaar was geworden, kwam ik op bezoek. Bij de deur vroeg ze al: ‘Heb je een cadeautje?’ ‘Foei’, zei mamma, ‘dat zeg je niet!’ ‘Nee’, zei ik, ‘maar heb je even tijd, dan gaan we samen naar de speelgoedwinkel? Dan mag je iets uitzoeken.’ Marieke keek me met grote ogen aan. ‘Iets uitzoeken?’ ‘Ja, je mag kiezen wat je wil.’ Ze kreeg rode wangetjes van opwinding. In de winkel rende ze van het ene naar het andere schap. Langs de trapauto’s, de opblaasbare zwembaden en prinsessenpoppenhuizen. Ze kwam bij me terug met een doos om kappertje te spelen. Er zat een roze spiegeltje in, een borstel en een kam, en nog wat spulletjes. We rekende af bij de kassen. € 9,65.
Verleden jaar werd Marieke 12. Ik ben haar gaan feliciteren. Aan de deur vroeg ze niets. Ik gaf haar een kilo kersen met veel oorbellen erbij. Ze was blij en snoof in de zak, maar naar de winkel gaan en haar iets laten uitzoeken, dat durfde ik niet meer. Ik wist niet of ik daar nog genoeg geld voor had!